In vijf Vlaamse gemeenten zijn de Cyriel Verschaeve-straten de voorbije jaren (Lanaken, Puurs-Sint-Amands) en dit jaar (Kortrijk, Kapelle-op-den-Bos en Zoersel) verdwenen; in Zedelgem wordt een omstreden monument weggehaald van een openbaar plein… Het gaat de goede kant op als er nu nog meer aandacht komt voor de mensen die in het verzet gingen tegen de nazi’s. Echte vrijheidsstrijders, geen ikke-ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikken vrijheidsstrijders. Gelukkig was er op dat vlak deze week goed nieuws. Ook vanuit Oosterhout (Nederland), gemeente met een 50.000 inwoners vlak boven Breda, is er goed nieuws. Oosterhout trekt de gemeentelijke erespeld in van Rob(ert) Van Roosbroeck. In Oosterhout destijds geëerd als historicus. Van Roosbroeck was echter ook schepen voor onderwijs in het door de Duitsers bezette Groot-Antwerpen en SS’er, en werd ter dood veroordeeld voor collaboratie (foto hierboven: De eretribune tijdens een Vlaams Zangfeest op 31 augustus 1941 in Brussel, met in het midden v.l.n.r. August Borms met zwarte hoed, open mond en baardje; Rob Van Roosbroeck, de lange man met krullend haar; Cyriel Verschaeve in zijn priestertoga en Jef Van de Wiele met de hoed op zijn knie © CegeSoma).

De kwestie rond Van Roosbroeck sleept al enige tijd aan. Rob Van Roosbroeck is tijdens de Tweede Wereldoorlog schepen in Groot-Antwerpen én SS‘er. Als schepen voor onderwijs besluit Van Roosbroeck in 1942 om geen Joodse leerlingen toe te laten in de stadsscholen, en de Joodse leerlingen samen te brengen in aparte scholen. Daardoor krijgt de Duitse bezetter een beter zicht op de persoonsgegevens van de Antwerpse Joden, wat hun deportatie faciliteert. Van Roosbroeck wordt in 1946 ter dood veroordeeld voor collaboratie, maar hij duikt onder in Oosterhout. In Oosterhout wordt Van Roosbroeck later als historicus een prominente burger. Voor die verdienste krijgt hij in 1979 de gouden erespeld van de gemeente.

Oosterhouter Jacob Jonker trok al eerder aan de bel over Van Roosbroecks verleden. Toen wilde de gemeente de erespeld niet intrekken. ”Destijds is met een juridische blik naar het geheel gekeken”, zegt burgemeester Mark Buijs aan Brabants Dagblad. Met de toenmalige regels van de gemeente Oosterhout was het intrekken van een erespeld niet mogelijk. “We hebben nu de zaak goed inhoudelijk bekeken. Onze griffier heeft onderzoek gedaan (een griffier is het eerste aanspreekpunt van de gemeenteraden in Nederland, AS). Er kwam inhoudelijk zoveel boven. We vinden dat een erespeld geen goed doet. Dat deze man zaken verkeerd heeft gedaan, staat buiten kijf. Dat kan niet en is verschrikkelijk.”

Rob Van Roosbroeck (l.) als onderwijsschepen tijdens de Duitse bezetting van Antwerpen, met naast hem havenschepen Jan Timmermans en Cyriel Verschaeve (foto © collectie AMVC-Letterenhuis).

Meer in detail is het verhaal over Rob Van Roosbroeck het volgende. In 1917 wordt Rob Van Roosbroeck benoemd als onderwijzer in Antwerpen. Na de Eerste Wereldoorlog wordt hij als onderwijzer geschorst omwille van zijn activisme, zijn opkomen voor Vlaamse eisen in nauwe samenwerking met, en in feite in afhankelijkheid van, de Duitse bezetter. Een paar jaar later wordt Van Roosbroeck opnieuw onderwijzer, deze keer in Hemiksem. Hij gaat studeren aan de KU Leuven waar hij in 1930 promoveert tot doctor in de geschiedenis. Hierna wordt hij leraar aan de stedelijke normaalschool in Antwerpen. In 1933 wordt Van Roosbroeck medewerker van de krant De Schelde en wordt hij mee verantwoordelijk voor de pro-Duitse houding van de krant. In 1934 treedt Van Roosbroeck toe tot het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en levert hij artikels voor het partijblad Volk en Staat.

