Voorbije zaterdag werd aan een van de toegangswegen naar de Kalmthoutse Heide een prachtig bronzen standbeeld van Raf Thys onthuld dat een eerbetoon is voor de vrouwelijke verzetshelden uit de Eerste Wereldoorlog (foto hierboven © AFF). “Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er heel wat vrouwelijke heldinnen actief in het verzet in onze streek”, zegt schepen voor cultuur Silke Lathouwers (CD&V) in Het Laatste Nieuws. “Met gevaar voor eigen leven smokkelde een aantal Kalmthoutse heldinnen talloze brieven en mensen door de Doodendraad tussen België en Nederland, of ze spioneerden voor het verzet. Sommigen werden gearresteerd en gevangen gezet door de Duitsers. Na de oorlog werden ze geëerd als heldinnen. Enkelen onder hen kregen de titel ‘Heldin des Vaderlands’. Die moed verdient een permanente herinnering.” Vandaar het standbeeld, op initiatief van de kunstenaar die bovenop het beeld van zo’n heldin ineens een (vredes)duif plaatste.

Sommige heldinnen uit de Eerste Wereldoorlog zijn bekend tot over de landsgrenzen. Zoals de Britse verpleegster Edith Cavell die aan het hoofd stond van een verpleegstersschool in Brussel verbonden aan een ziekenhuis. Vanaf september 1914 organiseerde zij ontsnappingsroutes voor Belgische, Britse en Franse soldaten. Britse en Franse soldaten die terug wilden naar hun land werden eerst opgevangen in het ziekenhuis. Op 5 augustus 1915 werd Cavell aangehouden en opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. In totaal werden 66 leden uit het netwerk van Edith Cavell aangehouden, waarschijnlijk na verraad. Samen hadden ze het leven van meer dan 400 mensen gered. Op 15 oktober 1915 werd Edith Cavell ter dood veroordeeld voor hoogverraad; een dag later werd ze reeds terechtgesteld. Rond die tijd werden in Kalmthout en omgeving meerdere mannen en vrouwen opgepakt door de Duitsers.

Eén van de heldinnen was Maria Boden, grootmoeder van Raf Thys’ inmiddels overleden echtgenote. Haar broer Cornelius en neef Jozef werden opgeroepen om te vechten voor het vaderland. Het enige contact met de familie verliep met brieven die van en naar het front gestuurd werden via Nederland en Engeland. Maria Boden ging de Nederlandse grens over om bij een oom brieven op te halen of te brengen. Als er post was van haar neef moest die post nog tot bij diens echtgenote in Gent geraken. Maria Boden nam ook post voor anderen mee, en werd op 26 november 1915 door de Duitsers aangehouden in het bezit van meerdere brieven. Maria Boden werd opgesloten in de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen. Na een maand werd ze vrij gelaten.

Maria Boden, affiche en de tentoonstelling ‘De heldinnen van de Eerste Wereldoorlog’ (foto’s © AFF en RV).

Een tentoonstelling in Kalmthout brengt het verhaal van Maria Boden en nog vele andere vrouwen. Vrouwen die ook betrokken waren bij het smokkelen van mensen door de ‘doodendraad’ heen die België van Nederland scheidde en/of betrokken waren bij inlichtingen- en verzetswerk. Wat hen vaak meer kostte dan Maria Boden overkwam. Tot en met hun leven dat ze moesten laten. Het is bekend dat een aantal verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog gebruik maakten van hun ervaring bij de Eerste Wereldoorlog, maar op de tentoonstelling in Kalmthout is daar geen vermelding van te zien. Voor meerdere onder hen is het omdat ze de Tweede Wereldoorlog niet haalden.

Minder bekend is dat de vrouwen die erkend werden voor hun lijden en verzet tijdens de Eerste Wereldoorlog als eerste vrouwen stemrecht kregen in ons land. Begin 1919 wordt daarover een wetsontwerp ingediend door de regering-Delacroix I, een coalitie van de Katholieke Partij, de Liberale Partij en de Belgische Werkliedenpartij (de socialistische BWP). De katholieke rechtervleugel zegt voor het stemrecht voor vrouwen te zijn, maar vindt het wetsontwerp ongrondwettelijk. Er wordt onderhandeld tussen de verschillende partijen en strekkingen, en op 10 april 1919 wordt een akkoord bereikt. Vrouwen hebben tot dan geen stemrecht, maar bij de eerstvolgende parlementsverkiezingen wordt alvast stemrecht verleend aan “de weduwen van gesneuvelde soldaten en gefusilleerde burgers of, bij ontstentenis van hen, aan hun moeders, alsook aan de vrouwen die om politieke redenen veroordeeld werden”. Weduwen die hertrouwen krijgen geen stemrecht.

Maria Boden vindt het een hele eer en is fier dat ze mag gaan stemmen. De socialisten bekomen dat bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen afgestapt wordt van het meervoudig stemrecht voor mannen. Tot dan kregen mannen vanaf 25 jaar naargelang hun maatschappelijke positie 1 tot 3 stemmen. Vanaf 1921 is er bij de gemeenteraadsverkiezingen enkelvoudig stemrecht voor alle mannen en vrouwen vanaf 21 jaar. Bij de parlementsverkiezingen in 1919 zijn er 11.823 vrouwelijke kiezers; bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1921 trekken voor het eerst meer dan 2.000.000 vrouwen naar de stembus. Wel zijn er nog beperkingen. Zo kon een vrouw gemeenteraadslid worden, maar nog geen schepen of burgemeester. Een paar maanden later wordt die beperking afgeschaft, maar moeten vrouwen die schepen of burgemeester wil zijn daarvoor toestemming vragen aan hun echtgenoot. De eerste twee vrouwelijke burgemeesters in Vlaanderen zijn evenwel ongehuwden. Vrouwelijke burgemeesters moeten aanvankelijk nog hun politiebevoegdheid afstaan aan een mannelijke schepen.

Voor de parlementsverkiezingen is er een nog langere weg af te leggen: eerst mogen vrouwen zich verkiesbaar stellen maar nog niet zelf gaan stemmen, en enkele vrouwen worden verkozen alhoewel ze dus niet zelf mogen deelnemen aan de parlementsverkiezingen. Met de wet goedgekeurd op 27 maart 1948 mogen vrouwen ook zelf gaan kiezen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, en met de parlementsverkiezingen op 26 juni 1949 kunnen ze voor het eerst gebruik maken van dat recht. De weg naar stemrecht voor vrouwen is lang, maar werd geopend door de vrouwen die lijden en/of in het verzet gingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.   Een andere conclusie is: na de Eerste Wereldoorlog werden de mensen die lijden en/of in verzet gingen tegen de Duitsers gewaardeerd; na de Tweede Wereldoorlog is dat vlug anders. Een zaak die Tom Lanoye laatst nog gehekeld heeft en Koen Aerts uitgebreid beschreven heeft.

Het standbeeld ‘Heldin’ staat aan het einde van de Korte Heuvelstraat in Kalmthout, tussen de Korte Heuvelstraat en het begin van de Kalmthoutse Heide. Verder door staat de nieuwe uitkijktoren op de Kalmthoutse Heide. De tentoonstelling ‘De heldinnen van de Eerste Wereldoorlog’ is opgesteld in de Balkenzaal van het Arboretum Kalmthout, en is nog van 12 tot 17 uur te zien van zaterdag 4 tot en met maandag 6 juni. De toegang is gratis. Zondag 5 juni is er ook nog een wandeling met gids die vertrekt vanaf het treinstation Kalmthout en eveneens gratis is. Wel vooraf inschrijven (foto @ AFF).