Het verhaal over het omstreden oorlogsmonument ‘De Letse Bijenkorf’ in het West-Vlaamse Zedelgem kon u hier, bij Antifascista Siempre, een half jaar geleden reeds lezen. In het kort: Vanaf eind 1944 gebruikte het Britse leger, dat ons mee kwam bevrijden van de nazi-bezetting, het domein Vloethemveld in Zedelgem als krijgsgevangenkamp. Tot dan was het een munitieopslagplaats van de Duitse Wehrmacht. De Britten sloten er een 100.000 soldaten op, waarvan 11.727 Letten. Eind 2012 richtte Pol Denys als amateur historicus in het gemeentehuis van Zedelgem een tentoonstelling in over het krijgsgevangenkamp in 1944-1946. Pol Denys was toen al, en is nog altijd, Vlaams Belang-gemeenteraadslid in Zedelgem. Uit de tentoonstelling kwamen contacten voort met het Museum van de Bezetting van Letland. Op aansturen van Pol Denys bestelde het gemeentebestuur van Zedelgem in Letland een monument om de Letse krijgsgevangenen te herdenken. Bij de inhuldiging van het monument in Zedelgem op 23 september 2018 aarzelde Valters Nollendorfs, voorzitter van de raad van bestuur van Museum van de Bezetting van Letland, niet om de nagedachtenis te eren van SS-Standartenführer Vilis Janums. Niemand in Zedelgem struikelde daarover, de meesten ongetwijfeld uit onwetendheid over wie Janums wel was (illustraties hierboven © Facebook en cc. Pixabay) .

Ook over het Letse Legioen, waarvan bijna 12.000 leden opgesloten werden in Vloethemveld, ontbrak blijkbaar cruciale informatie, dan wel wilde men dat stilhouden. De website Belgium WWII schreef gisteren in een tweede artikel over de zaak in Zedelgem: “Het Legioen werd opgericht in 1943, toen de Jodenuitroeiing in Letland en de vernietigingsoorlog tegen de burgerbevolking aan het oostfront grotendeels voorbij waren en de Wehrmacht en andere strijdkrachten van de Asmogendheden in het defensief waren. Een aanzienlijk deel van de rekruten van het Legioen had echter voordien deel uitgemaakt van eenheden van de Sicherheitsdienst (veiligheidsdienst van de SS) en van politiebataljons van de Ordnungspolizei (Duitse Ordepolitie) die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid begingen, waaronder de moord op tienduizenden Letse en Duitse joden in Letland en op burgers in delen van de bezette Sovjet-Unie.”

En: “De betekenis van het Letse Legioen is tot op de dag van vandaag omstreden in Letland. De jaarlijkse herdenking op 16 maart is sinds 1991 het toneel van confrontaties in de straten van Riga. Ministers die de herdenking bijwoonden, werden gedwongen af te treden. De omschrijving van het Legioen als een organisatie van patriottische helden en martelaren van de Sovjetinlijving is uiterst kwetsend voor de nakomelingen van de slachtoffers van de misdaden die door zijn leden zijn begaan.”

Een Letlandse collaborateur gooit het lichaam van een Joodse vrouw en de lichamen van kinderen in een gracht na hun executie op 15 december 1942 (foto © Yad Vashem).

Nadat Wilfried Burie de ware toedracht over het monument ontdekte en politici hierover informeerde, stelde André Flahaut (PS) een schriftelijke vraag over het monument aan minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). Quicky antwoordde dat het niet aan hem is hierover een onderzoek te openen. Begin dit jaar wees de Amerikaanse auteur Lev Golinkin op de monumenten die in Australië, Europa, Noord-Amerika en Turkije hulde brengen aan de nazi’s. In ons land kwam daarbij het ‘De Letse Bijenkorf’-monument in beeld. Twee maanden later bracht de Belgische editie van het Franse Paris Match de rol van Vlaams Belang-gemeenteraadslid Pol Denys aan het licht. Na artikels achtereenvolgens bij Apache en in De Standaard ontstond ook in Vlaanderen verontwaardiging. Er werd een petitie opgestart om het monument weg te halen, historicus Pieter Lagrou pleitte om het monument niet weg te halen maar er de juiste informatie bij te plaatsen, en in het Vlaams Parlement werd over de zaak gedebatteerd op initiatief van Tom De Meester (PVDA). Het gemeentebestuur van Zedelgem haalde alvast het informatiebordje bij het monument weg, en besloot universitair geschoolde historici om advies te vragen.

