Na ‘Kinderen van de collaboratie’ in 2017 brengt Canvas vanaf volgende week dinsdag ‘Kinderen van het verzet’. Dertien getuigen vertellen hoe de erfenis van de Tweede Wereldoorlog hun eigen leven heeft bepaald, soms tot vandaag. Ze vertellen over de verzetsdaden van hun ouders en hoe ze daar soms zelf bij werden betrokken, over het verlies en de pijn, over de verschrikkingen van de concentratiekampen van de nazi’s en onverwerkte oorlogstrauma’s. Vanaf dinsdag 22 oktober om 21.20 u. op Canvas en meteen ook integraal op VRT NU. Bij de persvoorstelling werd de eerste aflevering van deze televisiereeks getoond, en na de beelden bleef het lang stil bij de aanwezige journalisten. Het hakte er emotioneel in.

Historicus Koen Aerts (UGent) zorgde net als bij de ‘Kinderen van de collaboratie’ voor de wetenschappelijke begeleiding. Koen Aerts: “’Kinderen van het verzet’ is een even logisch als noodzakelijk vervolg op ‘Kinderen van de collaboratie’. Logisch omdat ook deze reeks focust op kinderen die opgroeien in de schaduw van het oorlogsverleden. Noodzakelijk omdat ze een portret brengt van kinderen die in de hoek zitten waar tijdens de bezetting de klappen vielen, een kamp dat na de oorlog vaak werd vergeten of geridiculiseerd. Hoewel het verzet als winnaar uit de oorlog kwam, verloor het in de Vlaanderen de strijd om de herinnering. Canvas maakt de inhaalbeweging en geeft dat verhaal een stem, een gezicht en een betekenis.”

Nico Wouters is directeur van het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij (CegeSoma). Hij beaamt het gebrek aan aandacht waar verzetsmensen decennialang mee moesten omgaan. Nico Wouters: “De geschiedenis van het verzet in Vlaanderen is niet zozeer ‘onverwerkt verleden’ als wel ‘vergeten verleden’. Terwijl de collaboratie en de repressie overmatig veel aandacht krijgen, verdwijnt het verzet na 1945 geleidelijk tussen de plooien van de geschiedenis. Toch heeft het verzet ook in Vlaanderen een sterke aanwezigheid en een rijke geschiedenis. Daarom is deze nieuwe reeks wellicht nog belangrijker dan die over de collaboratie. Vijfenzeventig jaar na de bevrijding voegt ze een essentiële laag toe aan de eenzijdige oorlogsherinnering in Vlaanderen.”

Koen Aerts (UGent), zelf kleinzoon van een grootmoeder die actief was in het verzet (foto © AFF).

De dertien ‘kinderen van het verzet’ die in deze reeks aan het woord komen, vormen geen homogene groep. Ze staan allemaal anders in het leven, met hun eigen bagage en overtuigingen. Wat ze wel delen, is de erfenis van een bezwaard oorlogsverleden. De groep is ook in de benadering van dat verleden heel divers, maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze zijn trots op hun ouders, die ervoor hebben gekozen zich niet neer te leggen bij de nazibezetting en actief in het verzet stappen. Ook al had die keuze voor velen van hen dramatische gevolgen.

De getuigen vertellen over de risico’s die hun ouders namen tijdens de oorlog. Die ouders zaten allemaal in het verzet, maar hielden zich met heel verschillende activiteiten bezig. Sommigen verspreidden sluikpers, anderen hielpen mensen onderduiken en nog anderen pleegden aanslagen of sabotagedaden. Sommige getuigen hebben de oorlog als kind of als jonge tiener heel bewust meegemaakt, anderen zijn pas jaren na de oorlog geboren. De jongste getuige in de reeks is 53 jaar oud, de oudste is 92.

De oudere getuigen zijn vaak getraumatiseerd door wat ze tijdens de oorlog zelf hebben beleefd. Sommige van hen zagen hoe hun ouder(s) werd(en) gearresteerd door de Duitsers. In een aantal gevallen keerden ze nooit terug. De getuigen herinneren zich hoe het voelde om voortdurend in angst te leven, bang voor een inval van de Gestapo. En hoe het was om als kind een groot geheim te dragen, waar je tegen niemand iets over mocht zeggen. Al die ervaringen hebben op hen een blijvende impact gehad.

