Over het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog is maar weinig bekend bij de Vlamingen, en al zeker bij de jongeren. In het beste geval heeft men wel eens namen van organisaties horen vallen als het Onafhankelijkheidsfront, de Witte Brigade – Fidelio of de Nationale Koningsgezinde Beweging, maar daarnaast waren er nog talloze kleinere en minder bekende organisaties. Tjen Mampaey bracht eerder al De Zwarte Hand onder de aandacht, met een boek in 1993 en een herziene uitgave in 2018. Als gewezen onderwijzer in Puurs weet Tjen Mampaey allicht dat herhaling een goede leermethode is, en nu brengt hij een boek uit over De Zwarte Hand met de focus op de jonge leider ervan, de twintiger Clement ‘de Clem’ Dielis (foto’s hierboven © EPO).

In de zomer van 1940 gaat de eerste vergadering door van een organisatie die dan nog geen naam heeft. Tien mannen uit Puurs en omgeving vinden elkaar om iets te doen tegen de Duitse bezetter. Het enthousiasme is groot en tegelijk naïef. Ze willen sluikbladen maken en verspreiden, inlichtingenwerk verrichten, clandestiene radio-uitzendingen maken, zaken saboteren en gewapend verzet plegen. De organisatie verspreidt zich over Klein-Brabant en de Rupelstreek. Na een discussie wordt gekozen voor ‘De Zwarte Hand’ als naam van de organisatie. Om het sérieux van de organisatie te beklemtonen moet een lidmaatschapsbewijs ingevuld worden. Met naam, adres, geboortedatum én een foto. De bewijzen worden bewaard op een geheime plaats, maar het is een onderschatting van het gevaar als die bewijzen toch in handen van de Duitsers zouden vallen. Al gauw telt De Zwarte Hand meer dan 100 leden uit alle lagen van de bevolking. De helft is 20 jaar of jonger. Jeugdige (over)moed dus.

De Zwarte Hand slaagt in een aantal doelstellingen die ze voorop had gesteld. Het is boeiend te lezen wat de vaak jonge leden van De Zwarte Hand motiveert en hoe ze te werk gaan. Als leider van De Zwarte Hand kiest men voor een man met ervaring in spionageactiviteiten tijdens de ‘Grote Oorlog’ zoals toen nog de Eerste Wereldoorlog werd benoemd. Als in mei 1941 blijkt dat de man op café teveel praat heeft om goed te zijn, wordt de man aan de kant geschoven en wordt de dan 21-jarige Clement Diels de nieuwe leider van De Zwarte Hand. ‘De Clem’ toont meteen zijn leiderscapaciteiten wanneer iemand zich bij hem beklaagt dat hij als vrachtwagenchauffeur geen bonnetjes voor brandstof krijgt, terwijl op het vliegveld van Hingene een volle tank benzine staat.

Van de 111 leden van De Zwarte Hand worden er 109 opgepakt door de nazi’s. Een tocht langs de concentratiekampen begint. Slechts 37 keren levend terug. V.l.n.r.: Robert Mertens, Leonard Van De Sande en Willem Van Hoof, alle drie op 19-jarige leeftijd overleden in een concentratiekamp. Respectievelijk in Groß-Rosen, Sandbostel en Eesterwegen (foto’s © EPO).

Op 20 september 1941 worden in Ruisbroek twee leden van De Zwarte Hand opgepakt bij het bussen van pamfletten met De tien vaderlandsche geboden. Negen dagen later wordt in Puurs een ander lid van De Zwarte Hand aangehouden. De twee uit Ruisbroek kennen hem niet en kunnen hem bijgevolg  niet verraden hebben. Er volgen nog meer aanhoudingen en op 17 oktober 1941 wordt ook Clement Dielis gearresteerd. Hij wordt afgevoerd naar de gevangenis van Mechelen, en geregeld naar Breendonk gebracht waar hij ondervraagd en zwaar mishandeld wordt. Tjen Mampaey volgt het spoor van Clement Dielis tot hij uiteindelijk samen met anderen in Duitsland geëxecuteerd wordt en begraven wordt in een anoniem graf. Clement Dielis was een Nacht und Nebel-gevangene waarover niets bekend mocht geraken bij wie achterbleef. Clements moeder ontdekt toch nog het graf van haar zoon, en er volgt een herbegraving in Puurs.

Tjen Mampaey toont zich als een meesterlijke verteller wanneer hij verhaalt over Clement Dielis die troost zoekt in een foto van zijn lief. Foto die hij goed verborgen heeft kunnen houden in de gevangenis. Het is alsof Tjen Mampaey mee in de gevangeniscel zit om Clement Dielis te observeren. Ook hoe zijn moeder Clement als dode herkent, is beklijvend.