Vorige week vrijdag 26 en zaterdag 27 november 2021 onderzochten vijftien historici als onafhankelijke deskundigen de erfenis van het Britse krijgsgevangenkamp op de site Vloethemveld in Zedelgem. De deskundigen zijn verbonden aan de universiteiten van Amherst (Verenigde Staten), Berlijn (Duitsland), Brussel, Gent, Heidelberg (Duitsland), Lakeland (Verenigde Staten), Louvain-la-Neuve, Parijs (Frankrijk), Moskou (Rusland), Riga (Letland), Sheffield (Engeland) en Uppsala (Zweden). Een deel van de deskundigen was fysiek aanwezig in Zedelgem, het ander deel was digitaal aanwezig. Een beperkte groep betrokkenen volgde de discussie, zoals afgevaardigden van de gemeente Zedelgem en van het Agentschap voor Natuur en Bos (de site Vloethemveld is intussen een beschermd natuurdomein). De conclusies werden voorbije maandag aan het gemeentebestuur bezorgd, en dinsdag op hun vraag toegelicht. Gisteren werden de conclusies online gezet op de website Belgium WW II.

De deskundigen stellen voor het “De Letse Bijenkorf’-monument weg te halen van het plein waar het nu staat, en een nieuwe bestemming te onderzoeken met inachtneming van zijn status als kunstwerk. Ofwel ergens waar recht wordt gedaan aan de complexiteit van de historische context, ofwel waar het geherdefinieerd wordt als een esthetisch object met daarbij de nodige kritische informatie over de geschiedenis van het monument. De deskundigen geven ook aanbevelingen voor Vloethemveld dat zich uitstrekt over de gemeenten Zedelgem en Jabbeke, en door de provincie West-Vlaanderen onder handen wordt genomen. De voormalige barakken op het beschermd natuurdomein zijn opgekalfaterd, en men denkt eraan om er een historische toelichting over Vloethemveld in onder te brengen. De deskundigen geven aan welke aspecten daarbij aan bod moeten komen, en hoe.

Het wegnemen van het bord met verkeerde, minstens onvolledige, informatie aan het ‘De Letse Bijenkorf’-monument wordt in Letland aangeklaagd als de vrijheid van informatie die bedreigd wordt. Op de foto rechtsboven in het tijdschrift Beļģijas latviešu ziņas (“Lets nieuws uit België”), november 2021, in het midden: Pol Denys (foto © RV).

Een paar dagen eerder, donderdag 25 november 2021, besliste de gemeenteraad van Zedelgem om het Brivibaplein waar het omstreden monument staat (“Briviba” is Lets voor “Vrijheid”) terug de naam van vóór 2018 te geven: Peerdenblik. Stemden voor de naamsverandering: de bestuursmeerderheid van CD&V-Nieuw, en de oppositiepartijen Groen en Vooruit. Bij de stemming bracht Groen in herinnering dat de partij destijds had ingestemd met de naam Brivibaplein op voorwaarde dat het gemeentebestuur het volledige verhaal over ‘vrijheid’ erbij zou vertellen. Jonge Letten waren het slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, maar diezelfde jonge Letten hebben ook misdaden begaan waar nog altijd families in West-Vlaanderen onder lijden. Dat laatste is nooit benadrukt. De N-VA onthield zich bij de stemming omdat ze het rapport van de deskundigen wilde afwachten. Het Vlaams Belang stemde tegen omwille van de aanleiding voor de naamsverandering: “desinformatie, geschiedenisvervalsing en schaamteloze polarisatie door journalisten”, waarna Pol Denys ook nog eens uithaalde naar historicus Pieter Lagrou.

Gemeenteraadszitting van Zedelgem, 25 november 2021. De discussie en de stemming over de naamsverandering voor het Brivibaplein is te volgen vanaf 1u00’ tot 1u13’40” (foto © YouTube).

Naschrift, 3 november 2019 – 10u20. Vandaag reageerde het gemeentebestuur van Zedelgem op het advies van de deskundigen. Het gemeentebestuur volgt het advies. Over ‘De Letse Bijenkorf’ luidt het: “Zoals vanuit het expertenpanel wordt geadviseerd, zal het kunstwerk, na afstemming met de Letse partners, worden weggenomen van de huidige locatie en wordt een reflectieperiode ingelast waarin verder beroep wordt gedaan op het internationaal begeleidingscomité. De gemeente neemt tijdens deze periode het initiatief om met alle betrokken partijen te overleggen om zo een gedragen en weldoordachte permanente oplossing en locatie voor de Letse Bijenkorf naar voren te kunnen schuiven.” En over Vloethemveld: “De inhoud van de workshop heeft gemeente Zedelgem de ogen doen openen en doen beseffen dat het verhaal van het POW-kamp nog verder onderzocht dient te worden en bij publiekswerking nog beter dient geduid te worden. Dit is van belang bij alle stappen die verder gezet worden in de ontwikkeling van de publiekswerking van Vloethemveld.” De volledige reactie van het gemeentebestuur kan je hier lezen.