Er zijn zaken bij extreemrechts die veranderen. Op 26 mei 2019 hadden alle vlaggendragers op het podium tijdens de verkiezingsavond van het Vlaams Belang in Londerzeel een witte polo aan. Dát is nieuw. De slogan ‘Eigen Volk Eerst’ werd ‘Eerst Onze Mensen’. Dat is al minder vernieuwend, en ‘Eigen Volk Eerst’ wordt nog steeds gescandeerd op een aantal meetings. Zeker in het Antwerpse, en met Filip Dewinter op het podium. Er zijn ook zaken bij extreemrechts die nooit veranderen. Dat bij betogingen van extreemrechts rond om het even welk thema steeds ‘Linkse ratten, rol uw matten’ gescandeerd wordt. Zo ook op de Schild & Pint-avonden van de Vlaams Belang Jongeren (VBJ) met Tom Van Grieken als inleider, en niet zelden als aanstoker om ‘Linkse ratten, rol uw matten’ te scanderen.

Wat ook niet veranderd, zijn de pogingen om de vakbonden rechtspersoonlijkheid op te leggen. Het jongste wetsvoorstel hierover kreeg pas een vernietigend advies van de Raad van State (zie de illustratie helemaal onderaan). De toelichting bij het wetsvoorstel begint positief: “Vooreerst wensen wij duidelijk te stellen dat de vakbonden een historische rol hebben gespeeld in de ontvoogding van de arbeiders. Zij waren mede de motor achter het proces dat leidde tot betere bescherming van de werknemers en meer menselijke arbeidsvoorwaarden. Ook erkennen wij de belangrijke functie die de vakbonden uitoefenen in het kader van het sociaal overleg en het sluiten van cao’s.” “Maar”… en dan volgt bladzijden lang geklaag dat de financiën van de vakbonden niet doorzichtig zijn, de vakbonden niet aansprakelijk kunnen gesteld worden voor een aantal zaken…

De vakbonden zijn feitelijke verenigingen, die voor een aantal activiteiten vzw’s hebben, maar bijvoorbeeld geen inzage willen geven over hoeveel geld er in de stakerskas zit. Er zijn wél interne mechanismen voor de controle van de financiën. “Door juridisch ‘niet te bestaan’ ontsnappen de vakbonden aan elke aansprakelijkheid  wanneer er bijvoorbeeld tijdens stakingsacties of bedrijfsbezettingen of manifestaties goederen of gebouwen worden beschadigd of werkwilligen verhinderd worden om te gaan werken, of… wanneer er klappen vallen”, lezen we op bladzijde 6 van het wetsvoorstel dat de Kamerleden Hans Verreyt, Ellen Samyn, Barbara Pas en Marijke Dillen hebben ingediend op 25 mei 2021. Diezelfde Marijke Dillen diende op 27 november 1992 al een gelijkaardig wetsvoorstel in (foto hierboven uit begin jaren negentig: Marijke Dillen in gezelschap van de in 2019 overleden Bob Hulsaert, Vlaams Blok-gemeenteraadslid en voorzitter van het Bormshuis © AFF). Het wetsvoorstel moest de vakbonden verplichten de rechtspersoonlijkheid van een ‘vereniging zonder winstoogmerk’ (vzw) aan te nemen. Toen ook al om de vakbonden aansprakelijk te kunnen stellen voor eventuele schade veroorzaakt door stakingsposten. Inclusief het verlies dat bedrijven lijden bij stakingen.

‘Eigen Volk Eerst’ werd ‘Onze Mensen Eerst’, een echte verandering kunnen we dat niet noemen (foto’s © Archief AFF en Facebook).

Het wetsvoorstel uit 1992 verplichtte de vakbonden overigens ook om zich op te splitsen in een afzonderlijke Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige vakbond – wat een rem zou zijn op solidariteitsacties over de taalgrenzen heen. Maar ook in Vlaanderen zouden de vakbonden zich niet meer solidair mogen verklaren. Volgens het wetsvoorstel moeten de vakbonden “uitsluitend tot doel hebben het behartigen van de beroepsbelangen van de aangesloten leden”. Stakingen in alle beroepssectoren, al was het maar om naar nationale betogingen te gaan zoals er meerdere waren onder de regering-Michel, zouden dan bij wet onmogelijk zijn.

Het wetsvoorstel van Marijke Dillen uit 1992 was niet het eerste wetsvoorstel van het Vlaams Blok om de vakbonden rechtspersoonlijkheid op te leggen. Karel Dillen (oprichter van het Vlaams Blok en vader van…) diende op 23 september 1983 het eerste gelijkaardig wetsvoorstel in. In een persmededeling verduidelijkte het Vlaams Blok dat het wetsvoorstel “de rechtspersoonlijkheid voor syndicaten verplicht, zodat werknemers, werkgevers en zelfstandigen hen kunnen verantwoordelijk stellen voor de opgelopen schade bij door hen erkende stakingen”. Opnieuw zalft men eerst, vooraleer te slaan: “De vakbonden, welke in het verleden ongetwijfeld veel gedaan hebben voor het lot van de werknemers, zijn vandaag politieke instrumenten van desinformatie en destabilisatie, ophitsing en demagogie. Het is dan ook meer dan dringend dat de vakbonden een statuut krijgen, waardoor ze verantwoording voor hun beleid en daden moeten afleggen.”

