Rob Verreycken (foto hierboven © AFF), Vlaams Belang-parlementslid van juni 2004 tot maart 2006 en verder actief in de buitenbaan van de politiek, zoon van medeoprichter van het Vlaams Blok Wim Verreycken, en vader van Gunnar Verreycken die we kennen van zijn Hitlergroet in het Fort van Breendonk en andere ‘kwajongensstreken’, dook voorbije zaterdag 20 november 2021 tweemaal op in de kolommen van Gazet van Antwerpen. Eerst wanneer de krant verhaalt over hoe Peter Mertens bij de PVDA terechtkwam. De krant schrijft: “Ironisch genoeg moeten de uiterst linkse kameraden daarvoor extreemrechts bedanken. In de jaren negentig kreeg Mertens een pandoering van Rob Verreycken, alias Rob Klop, de voorzitter van de extreemrechtse studentenvereniging NSV.” Peter Mertens: “We waren toen in Antwerpen aan het flyeren met SteR (Studenten tegen Racisme, red.). Ik ben toen verzorgd door Dirk Van Duppen bij Geneeskunde voor het Volk in Deurne. Dat was mijn eerste contact met Dirk en de opstap naar de PVDA. Dus merci, Rob Klop!” De tweede keer Rob-Verreycken-in-de-krant van voorbije zaterdag, weliswaar enkel in de krant op papier, is naar aanleiding van zijn klacht bij de Raad voor de Journalistiek.

Op 24 april 2021 publiceerde Gazet van Antwerpen een artikel onder de kop Portret. Zo grootvader, zo vader, zo zoon? Hoe de familie Verreycken sinds de jaren 60 in opspraak komt. Aanleiding is een rechtszaak tegen Gunnar Verreycken voor een Hitlergroet in het Fort van Breendonk, zaak waarvoor Gunnar Verreycken op 2 juni 2021 veroordeeld zal worden tot zes maanden celstraf met uitstel en een geldboete. In het pleidooi ter verdediging van Gunnar Verreycken sprak zijn advocaat over “politieke socialisatie”, waarmee hij bedoelde dat bepaalde politieke ideeën en overtuigingen overgingen van grootvader op vader op zoon. Rob Verreycken beklaagde zich bij de Raad voor Journalistiek over het Gazet van Antwerpen-artikel. Klacht, verweer en besluit van de Raad voor de Journalistiek kan men lezen op de RvdJ-website. Hieronder het verweer van de krant en het oordeel van de Raad voor de Journalistiek.

Redactiemanager van Gazet van Antwerpen Toon van den Meijdenberg: “De aandacht voor de familie van klager ligt in het verweer van de advocaat van zijn zoon. Zowel in zijn pleidooi als in een telefoongesprek met de journalist achteraf riep de advocaat de opvoeding van de zoon in als verantwoording voor de gepleegde feiten. Op de zitting sprak hij over politieke socialisatie. In het telefoongesprek bevestigde hij dat bepaalde politieke ideeën en overtuigingen overgingen van grootvader op vader op zoon. Als een advocaat voor een rechtbank inroept dat iemand in een extreemrechts milieu is opgegroeid en daardoor zo is gemodelleerd, dan hebben de media het recht om daar dieper op in te gaan door de familie waarin die opvoeding plaatsvond van nabij te belichten. De insteek van het artikel is dan ook logisch en komt duidelijk naar voren in de aanhef en de laatste paragraaf.”

Peter Mertens. Na een flyeractie van Studenten tegen Racisme, waarbij Mertens klop kreeg van Rob Verreycken, voor verzorging terechtgekomen bij PVDA-dokter Dirk Van Duppen en zo kennisgemaakt met de PVDA. “Merci Rob Klop!” (foto © AFF).

“Uit het artikel blijkt dat de zoon van klager het extreemrechtse gedachtegoed in zijn jeugd op allerlei manieren meekreeg. Er staat niet dat klager zijn zoon heeft aangemoedigd om de Hitlergroet te brengen of het neonazisme te omarmen. Maar het feit dat zijn zoon met de extreemrechtse groep Right Wing Resistance het memoriaal van Breendonk bezocht, en de andere bezwarende elementen die het parket aantrof bij een huiszoeking, kunnen niet worden weggewuifd als jeugdige onbezonnenheid zoals klager aanvoert. De vermelding dat er ‘in de tijd van vader Rob en grootvader Wim nog geen smartphones waren’ is een opstap naar de vaststelling ‘dat de rechtbank ook voor hen geen onbekend terrein was’. De journalist suggereert daarmee niet dat klager zelf de Hitlergroet bracht.”