Aanvankelijk is hij niet mee met nazi-Duitsland, maar na de bezetting van ons land draait Van Roosbroeck opnieuw mee in de collaboratie. In 1940 treedt hij toe tot de Algemeene SS-Vlaanderen en wordt hij lid van de Nederlandsche Kultuurraad. Binnen DeVlag wordt hij leider van het ‘Ambt voor Opvoeders’. Van 1942 tot september 1944 is Van Roosbroeck schepen voor onderwijs in Groot-Antwerpen. Onder zijn bestuur moeten de Joodse kinderen weg uit het stedelijk onderwijsnet, en worden die kinderen samengebracht in slechts enkele scholen – waar ze samen met hun ouders zorgvuldig in de registers worden ingeschreven, wat hun deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen vergemakkelijkt. De nazi’s willen Van Roosbroeck aanstellen als hoogleraar aan de ULB, de Franstalige Brusselse universiteit. Prompt gaat men hiervoor in staking aan de ULB, waarna de bezetter de ULB sluit en Van Roosbroeck tot hoogleraar benoemt aan de Rijksuniversiteit van Gent.

In september 1944 vlucht Van Roosbroeck naar Duitsland, waar hij toetreedt tot de Vlaamsche Landsleiding. Na de Duitse nederlaag keert Van Roosbroeck terug naar Antwerpen waar hij ondergedoken leeft. In 1946 wordt hij voor collaboratie bij verstek ter dood veroordeeld. In 1947 gaat Van Roosbroeck, aanvankelijk ook ondergedoken, in Oosterhout wonen. Vanaf 1954 kan hij zich er vrij bewegen; vanaf eind jaren zestig mag hij terug het Belgisch grondgebied betreden. Om in zijn levensonderhoud te voorzien publiceert Van Roosbroeck over historische onderwerpen en buitenlandse politiek onder verschillende pseudoniemen. Onder andere in De Standaard en voor de Vlaamse Toeristenbond. In 1972 maakt hij deel uit van de hoofdredactie van Twintig Eeuwen Vlaanderen waarvoor hij de eerste drie delen over de geschiedenis van Vlaanderen schrijft, alsook biografieën zoals over August Borms. Rob Van Roosbroeck overlijdt in Oosterhout in 1988 op 89-jarige leeftijd. Zijn lichamelijk overschot wordt overgebracht naar Antwerpen en in intieme kring begraven op de begraafplaats Schoonselhof.

De gemeente Oosterhout gaat als goedmaking voor de erespeld voor Van Roosbroeck zeven aan Oosterhout verbonden namen op het onlangs onthulde Holocaust Namenmonument in Amsterdam adopteren. Eén van hen is Ilse Behr. Zij werd in 1942 in Oosterhout aangehouden en is uiteindelijk in Auschwitz vermoord. Voor de zaak-Van Roosbroeck werd het reglement over het toekennen van erespelden aangepast. Die erespelden kan men voortaan, in bijzondere omstandigheden, intrekken. “Als je hele schrijnende dingen tegenkomt, moet je altijd als bestuurder ingrijpen”, besluit de burgemeester. Volgens zijn biografie bij de UGent kreeg Rob Van Roosbroeck ook een erepenning van de Nederlandse Cultuurgemeenschap. De Cultuurraad van de Nederlandse Cultuurgemeenschap is de voorloper van het Vlaams Parlement. Moet men in navolging van Oosterhout niet ook die erepenning intrekken? Hallo, Vlaams Parlementsvoorzitster Liesbeth Homans?

Rob Van Roosbroeck in de jaren zeventig (foto © collectie AMVC-Letterenhuis).