Rudi Kennes (62 j.) is een van de bekendste vakbondsafgevaardigden in ons land, helaas vooral bekend omwille van de strijd tegen de sluiting van de Opel-autofabriek in Antwerpen in 2010. Hij begon in 1978 bij Opel Antwerpen te werken, wat toen nog General Motors heette. In 1983 werd hij bij de sociale verkiezingen verkozen als jongerenafgevaardigde op de lijst van de socialistische vakbond. Bij de sociale verkiezingen vier jaar later was hij al één van de verkozenen met de meeste stemmen. Rudi Kennes werd ondervoorzitter van de Europese Ondernemingsraad bij General Motors, en hoofdafgevaardigde in de vestiging in Antwerpen. Van 2011 tot eerder dit jaar 2021 werkte hij bij het ABVV. Sinds september 2021 is Rudi Kennes parlementair medewerker bij de PVDA, waar hij de sociale dossiers zoals de pensioenen opvolgt. Het PVDA-magazine Solidair interviewde Rudi Kennes voor haar nummer van november-december 2021. Hieronder enkele fragmenten uit het interview. De titel hierboven is onze keuze.

Rudi Kennes: “Ze zeggen dikwijls:’ Rudi, jij bent nogal radicaal’, maar dat is niets in vergelijking met ons mama. Bij één van de eerste vrijdagstakingen die ik deed, begonnen ze Avanti Popolo te zingen. En ‘s avonds zat die melodie in m’n hoofd, en ik begon het aan tafel te zingen. Ineens zegt ons mama: ‘Weet je eigenlijk wat je aan het zingen bent? Waar heb je dat gehoord?’ Wel, daarstraks bij de staking zongen ze dat. En toen vertelde ze mij het hele verhaal, waar het vandaan kwam. Dat het een verzetslied was tegen het fascisme. Ze zei: ‘(…) Als je dat niet meer zingt, tegen elkaar, met elkaar, dan kunnen ze mensen tegen elkaar opzetten.’ Eerst snapte ik het niet, maar toen ik me wat meer verdiepte in de geschiedenis begon het me te dagen. Als je tijdens de oorlog oog in oog stond met je vijand, en je zou dat beginnen zingen? Dan zou die andere zeggen: ‘Ik zing dat ook. Dat is mijn broeder, dat kan nooit mijn vijand zijn.’ Daarom moeten we volgens mij bij de jeugd fel inzetten op samen zo’n liederen zingen, en dan kom je automatisch uit bij dat antifascisme. (…)”

Rudi Kennes is lid van het Onafhankelijkheidsfront. Rudi Kennes: “Dat was natuurlijk één van de grootste verzetsbewegingen tegen het fascisme in ons land. Dat soort verenigingen moeten ondersteund worden. Ik vind dat ze terug groter en belangrijker moeten worden. Toen ik er bijkwam, kon je nog met getuigen een rondgang maken door het Fort. Mensen die het écht hadden meegemaakt. Maar die categorie valt natuurlijk letterlijk weg.”

Herdenking op 31 oktober 2021 van de moord op socialistische partij- en vakbondsmilitanten Albert Pot en Theophiel Grijp, in 1936 vermoord door fascisten, met Rudi Kennes als eerste van links op de foto hierboven en vooraan naast PVDA-voorzitter Peter Mertens op de foto helemaal bovenaan (foto’s © AFF).

Wat nu? Rudi Kennes: “Het eerste wat ik heel graag zou hebben, en wat wij ook doen, dat is bewustwording creëren. Het kan toch niet zijn, in onze maatschappij, dat de collaborateurs beter gekend zijn dan de verzetshelden. Dat is wel degelijk wat er aan de hand is in België. En dat is fout. Onlangs kreeg de echtgenote van De Naeyer (eigenaar van gelijknamige papierfabriek in Willebroek, nvdr.) een plein. Niet dat ik iets tegen haar heb, maar ik ben er zeker van dat er vrouwelijke verzetshelden waren hier in Willebroek. Op school leren we alles over Napoleon, over Caesar. We leren over schitterende kathedralen en monumenten, maar wie heeft die gebouwd? Wie heeft de maatschappij gemaakt zoals ze vandaag is? Graven, ridders, koningen en keizers? Ik denk het niet hé.”