Wetsvoorstellen vervallen als ze niet tot wet worden gestemd vóór het einde van de legislatuur, en moeten desgevallend in de volgende legislatuur opnieuw ingediend worden. Het Vlaams Blok heeft dat met haar wetsvoorstel over de vakbonden in elke nieuwe legislatuur gedaan. Om er twee te citeren. Uitgerekend in dezelfde maand als het Vlaams Blok in 1996 in Aalst haar eerste eigen 1 mei-viering organiseert, dienen de Vlaams Blokkers Joris Huysentruyt, Bart Laeremans en Francis Van den Eynde een wetsvoorstel in om de vakbonden rechtspersoonlijkheid op te leggen. In 2003 zijn het de in Ninove populaire Guy D’haeseleer en het West-Vlaamse Kamerlid Koen Bultinck (sinds 2018 actief bij de N-VA) die een ‘wetsvoorstel tot het verlenen van rechtspersoonlijkheid aan organisaties van werknemers en overheidspersoneel’ indienen. Wetsvoorstel dat overigens begint met dezelfde “Vooreerst wensen wij duidelijk te stellen dat de vakbonden een historische rol hebben gespeeld…” die Hans Verreyt, Ellen Samyn, Barbara Pas en Marijke Dillen 18 jaar later gebruiken als inleiding.

Het Vlaams Belang? Dat is voor een groot stuk copy paste van het Vlaams Blok. Minstens over hoe het Vlaams Belang de vakbonden wil kortwieken.

ABVV-betoging voor de bescherming van de sociale zekerheid in 2020, en ABVV-analyse van het advies van de Raad van State over het jongste wetsvoorstel van het Vlaams Belang om vakbonden rechtspersoonlijkheid op te leggen (foto’s © AFF en ABVV). “De Raad van State herinnert aan alle nationale en supranationale rechtsbronnen die de uitoefening van de vakbondsvrijheid waarborgen. Hij benadrukt dat deze instrumenten ook tot doel hebben de uitoefening van deze vrijheid te bevorderen, waardoor elke maatregel die rechtstreeks of onrechtstreeks een rem op deze uitoefening zou vormen, in principe verboden is. Vervolgens herinnert de Raad van State aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgens welke de beoordelingsvrijheid waarover de staten beschikken bij het beperken van de vrijheid van (vak)verenigingen des te beperkter is wanneer de beoogde beperking de kern van de syndicale activiteiten raakt. (…) Het hoge rechtscollege vindt dat de verplichting om een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid aan te nemen problematisch is, met name ten aanzien van IAO-verdrag 87 inzake de vakbondsvrijheid, door het eenvoudige feit dat er een verplichting wordt opgelegd, en gelet op de forse straffen die worden opgelegd. De vrijheid van vereniging verleent weliswaar het recht om rechtspersoonlijkheid te vragen en te krijgen, maar kan – zoals elke vrijheid – ook negatief worden ingevuld, namelijk als het recht om de rechtspersoonlijkheid niet te vragen, om deze bijgevolg niet ongevraagd opgelegd te krijgen. (…) Overigens begrijpt de Raad van State niet in welk opzicht de toepassing van het gemeen recht inzake de burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid niet volstaat voor de aanpak van delictuele daden die mogelijk schade hebben berokkend. Voor de Raad van State is dit punt van cruciaal belang omdat het een belemmering zou vormen voor de organisatie van manifestaties of stakingen, terwijl deze laatste ‘vaak juist de ultieme middelen zijn die een vakorganisatie kan inzetten om een doorbraak te bewerkstelligen tijdens collectieve onderhandelingen binnen een bedrijf, een sector of op nationaal vlak’. De Raad van State besluit dat het voorstel talrijke tekortkomingen vertoont en dat – gelet op de fundamentele aard van de voorafgaande opmerkingen – hij het voorstel niet verder zal onderzoeken.”

Blokbuster merkt terecht op: “Terwijl het Vlaams Belang tegen de coronamaatregelen protesteert onder de slogan ‘vrijheid’, is het niet bereid om de vrijheid van vereniging van vakbonden te erkennen.” en “Voor zichzelf, een feitelijke vereniging die quasi volledig gefinancierd wordt met publieke middelen, zou het Vlaams Belang een objectieve aansprakelijkheid voor daden van individuele leden niet aanvaarden. Maar voor de vakbonden, die voor een veel groter aandeel door de leden gefinancierd worden, wil het dat wel.” Dit is inderdaad al te gek, maar maakt wel duidelijk aan welke kant het Vlaams Belang staat bij de verdediging van de collectieve belangen van de werkenden en werklozen.

Naschrift, 11 februari 2022. Lees ook: Raad van State maakt gehakt van rechtspersoonlijkheid voor vakbonden, met reacties van Chris Serroyen, hoofd ACV-studiedienst, en Isabelle Doyen, juridisch adviseur ABVV-studiedienst.

Advertentie