De jongere getuigen in de reeks delen dan weer andere ervaringen. Zij behoren tot een naoorlogse generatie die opgroeide in een gezin waar de oorlog nog dagelijks aanwezig was. Maar vaak rustte op dat verleden een taboe, waardoor het onmogelijk was om vragen te stellen aan hun ouders. De kinderen werden geconfronteerd met gebeurtenissen en emotionele uitbarstingen die ze niet konden plaatsen en niet zelden zochten ze zelf een manier om te ontsnappen aan die oorlog. Meestal voelden ze pas decennia later de nood om te gaan graven in het oorlogsverleden van hun ouders. Wat ze ook deden en doen in het leven, ook voor hen is de oorlog nooit ver weg.

Net zoals ‘Kinderen van de collaboratie’ is ook ‘Kinderen van het verzet’ chronologisch opgebouwd. De eerste aflevering begint met de Duitse inval in België in 1940 en de laatste eindigt in het nu.

De bezetter treedt hard op tegen het verzet (foto © CegeSoma).

Aflevering 1: In het verzet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stapten tienduizenden Belgen in het verzet tegen de nazi’s. Hun kinderen getuigen over die oorlogsperiode. Wat deden hun ouders, waarom gingen ze in het verzet en hoe gevaarlijk was dat? Beseften ze welk risico ze namen en welke impact hun verzet kon hebben op hun omgeving? De kinderen herinneren zich de oorlogsperiode nog levendig. Hoe ze moesten zwijgen over wat ze thuis zagen en hoorden, en hoe bang ze waren dat de verzetsdaden van vader of moeder zouden worden ontdekt.

Veel verzetslieden werden opgepakt door de Duitsers. Die arrestaties staan 75 jaar later bij vele kinderen nog op het netvlies gebrand. Sommige getuigen zagen hun vader of moeder nooit terugkeren uit het Duitse gevangenschap. Vandaag blikken ze terug: was het dat allemaal waard? En welk gevoel overheerst: trots om wat ze deden? Of verbittering om het onherstelbare verlies?

Gevangenen tijdens een dodenmars (foto © RV).

Aflevering 2: De hel van de kampen. September 1944. Het grootste deel van België is bevrijd, maar de oorlog is nog niet voorbij. Tienduizenden Belgen zitten nog vast in de concentratiekampen van de nazi’s. De familie is niet op de hoogte van hun lot. Het is bang afwachten wie terugkomt en wie niet. En wanneer de overlevenden terugkomen, zijn hun verhalen zo gruwelijk dat haast niemand ze gelooft.

De getuigen vertellen hoe zij de bevrijding in België meemaakten. Het was vaak erg dubbel: langs de ene kant vreugde om het einde van de bezetting, langs de andere kant de grote onzekerheid over het lot van vader of moeder. Maandenlang bleef die onzekerheid hun leven bepalen. Pas in de zomer van 1945 kwam er nieuws: had hun vader of moeder de kampen overleefd of niet? En in welke toestand?

De verhalen over die kampen kwamen vaak pas veel later. Ze zijn zo gruwelijk dat het voor veel kinderen ook vandaag nog heel moeilijk is om te vertellen wat hun ouders in het Duitse gevangenschap hebben doorgemaakt.

Getuige Jan Vanriet tussen een groep voormalige politieke gevangenen in 1959 (foto © Jan Vanriet / VRT).

Aflevering 3: Een oorlog die nooit stopt. De oorlog is voorbij, maar in veel gezinnen van verzetslui blijft hij nog decennia lang elke dag aanwezig. En toch is spreken over die oorlog vaak taboe. Kinderen groeien op met de oorlogstrauma’s van hun ouders. Wie het oorlogsverleden oprakelt, rijt daarmee ook oude wonden open. Overlevenden van de kampen hebben vaak het gevoel dat ze hun verhaal enkel bij lotgenoten kwijt kunnen. Alleen wie het zelf heeft meegemaakt, kan begrijpen wat er in hen omgaat.