Wat met de collaborateurs? Rudi Kennes: “We moeten ze op een andere manier kennen. Er zijn vandaag nog altijd verschillende Cyriel Verschaevestraten (collaborateur in de Tweede Wereldoorlog, nvdr.). We krijgen die naam maar niet weg. Maar we weten niet wie er door die verraders is opgepakt, weggevoerd en gefusilleerd. De helden die ervoor hebben gezorgd dat we vandaag nog altijd zijn wie we zijn. Hun namen kennen we niet. Straatnamen en pleinen, dat is een titel. Dat is een ereplaats. Daar moeten die niet zijn. Ze mogen van mij op een schandplaats, om ons eraan te herinneren dat we nooit mogen laten gebeuren wat er toen is gebeurd. Een denkmaal, geen trofee.”

Is antifascisme nog nodig? Rudi Kennes: “Ja, natuurlijk. Het fascisme probeert continu om de werkende klasse uiteen te drijven. Zie wat er gebeurde in Italië onlangs, waar een vakbondsgebouw werd bestormd door neonazi’s. Om zulke mannen te bestrijden, moeten we de vakbonden sterk houden. Die jonge mensen die op Vlaams Belang stemmen, die voelen zich in de steek gelaten. Als ik zo’n gastjes op Opel Antwerpen tegenkwam, dan ging ik met hen het gesprek aan. ‘Kameraad, ik versta je frustraties, maar kijk eens rond je. Er zijn mensen die moeten werken en mensen die laten werken. Wat gaat verdeeldheid ons brengen?’”

Rudi Kennes (op deze foto aan het Fort van Breendonk in 2020): “Het kan toch niet dat de collaborateurs beter gekend zijn dan de verzetshelden? Dat is wel degelijk wat er aan de hand is in België. En dat is fout.” (foto © Stefaan Van Parys).

Op één punt moeten we Rudi Kennes tegenspreken. Er is nog slechts één straatnaam die verwijst naar Cyriel Verschaeve: het Cyriel Verschaeveplein in Alveringem. Nadat historicus Koen Aerts de kat de bel aan bond en de op zijn voorzet gemaakte televisiereeksen Kinderen van de collaboratie (2017) en Kinderen van het verzet (2019) werd de Cyriel Verschaevestraat in Lanaken de Anne Frankstraat (2017), de Cyriel Verschaevestraat in Puurs-Sint-Amands de Vrijhalsweg (2020), de Cyriel Verschaevestraat in Kortrijk de Zusters Lovelingstraat (2021), de Cyriel Verschaevelaan in Kapelle-op-den-Bos de Mim Van Keerlaan (2021), en de Cyriel Verschaevelaan in Zoersel de Trien Van Hemeldoncklaan (2021, alle jaartallen zijn de datum van effectieve straatnaamwijziging want tussen de principiële beslissing en de uitvoering ervan gaat om administratieve en andere redenen nogal wat tijd over).

Voor zover als ons bekend zijn er geen straatnamen meer genoemd naar collaborateurs van het kaliber van Cyriel Verschaeve. Er kunnen nog wel straatnamen zijn naar plaatselijk bekende collaborateurs, zoals de Dr. Gerard De Paepstraat in Beveren. Straatnaam op aansturen van de plaatselijke N-VA-afdeling. Het verschil met het Vlaams Belang is dat het Vlaams Belang in 2007 ijverde voor een Dr. Gerard De Paepplein. Wat zéker zo is, is dat er te weinig straatnamen zijn die verwijzen naar mensen die in het verzet tegen de nazi’s actief waren. Die streden voor vrijheid en democratie. Dat moet een volgend actiepunt worden.

Het volledige interview met Rudi Kennes kan je hier lezen.

Een voorbeeld over hoe je verzetshelden in beeld kan brengen: na een straatnaam kreeg Hortense Daman op 23 september 2021 ook een muurschildering in Heverlee. Hortense Daman smokkelde berichten, wapens en springstof in een verborgen vak van de mand op haar fiets waarmee ze koopwaar uit de kruidenierswinkel van haar ouders bezorgde. Op 14 februari 1944 werd het gezin Daman opgepakt door de Gestapo, de Geheime Staatspolizei. Vader en broer werden naar het concentratiekamp van Buchenwald gevoerd; Hortense en haar moeder naar Ravensbrück gedeporteerd. Hortence en haar moeder werden uit Ravensbrück bevrijd door de Sovjet-Unie, waarna ze herenigd werden met vader en broer. Hortense Daman overleed in 2006 op 80-jarige leeftijd. Haar levensverhaal is nog te vinden in enkele bibliotheken (foto’s © Facebook).
Advertentie