In dit artikel in onze artikelenreeks over hoe vakbonden zich (kunnen) verzetten tegen extreemrechts herinneren we graag aan het leading by example-principe. Als we geen samenleving willen waar er plaats is voor racisme en discriminatie, moet alvast in bedrijven waar vakbonden enige inspraak hebben geen plaats zijn voor racisme en discriminatie. Vandaar de strijd die vanaf begin jaren negentig gevoerd is om in het arbeidsreglement op te nemen dat er op het bedrijf geen plaats is voor racisme en discriminatie.

Het verhaal begint einde jaren tachtig, begin jaren negentig als het ABVV bij General Motors in Antwerpen (later: Opel Antwerpen) in artikel 27 van het arbeidsreglement laat opnemen dat alle medewerkers ertoe gehouden zijn de regels van welvoeglijkheid in acht te nemen en dit onder meer impliceert “een zich onthouden van elke vorm van racisme en een bejegenen van iedereen met dezelfde nodige menselijke eerbied voor eenieders waardigheid, gevoelens en overtuigingen”. Met dit artikel, en artikel 31 van het arbeidsreglement dat stelt dat het voeren van propaganda in de onderneming niet geduld wordt, kan daags na de verkiezingen op 24 november 1991 een arbeider op het matje geroepen worden. De man mag niet beginnen te werken zolang hij zijn (Vlaams Blok-) T-shirt met de slogan Eigen Volk Eerst! en de afbeelding van twee bokshandschoenen zichtbaar blijft dragen.

Als militanten van metaalbedrijven in het Mechelse het verhaal van General Motors horen, besluiten ze eveneens het arbeidsreglement te laten aanvullen. Naast het verbieden van racisme wordt ook “elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras, huidskleur, nationaliteit en overtuiging” verworpen. Op een studiedag van het ABVV-Antwerpen over extreemrechts en de vakbonden wordt voorgesteld om ook discriminatie naar seksuele geaardheid te verbieden. Op een congres van het Vlaams ABVV op 12 en 13 november 1993 in Blankenberge wordt opgeroepen om “in de onderneming een gelijke kansenbeleid voor de tewerkstelling van migranten te voeren” en aan het arbeidsreglement een non-discriminatieclausule toe te voegen: “(…) Verboden is bijgevolg elke vorm van verbaal racisme, alsook het verspreiden van racistische lectuur of pamfletten. Ook elke discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid, ras, huidskleur, afstamming, afkomst of nationaliteit, en overtuiging, is verboden.”

Marcel Pooters (r.) over de komst van de eerste Marokkaan in het atelier waar de grasmachines van de stad Antwerpen hersteld worden: “Wij dachten: ‘Amaai, dat gaat wat worden. Vooral in de atelier waar je over de nodige technische capaciteiten moet beschikken’. Maar het bleek dat Mohamed (l.) zijn job aankon. In het begin is het wel vreemd. Onbekend maakt onbemind. Maar uiteindelijk valt het best mee.” (Uit De Basis, blad van de ACOD-LRB-Antwerpen, mei-juni 1993).

Enkele weken vóór het congres van het Vlaams ABVV is men in de Senaatscommissie voor Justitie tot een akkoord gekomen om de wet op het racisme aan te vullen met onder meer het strafbaar stellen van discriminatie bij arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding, sollicitatie, aanwerving, uitvoering van de arbeidsovereenkomst en ontslag. Eens dit wet wordt, is de clausule in het arbeidsreglement tegen racisme en discriminatie toch niet overbodig. Het is bij de werkgever en werknemer beter bekend dan de zoveelste wet in het Belgisch koninkrijk. Het stimuleert de discussie over racisme en discriminatie, en schept een wettelijk kader om op bedrijfsvlak op te treden tegen racisme en discriminatie zonder dat daar een uitputtende juridische procedure bij te pas komt.

Midden jaren negentig begint de actie om het arbeidsreglement aan te vullen op snelheid te komen. Een van de eerste bedrijven waar het arbeidsreglement wordt aangevuld is een schoonmaakbedrijf met werkplaatsen in meerdere ziekenhuizen, banken en overheidsinstellingen. De non-discriminatieclausule wordt bij de overheidsdiensten in een of andere vorm opgenomen in het administratief statuut. Bij de stad Antwerpen wordt dat later vertaald in de A-waarden. Helaas is vanuit de vakbonden of de overheid nooit systematisch bijgehouden in welke bedrijven zo’n non-discriminatieclausule in het arbeidsreglement is opgenomen. Dat er op de werkvloer spanningen zijn tussen de theorie en de praktijk is zoals met elke wet of reglement. Een samenwerkingsakkoord met Unia helpt om zaken recht te trekken.

Uit de ontstaansgeschiedenis van de clausule tegen racisme en discriminatie in het arbeidsreglement blijkt dat het initiatief vanuit de werkvloer is genomen en door het werk van militanten – soms zoals bij het ABVV-Antwerpen versterkt door wat aanvankelijk de Werkgroep Racisme heette – is uitgegroeid tot een materie van heel het ABVV en vervolgens de hele arbeidswereld (foto helemaal bovenaan: Betoging in de jaren negentig met voorop drie vakbondssecretarissen, v.l.n.r. Wilfried Schoepen (BBTK), Bruno Beels (ABVV) en Guy Lauwers (ACOD), die een spandoek dragen met de slogan ‘Racisme is tegen ons en tegen alles wat wij willen’, foto @ AFF).

De aanvulling van het arbeidsreglement met een clausule tegen racisme en discriminatie is een belangrijke stap vooruit, maar, zoals in de jaren negentig al gezegd, blijven er instrumenten nodig om verdoken vormen van racisme op te sporen (foto © AFF).