Van de zomer van 1942 tot de zomer van 1944 worden met achtentwintig transporten meer dan 25.500 onschuldige Joden, Roma en Sinti vanuit de Dossinkazerne in Mechelen weggevoerd naar de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi’s. Op 19 april 1943 vertrekt het twintigste transport met aan boord 1.631 mannen, vrouwen en kinderen. Met een stormlamp doen drie jonge Brusselaars de trein ter hoogte van Boortmeerbeek stoppen, waarna een van hen de zeventiende wagon opent en de mensen er de kans geeft weg te vluchten. Maar ook later kunnen mensen ontsnappen, nadat Eva Fastdag verzetsmensen in één wagon heeft laten plaatsnemen waar mensen uit de schrijnwerkerij van de Dossinkazerne vooraf hamers, zagen en schroevendraaiers hebben verborgen om de schuifdeur van de wagon van binnenuit te openen. Een beestenwagon, niet een wagon voor personenvervoer. Het verhaal is zo uniek dat er een film over het twintigste transport in voorbereiding is, en Simon Gronowski, de laatste nog levende ontsnapte uit die trein, kennen we intussen van een lied van Buurman en als een van de gezichten van de 8 meicoalitie. Voorbije vrijdag is in Brussel een expo geopend over de ontsnappingen uit het twintigste transport, en vanaf 19 april is er ook een catalogus van de tentoonstelling.

Fotograaf Jo Struyven (°Sint-Truiden, 1961) woont langs de spoorlijn die voor het twintigste transport werd gebruikt en werd getriggerd door het verhaal van Simon Gronowski (foto links hierboven © RV). Op 1 september 1942 duikt het gezin Gronowski (vader Leon Gronowski, moeder Chana Kaplan en de kinderen Ita en Simon) onder. Vader Gronowski  is weggevlucht uit Polen omwille van de slechte economische omstandigheden en het opkomend antisemitisme. De eerste jaren in België werkt hij in de koolmijnen, nadien kan hij in Etterbeek de lederwinkel ‘Chez Sally’ openen. Bij de bezetting komt de familie Gronowski snel op de lijst van Joden te staan; aan het etalageraam van de winkel wordt een plakkaat opgehangen: ‘Jüdisches Geschäft – Entreprise Juive – Joodse Onderneming’. Op 17 maart 1943 zitten moeder en de twee kinderen aan het ontbijt in hun schuiloord als twee Gestapo’s zich melden. Vader Gronowski is niet thuis, hij ligt in een ziekenhuis omdat zijn longen aangetast zijn door het werk in de mijnen. Moeder en de twee kinderen worden meegenomen naar het hoofdkwartier van de Gestapo aan de Louizalaan in Brussel, en een dag later met een vrachtwagen naar het doorgangskamp van de Dossinkazerne in Mechelen gebracht.

Op 19 april 1943 worden moeder en de dan 11-jarige Simon op het twintigste transport naar Auschwitz-Birkenau gezet, samen met 1.629 anderen. Dochter/zus Ita wordt daags tevoren vrijgelaten omdat ze Belgische is. Belgische Joden worden dan nog niet gedeporteerd. Het is uitstel van executie. Op 19 september 1943 deporteren ze Ita alsnog met het tweeëntwintigste transport. Drie dagen later wordt de 18-jarige  Ita vergast in Auschwitz. De 11-jarige Simon Gronowski springt, op aansporen van zijn moeder, uit de trein een hele tijd na het stoppen van de trein door het verzet van Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon in Boortmeerbeek. Enkele mannen zijn erin geslaagd de metalen schuifdeur te openen met het verstopte gereedschap. Acht mensen springen eerst, en dan is het de beurt aan Simon. Nadat Simon springt, wacht hij op zijn moeder. Maar die springt niet. Bewakers hebben door wat er is gebeurd en lopen schreeuwend en vurend richting Simon. Die maakt zich uit de voeten en holt een hele nacht door velden en bossen. Tot hij aanklopt bij een arbeidershuisje in Berlingen (nu een dorpskern van Wellen, provincie Limburg), huis dat Jo Struyven fotografeerde. De enige foto in kleur op de tentoonstelling.

Reconstructie van wie waar van de trein sprong (foto © Instagram).

