Bij een analyse van het Vlaams regeerakkoord door Apache bleek dat er drie punten in staan die in geen enkel verkiezingsprogramma van de bestuursmeerderheid N-VA, CD&V en Open VLD staan, maar wél in het verkiezingsprogramma van het Vlaams Belang. Met als eerste het zich terugtrekken uit Unia, onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijkheid bevordert (de andere twee punten zijn: het niet langer subsidiëren van organisaties die zich zouden terugplooien op etnisch-culturele afkomst en segregatie in de hand zouden werken, en het niet langer gratis aanbieden van het inburgeringsbeleid). Bij elke gelegenheid, zoals voorbije zondag 13 februari 2022 in De Zondag, zegt Vlaams minister Bart Somers (Open VLD, foto hierboven © cc. Flickr/EU2016 SK): “Het was niet mijn idee om uit Unia te stappen, maar ik wil wel het regeerakkoord respecteren.” In het verkiezingsprogramma van de N-VA in 2014 stond: “We richten een onafhankelijke Vlaamse Mensenrechteninstelling op” die “op termijn” het Interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen (intussen: Unia) vervangt. De wrevel van de N-VA versus Unia leek inmiddels gesleten. In 2019 stond in het verkiezingsprogramma van de N-VA niets over Unia. Alleen het Vlaams Belang bleef in haar verkiezingsprogramma doorhameren over Unia. Mogelijk heeft Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken bij de gesprekken met N-VA-voorzitter Bart De Wever in de zomer van 2019 herinnert aan het gelijklopend zijn van het N-VA-programma in 2014 en het Vlaams Belang-programma, en is de uitstap uit Unia zo op de tafel blijven liggen bij de N-VA en de besprekingen met CD&V en Open VLD.

Artikel 17 van het samenwerkingsakkoord voor het Interfederaal  Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme (zoals Unia toen voluit heette) bepaalt dat het opzeggen van de samenwerking minstens zes maanden voor het verstrijken van een periode van drie jaar moet gebeuren. De regering-Jambon was net te laat om die samenwerking quasi onmiddellijk stop te zetten, zodat ze tot maart 2023 alsnog Unia moet subsidiëren. Zoals in wel meer gevallen probeert Bart Somers van de nood een deugd te maken. Hij denkt op Vlaams vlak een betere versie van Unia te kunnen oprichten. Somers vroeg advies aan diverse instanties over het Vlaams Mensenrechteninstituut dat hij wil oprichten. Maar dat valt tegen. De Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV), bijvoorbeeld, geeft een vernietigend advies over het uit Unia stappen en het oprichten van een Vlaams Mensenrechteninstituut. “Heroverweeg de terugtrekking van Vlaanderen uit Unia voor klachten over discriminatie”, is het eerste punt uit hun advies.

Somers overweegt een Geschillenkamer in te richten binnen het Vlaams Mensenrechteninstituut. Naar Nederlands voorbeeld waar een adviesraad zich uitspreekt over meldingen van discriminatie, en betrokken partijen in tachtig procent van de gevallen het advies zouden volgen. Maar, zo merkt Unia-directeur Els Keytsman in De Zondag op: “Dat in Nederland de oordelen zo vaak gevolgd worden, is net omdat melders juridisch bijgestaan worden, in de geschillenkamer en bij de rechter.” Bijstand binnen en buiten de geschillenkamer wil Somers niet aanbieden. De SERV zegt in haar advies: “Laat oordelen over mensenrechtenschendingen over aan de rechterlijke macht” en “Geef het instituut de mogelijkheid om in rechte op te treden”, maar dat botst op Somers-die-het-beter-meent-te-weten.

De Unia-directeurs Patrick Charlier en Els Keytsman (foto’s © AFF en Unia).

Het wordt nodeloos complex als een burger een klacht heeft. Zoals uitgelegd in een nota van Unia, Unia dat ter zake de nodige ervaring heeft, moet je bijvoorbeeld naargelang welk type arbeidsovereenkomst ofwel aankloppen bij Unia ofwel bij het Vlaams Mensenrechteninstituut. En naargelang de materie kan het nog complexer, en al zeker in Brussel. Somers heeft de mond vol van samenwerking en doorverwijzing, maar (a) de praktijk leert dat doorstroming niet altijd vlot gaat, (b) dat het soms zo complex is dat zelfs Unia het aan de rechter moet overlaten welke wetgeving eerder aangewezen is dan een ander, en (c) waarom samenwerken en doorverwijzen voor iets wat nu in één instelling behandeld wordt, Unia?

Bovendien dreigt veel expertise verloren te gaan. Met 10 % minder financiële middelen voor Unia vanuit Vlaanderen zal ook circa 10 % van het personeel bij Unia moeten ontslagen worden. Bij de bespreking van de uitstap uit Unia in het Vlaams Parlement is herhaaldelijk gezegd dat de expertise van de Unia-werknemers niet mag verloren gaan. Onder andere door Orry Van de Wauwer (CD&V). Maar wat blijkt? In tegenstelling tot eerdere verklaringen en de praktijk van overdracht van personeel van de ene naar een andere overheidsinstelling liet minister Somers onlangs weten dat de betrokken Unia-personeelsleden niet worden overgenomen door het Vlaams Mensenrechteninstituut. Hallo Orry Van de Wauwer?! Niet alleen gaat zo expertise verloren, het plaatst Unia daarenboven voor bijkomende kosten voor ontslagvergoedingen en begeleiding naar ander werk.

Ook de Vlaamse Adviesraad Handicap (NOOZO), de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) en de Vlaamse Raad Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) zien meer problemen dan voordelen bij het naast Unia oprichten van een Vlaams Mensenrechteninstituut, maar Somers houdt vol dat met zijn Vlaams Mensenrechteninstituut er meer aandacht zal zijn voor mensenrechten. Hij is de enige die dat gelooft.

De Vlaams Belang-oproep “Schaf Unia af!” staat in schril contrast met het aantal mensen dat de voorbije 10 jaar beroep doet op Unia. Van 3.608 in 2010 naar 9.466 in 2020 (foto’s © Facebook en Unia, jaarverslag en cijferboek).