De maatschappij zit niet te wachten op hun verhalen en neemt de vlucht vooruit. Oud-verzetsmensen kruipen in hun schulp en bouwen een muur om zich heen. Voor hun kinderen zijn de gevolgen van de oorlog bij hun ouders dagelijks zichtbaar: nachtmerries, woede-uitbarstingen, lichamelijke en geestelijke pijnen, stilzwijgen, verbittering. Ze moeten een manier vinden om er mee om te gaan en worstelen soms nu nog met de zoektocht om alles een plaats te geven.

Weerstanders komen op straat (foto @ Amsab).

Aflevering 4: Helden op de barricade. In de jaren vijftig en zestig verenigen oud-verzetslieden zich en proberen ze te wegen op het publieke debat. Ze strijden voor een strenge bestraffing van collaborateurs en erkenning voor hun eigen verzetsdaden. Later verzetten ze zich met man en macht tegen de plannen om amnestie aan collaborateurs te verlenen. Dat die collaborateurs steeds vaker van zich laten horen, valt in verzetskringen niet in goede aarde.

Hoe meer jaren verstrijken, hoe moeilijker het voor oud-verzetsmensen wordt om hun stem te laten horen. De herinnering aan wat zij deden tijdens de oorlog raakt vervaagd. Er ontstaan mythes die het imago van het verzet besmeuren. Rond het verzet hangt in de jaren zeventig een waas van avonturisme, banditisme en criminaliteit. Veel verzetsmensen zijn verbitterd door de scheefgetrokken herinnering aan hun daden.

Getuige Yvette Merchiers mijmert over het verleden (foto © VRT).

Aflevering 5 : Erfenis van een oorlog. De Tweede Wereldoorlog ligt ondertussen al 75 jaar achter ons, maar voor kinderen van verzetsmensen is hij nog dagelijks aanwezig. De oorlog heeft hun leven getekend. Hun engagement op sociaal en maatschappelijk vlak is gelinkt aan het verleden en velen zetten de strijd van hun ouders tegen het extremisme vandaag nog voort.

Vele kinderen van het verzet maken zich zorgen over de erfenis van de daden van hun ouders. Ze kijken door die bril naar de actualiteit en hebben daar ook uitgesproken meningen over. Maar bovenal komt één boodschap altijd bovendrijven: nooit vergeten.

Nico Wouters, directeur CegeSoma, tijdens een studiedag een paar weken geleden in de Senaat. Samen met Bruno De Wever en anderen aan het woord in de laatste aflevering van ‘Kinderen van het verzet’ (foto @ CegeSoma).

Aflevering 6 : De mythes van het verzet. In de laatste aflevering analyseren experten de beeldvorming in Vlaanderen over het verzet. Waarom denken wij over het verzet wat we denken? Er zijn zo’n aantal beelden die rond het verzet hangen, die doorheen de jaren dominant zijn geworden. Wie over het verzet spreekt, zal vaak beginnen over de zogenaamde ‘septemberweerstanders’. Mensen die op het laatste moment in het verzet zijn gegaan, en zich dan tijdens de straatrepressie te buiten gingen aan wreedheden tegen verdachten van collaboratie. Maar stoelt dat beeld ook op werkelijkheid? En waarom zitten er geen verzetsstrijders in het collectieve geheugen in Vlaanderen?

Het verzet heeft in Vlaanderen nooit echt kunnen rekenen op veel publieke belangstelling. De vaderlandslievende organisaties zijn er niet in geslaagd om met één stem naar buiten te treden. Er is in Vlaanderen altijd veel meer aandacht geweest voor de collaboratie dan voor het verzet. Het verzet kreeg nauwelijks aandacht in de populaire beeldcultuur en ook op academisch gebied was er weinig interesse.

Die lacunes worden pas de laatste decennia ingevuld, maar als het gaat over beeldvorming over het verzet, houden veel mythes hardnekkig stand. In deze aflevering leggen historici uit hoe het komt dat Vlaanderen zo’n unieke omgang met dat verzetsverleden heeft gecultiveerd en proberen ze enkele hardnekkige foute denkbeelden de wereld uit te helpen. Koen Aerts (UGent), Pieter Lagrou (ULB), Nico Wouters (CegeSoma), Dimitri Roden (Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk), Babette Weyns (UGent), Michèle Corthals (UA) en Bruno De Wever (UGent) leggen het u uit.

Later op deze blog: ‘Kinderen van het verzet’: het boek.