Op een studiedag vandaag in de Senaat (foto hierboven) werd een stand van zaken gegeven door het Transmemo-team. Een interdisciplinaire groep wetenschappers (historici en psychologen, Vlamingen en Walen) die werken rond de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, collaboratie en verzet. Het wetenschappelijk werk dat televisiereeksen als ‘Kinderen van de collaboratie’ (Canvas, 2017 en 2019), ‘Kinderen van het verzet’ (Canvas en VRT NU vanaf 22 oktober 2019) en ‘Enfants de la collaboration’ (RTBF, 2020) voorafgaat.

De studie over wat men “de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis” noemt, begint grosso modo in 1969 met het met zes onderzoekers starten van het Navorsings- en Studiecentrum voor de Tweede Wereldoorlog, intussen bekend als CegeSoma. 1969 is echter ook het jaar waarin de stoffelijke resten van priester-dichter én collaborateur Cyriel Verschaeve door de VMO in Oostenrijk uit een grafkelder worden gehaald om ze te herbegraven in Alveringem (West-Vlaanderen), het jaar waarin het Erepark voor de oostfronters in Stekene geopend wordt door het Sint-Maartensfonds, en voormalig VNV-leider Hendrik Elias een prijs krijgt namens de Vlaamse provincies zonder dat gerept wordt over zijn collaboratieverleden. Om maar te zeggen: bij velen is er in 1969 nog geen kritisch besef over de collaboratie. Integendeel.

Het was niet alleen in Vlaanderen dat er gecollaboreerd werd. Men deed het ook in Franstalig België. Alleen houden de collaborateurs in Franstalig België dat stinkend potje zelf meer bedekt dan hun collega’s in Vlaanderen. De bestraffing van de collaboratie is niet anti-Vlaams. Er zijn meer Vlamingen dan Franstalige Belgen bestraft omdat er aan Vlaamse kant nu eenmaal meer collaborateurs waren, maar de bestraffing was in Franstalig België zwaarder. Dat er ook verzetsstrijders waren heeft zich nooit in het collectief geheugen van ons land gehecht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Frankrijk.

Betoging voor amnestie in Gent, ingericht door de Volksunie. In die tijd ging men nog betogen in een wit hemd en met een ‘plastron’ oftewel een ‘cravate’ (foto © RV).

Een vorig jaar afgenomen bevraging bij meer dan 900 mensen brengt enkele opvallende zaken aan het licht. Dat men in Vlaanderen meer begrip heeft voor collaboratie en amnestie dan in Franstalig België, verbaast niet. Wél is het verheugend dat in Vlaanderen hoe jonger men is, men minder begrip heeft voor amnestie voor de collaborateurs.

Op 4 mei 2011 werd voor het eerst een Vlaams Belang-voorstel om amnestie te verlenen aan collaborateurs als bespreekbaar aanvaard in de Senaat. Alle Vlaamse partijen stemden voor het bespreekbaar maken, uitgezonderd Groen. Wat nog niet het goedkeuren van het voorstel betekent, alleen dat men het voorstel wil bespreken. Alle Franstalige partijen stemden tegen. Uiteindelijk werd het voorstel nooit echt besproken. Te oordelen naar de Transmemo-bevraging vindt alvast minstens de jongste generatie Vlamingen dat er geen amnestie moet komen.

Vooraan van rechts naar links drie leden van het Transmemo-team: Koen Aerts, Aline Cordonnier en Florence Rasmont. Het vierde lid, Pierre Bouchat, ontbreekt op de foto (foto © AFF).

Een andere opvallende vaststelling, zo zei men op de Transmemo-studiedag vandaag, is dat men bij gezinnen waar de (groot)ouders betrokken waren bij de collaboratie, men denkt dat de collaboratiegezinnen zwaar geleden hebben onder de repressie. Maar doorgaans zegt men zélf niet zwaar geleden te hebben onder de repressie. De beeldvorming is wel eens anders dan de werkelijkheid.

Dat men zelf (klein)kind is van een collaborateur of verzetsstrijder hoeft niet te betekenen dat men hetzelfde denkt als de (groot)ouders. Dat kan, maar dat is niet altijd zo. In zijn boek ‘Kinderen van de repressie’ geeft Koen Aerts het voorbeeld van Erik Kellens die – met een vader die tijdens de bezetting ploegbaas is bij de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen – tijdens zijn tienerjaren lid is van de Volksuniejongeren en het Sint-Maartensfonds, maar na twee jaar dit de rug keert en zich aansluit bij het Anti-Fascistisch Front.

We vonden overigens nog een affiche terug van het AFF-Gent met Erik Kellens als verantwoordelijk uitgever. Om maar te zeggen: het kan altijd nog de goede richting uitgaan, en Erik Kellens is overigens nog altijd bij betogingen tegen extreemrechts te vinden.

Aanstaande zaterdag 5 oktober spreekt Koen Aerts op een infonamiddag van het Steunpunt Anti-Fascisme (SAF) in Antwerpen. Koen Aerts spreekt er over Vlaams-nationalisme en collaboratie, en de beeldvorming. Vincent Scheltiens spreekt vooraf over het verzet en de communisten.

Advertenties