“De feiten rond de echtscheiding van klager haalden destijds een ruime pers en veroorzaakten veel deining omdat ze zich voordeden in de aanloop naar de parlementsverkiezingen waarvoor klager zich opnieuw kandidaat had gesteld. De journalist vermeldt bovendien dat, en waarom, de zaak geseponeerd werd. Bovendien wordt de echtscheiding vermeld op de eigen website van klager en ook op Wikipedia, waartegen klager nooit bezwaar heeft aangetekend. De passage over het incident tussen klager en een huurster is correct en vermeldt dat klager werd vrijgesproken. Aangezien de rechter aangaf dat het gedrag van klager ‘deontologisch laakbaar’ was, mag dit feit vermeld worden. Het waardeoordeel van de rechter blijft relevant.”

“In de context van het artikel is het relevant om te herinneren aan het feit dat klager als advocaat een van de bekendste negationisten van Vlaanderen heeft verdedigd. Een advocaat kan nooit worden gelijkgesteld met zijn cliënt, maar hij kan er wel voor kiezen in een bepaald dossier wel of niet op te treden. De verwijzing naar het optreden van klager voor een Holocaustontkenner is relevant, maar impliceert niet dat klager zelf een neonazi zou zijn. De beschrijving van het incident met de N-VA-vlag strookt met wat daarover in andere media verscheen. Het artikel poneert geen oorzakelijk verband tussen het incident en het ontslag van klager uit het Vlaams parlement. Het geeft wel aan dat het ontslag gebeurde na dit incident. De informatie over de huidige tewerkstelling van klager in het Europees Parlement komt van zijn eigen weblog, waar letterlijk staat dat klager werkt ‘in het Europees Parlement voor de niet-fractiegebonden Europese Parlementsleden, waaronder NDP-verkozene Udo Voigt’. Die weblog stond nog online op het moment dat het artikel gepubliceerd werd.”

“In de context van het artikel is het relevant om te herinneren aan het feit dat klager als advocaat een van de bekendste negationisten van Vlaanderen heeft verdedigd. Een advocaat kan nooit worden gelijkgesteld met zijn cliënt, maar hij kan er wel voor kiezen in een bepaald dossier wel of niet op te treden.” (foto © cc. Unsplash).

“Er is geen sprake van een inbreuk op de richtlijn over identificatie van verdachten. De Hitlergroet van de zoon van klager werd gefotografeerd en door een kompaan verspreid op internet. Er was geen discussie mogelijk over de feiten, zijn schuld stond vast en het maatschappelijk belang van het proces kan niet worden geminimaliseerd. De krant moet zich niet verantwoorden over berichtgeving in andere dossiers. Bovendien is het verwijt dat de krant met twee maten en gewichten werkt absoluut niet ernstig. Als een politicus of kinderen van een politicus strafbare feiten plegen, zal Gazet van Antwerpen daarover verslag uitbrengen zoals andere media dat doen. De journalist heeft klager gecontacteerd voor een reactie, waarbij die er zelf voor koos om niet duidelijk afstand te nemen van de feiten, maar enkel de vergelijking maakte met moslimterrorisme om zo de feiten te minimaliseren.”

Na een hoorzitting met een videoconferentie waarbij Rob Verreycken en redactiemanager Toon van den Meijdenberg aanwezig waren, oordeelde de Raad voor de Journalistiek op 18 november 2021: “(…) Het artikel verwijst naar een aantal rechtszaken en incidenten waarbij klager betrokken was. Waar het gaat over rechtszaken vermeldt de journalist duidelijk de afloop ervan, met name seponering, vrijspraak of veroordeling. Er is in dat opzicht geen sprake van ongegronde beschuldigingen. Hetzelfde geldt voor andere passages waarvan klager zegt dat ze insinueren dat hij een neonazi zou zijn of zelf de Hitlergroet zou hebben gebracht. Dat staat niet in het artikel en er is geen sprake van ongegronde beschuldigingen, noch in het loutere feit dat de journalist bepaalde feiten en gebeurtenissen vermeldt, noch in de manier waarop ze dat doet.”

“Het artikel schendt het privéleven van klager niet. Klager is als gewezen Vlaams parlementslid en gemeenteraadslid een publiek figuur. De verwijzing naar burgerlijke en strafrechtelijke procedures waarin hij betrokken was en die eerder vanwege zijn publieke status in de pers aan bod kwamen, betekenen geen schending van het privéleven. Hetzelfde geldt voor de vermelding van de naam van klager in verband met de rechtszaak tegen zijn zoon. De verwijzing van de advocaat van de zoon naar ‘politieke socialisatie’ en ‘opvoeding’ refereert duidelijk aan klager en zijn vader. De rechtszaak over het uitbrengen van de Hitlergroet is van gewichtig maatschappelijk belang en de feiten daaromtrent worden niet betwist. In die context is de vermelding van de naam van klager en zijn zoon, die overigens zelf geen klacht indiende tegen zijn naamsvermelding, geoorloofd.”

Om die redenen is de Raad voor de Journalistiek van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Rob Verreycken werkt niet alleen in het Europees Parlement. Hij komt ook graag de straat op om zijn mening te uiten. Helaas is bij een Voorpost-betoging in Gent het bord losgeraakt van de stok die hij draagt (foto © AFF).