Drie De Zwarte Hand-leden die nog wel levend terugkwamen uit de concentratiekampen: v.l.n.r. Florent De Boeck (22 jaar bij zijn bevrijding uit Sachsenhausen in 1945, overleden in Essen in 2018), Hendrik De Bondt (20 jaar bij zijn bevrijding uit Brandenburg, overleden in Reet in 2012) en Jozef Suykens (23 jaar bij zijn bevrijding uit Laband, overleden in Puurs in 1978) (foto’s © EPO).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageren zich circa 150.000 Belgen in het verzet tegen de bezetter, 2,5 % van de 16- tot 65-jarigen. Ongeveer 40.000 verzetsstrijders worden gearresteerd en bijna 15.000 komen om in een actie, door executie of in gevangenschap. Daarmee is het engagement in het verzet dodelijker dan mee gaan strijden met de nazi’s. Toch worden in Vlaamsgezinde en katholieke middens de oostfronters als helden bejubeld en betreurd, terwijl er minachting en erger is voor de verzetsstrijders. Dat dient natuurlijk een politiek doel: het witwassen van de collaboratie en daarmee ook van extreemrechtse tendensen in het naoorlogse Vlaanderen.

Het is dan ook logisch – al zal je dat in maar weinig boeken over het verzet vinden – dat ook aandacht wordt besteed aan de erfgenamen van de collaboratie en het verzet. Tjen Mampaey doet dat wél met korte voorstellingen van groepen als het Sint-Maartensfonds en Schild & Vrienden tot partijen als Vlaams Blok/Vlaams Belang en N-VA enerzijds, en organisaties als het Anti-Fascistisch Front (AFF) en Hand in Hand, tot een partij als de PVDA/PTB en Kazerne Dossin anderzijds. Sommige van die organisaties bestaan niet meer, maar worden voortgezet in een andere vorm. Andere organisaties zijn blijvers.

Tjen Mampaey vermeldt de in Puurs wonende auteur en VNV’er Bert Peleman die na de Tweede Wereldoorlog ter dood wordt veroordeeld voor collaboratie. Een straf die omgezet wordt in een gevangenisstraf. Bert Peleman wordt onder andere vastgehouden in het hechteniskamp van Lokeren. Zondag 11 september 2022 woonden nog altijd een 250-tal mensen in het voormalige hechteniskamp een herdenkingsdienst bij voor al wie er opgesloten was. Voorpost was betrokken bij de organisatie, en ’t Pallieterke was er ook.

Twaalf leden van De Zwarte Hand werden op 7 augustus 1943 in Lingen (Duitsland) geëxecuteerd. V.l.n.r.: uurwerkmaker-goudsmid en koster Marcel De Mol die als eerste begint met aanleggen van een lijst van de collaborateurs (35 jaar als hij geëxecuteerd wordt), Henri Pauwels (22), Achiel Daes (20), Emiel De Cat (48), Jozef Verhavert (25), Albert De Bondt (20), Jozef Peters (24), Louis Hofmans (23), Remy De Mol (43), Edmond Maes (21), Jean-Pierre Vincent (22) en Clement Dielis (23) (foto © RV).

Een tweede extra in het boek van Tjen Mampaey is een verslag van hoe kleinkinderen van De Zwarte Hand-leden terugkijken op wat hun grootvader deed. Hoe kijken ze naar het verzet toen? Zouden ze zelf in een verzetsorganisatie stappen? Hoe reageren ze op de wereld vandaag? Dertien letterlijke citaten van evenveel kleinkinderen sluiten dit deel af. Tjen Mampaey gaf ook twee lezingen bij leerlingen van het Atheneum in Boom, waarna de leerlingen een aantal vragen kregen om over te reflecteren. Bij Sjabi Puurs, het Sint-Jan Berchmansinstituut, vroeg de auteur om de tekst van het boek te lezen en een aantal vragen te beantwoorden. Reacties en lessen die de leerlingen eruit trekken, werden eveneens opgenomen in Zijn naam was Clement Dielis.

Dit deel van het boek had nog meer uitgewerkt mogen worden. Zo zien nogal wat jongeren in het engagement van De Zwarte Hand gelijkenissen met zich engageren in bijvoorbeeld Youth for Climate, Black Lives Matter, opkomen voor de LGBTQ’ers of vluchtelingen, maar hoeveel doen het ook effectief en wat kan een hefboom zijn tot daadwerkelijk engagement?

De Morgen-columnist Marnix Peeters heeft een nieuw boek uit (Komt een priester bij Belzëbub) en daarvoor krijgt hij dezer dagen paginagrote interviews in de kranten. Het interview in Gazet van Antwerpen van 16 september 2022 beëindigt hij met: “Pak Wil van Olyslaegers. Goed, dat gaat over een onderwerp waarover nagedacht mag worden, maar val mij daar niet mee lastig. Nee, het volgende boek over het verzet ga ik verbranden. Het is toch waar, zeker?” Dat is fascistische taal (“Het volgende boek over het verzet ga ik verbranden.”), al is Marnix Peeters geen fascist. Wel minstens dom, want Zijn naam was Clement Dielis van Tjen Mampaey gaat over het verzet en is een pareltje van een boek, een boek om te koesteren.

Tjen Mampaey, Zijn naam was Clement Dielis, Mammoet (imprint van Uitgeverij EPO), 210 blzn., 22,50 euro. Met een voorwoord van Bruno De Wever.

Vrijdag 23 september 2022, vlak vóór de eerste boekvoorstelling van Zijn naam was Clement Dielis, werd in Puurs onder ruime belangstelling een ‘struikelsteen’ geplaatst aan de woning waar Clement Dielis laatst woonde. Over het plaatsen van ‘struikelstenen’ is er intussen een mooie en goede documentaire gemaakt door vzw Singeling (foto’s © Facebook).
Advertentie