In totaal ontvluchten 236 gedeporteerden het twintigste transport (15 % van 1.631 op de trein), 25 mensen sterven bij hun vluchtpoging door de kogels van de treinbewakers of door een ongelukkige val. Er worden 91 mensen later opnieuw opgepakt, 84 van hen worden met het eenentwintigste tot en met het zesentwintigste transport opnieuw naar Auschwitz-Birkenau gestuurd. Uiteindelijk herwinnen 120 mensen zo definitief hun vrijheid (7,4 %). Van wie wel nog op de trein bleef, wordt 62,7 % (874 vrouwen, kinderen, ouderen en zieken) onmiddellijk afgevoerd naar de gaskamers van Auschwitz II-Birkenau; de 521 anderen worden ingezet voor dwangarbeid dan wel in een ‘quarantaineblok’ geplaatst. Uiteindelijk overleven 151 mensen (10,8 %) het twintigste transport, wat uitzonderlijk hoog is. Bij het negentiende transport brengen slechts 8 mensen (1,3 %) het er levend van af; bij het eenentwintigste transport 44 (2,8 %). De mensen bij wie Simon Gronowski in Berlingen aanklopt, brengen hem naar rijkswachter Jean Aerts in Borgloon. Die zet Simon in de kledij van zijn zoon en vervolgens op de trein naar Schaarbeek. Simon kan in Brussel onderduiken, maar ziet zijn vader pas zeventien maanden later bij de bevrijding. Twee maanden later sterft zijn vader uit wanhoop.

Simon Gronowski wordt advocaat en een begenadigd jazzpianist. Over wat hij heeft meegemaakt, begint hij pas publiek te praten in 2000. Nadat men het hem expliciet gevraagd heeft. Jo Struyven zocht naar de exacte locaties waar de 236 mensen van de trein sprongen bij het twintigste transport. Struyven ging die plekken fotograferen en manipuleerde de foto’s vervolgens als waren ze ’s nachts gefotografeerd (tweede foto helemaal bovenaan: Borgloon © Jo Struyven). Het twintigste transport vertrok stipt om 22 uur vanuit Mechelen, het was dus al donker maar er scheen een volle maan. We krijgen zo een zicht op hoe het landschap eruit moet gezien hebben toen men van de trein sprong en men verder de weg moest zoeken in het donker. Zoals al gezegd is het huis waar Simon Gronowski aanklopte als enige in kleur weergegeven (foto rechts helemaal bovenaan © Jo Struyven). Twee schilderijen van Luc Tuymans vervolledigen de tentoonstelling in het Joods Museum van België, maar hebben ons inziens geen toegevoegde waarde. Bij een bezoek koop je best een combiticket om ook de permanente tentoonstelling van het Joods Museum van België te bekijken. De catalogus van de tentoonstelling wordt uitgegeven door de Stichting Auschwitz en is vanaf 19 april 2023 beschikbaar.

  • Tentoonstelling 236 – Land(es)capes from the 20th convoy, Joods Museum van België, Miniemenstraat 21 in Brussel. Tot 14 augustus 2023, alle dagen behalve op maandag en feestdagen.
  • Interview met Jo Struyven in Pompidou, donderdag 19 januari 2023 (Klara).
  • Simon Gronowski bij een bezoek met een honderdtal scholieren aan Auschwitz in Terzake, vrijdag 20 januari 2023. Met de quote: “Ik strijd eigenlijk tegen extreemrechts, want dat is een bedreiging voor de mensheid. En voor de jeugd. Want extreemrechts is de wieg van racisme, fascisme, nazisme, antisemitisme waarvan ik het slachtoffer was. En van de haat. De jongeren moeten het gevaar daarvan kennen, het is dus heel belangrijk om hen te informeren.”
  • Op 14 februari 2023 speelt Simon Gronowski met zijn jazz-orkest een concert in Flagey te Brussel, als begin van een crowdfundingactie voor de 8 meicoalitie.
  • Boek waaruit we een aantal gegevens ontleenden: Marc Michiels – Mark Van den Wijngaert, Het XXste transport naar Auschwitz. De ongelijke strijd op leven en dood, Davidsfonds, 2019, 287 blzn.
Simon Gronowski op 8 mei 2022 bij de manifestatie van de 8 meicoalitie in Breendonk (foto © AFF). Dit jaar voert de 8 meicoalitie actie op zondag 7 en maandag 8 mei 2023.
Advertentie