Aan boeken over extreemrechts in ons land is er dit jaar geen gebrek. Na de analyse in Extreemrechts. De geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier) van Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt, en de verhalen en foto’s in Achter het schild van extreemrechts van Hind Fraihi en Bas Bogaerts, is er nu het persoonlijk verhaal van Tanné Bogaerts, dochter van een Vlaams Belang-gemeenteraads- en provincieraadslid én tien jaar lang secretaresse van Filip Dewinter (Spoiler alert: Het komt toch nog goed met de dochter-auteur). Daarnaast is er pas nog een boek verschenen over rechtsextremisme in Vlaanderen de jongste jaren, en wordt tegen het einde van dit jaar een boek aangekondigd over “retorische judogrepen van rechts”. Met ook nog eens interessante boeken over extreemrechts in Nederland en boeken waarin extreemrechts in ons land zijdelings aan bod komt, kan men al een flink stuk van een boekenrek vullen.

Het fijne is dat elk van die boeken dieper ingaan op een ander aspect. Tanné Bogaerts heeft het in de eerste plaats natuurlijk over hoe het opgroeien is in een Vlaams Belang-gezin, om daarna een gooi te doen naar het co-voorzitterschap van Jong Groen en te werken op kabinetten van Groen-schepenen in Mechelen, en uiteindelijk aan de slag te gaan als freelance communicatieconsulent en zo onder andere sociale media manager te worden van Sihame El Kaouakibi. Maar de auteur vertelt ons ook waarom, volgens haar, mensen Vlaams Belang stemmen. En ze heeft, met de bevoorrechte positie van haar moeder, veel opgevangen over het reilen en zeilen binnen het Vlaams Blok/Belang.

De moeder van Tanné Bogaerts is Christel Crauwels die op 23 november 1991, daags voor de beruchte ‘Zwarte Zondag’, op de Grote Markt in Lier een Vlaams Blok-flyer in de handen geduwd krijgt, meteen vertelt over de Vlaams Blok-standpunten die haar aanspreken, en een Vlaams Blok-lidkaart aanneemt. Vanaf 1994 is ze uitbaatster van een populaire taverne in Lier. In 1995 wordt ze verkozen als Vlaams Blok-gemeenteraadslid in Lier. De lokale Vlaams Blok-afdeling begint bij haar thuis te vergaderen, en kopstukken als Filip Dewinter, Gerolf Annemans en Frank Vanhecke zakken regelmatig af naar haar taverne. Tanné en haar zus worden lid van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ).

Christel Crauwels als ruggensteun voor Filip Dewinter (foto © Pelckmans).

Als Tanné zeven jaar oud is, gaan haar ouders uit elkaar. Dewinters persoonlijke medewerkster gaat in bevallingsverlof en zou niet meer terugkeren naar haar job. Filip Dewinter vraagt Christel Crauwels of ze zijn medewerkster wil worden. Zo gevraagd, zo gedaan. Van 2000 tot 2010. Dewinter vraagt Crauwels ook om met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen te verhuizen naar Antwerpen. Crauwels wordt er verkozen als gemeenteraadslid bij verkiezingen die het Vlaams Blok 33 % van de stemmen en 20 gemeenteraadszetels opleveren. Wie gaat zoeken in krantenarchieven vindt één quote terug van Crauwels als Antwerps gemeenteraadslid: in april 2002 zegt ze dat eens buurttoezichters en pleinbegeleiders naar huis gaan allochtone jongeren “als ratten uit de riolen” gekropen komen. Een quote die letterlijk komt uit de nazi-film Der Ewige Jude waarvan de vertoning in 1941 de aanleiding is voor een pogrom op de Joodse buurt in Antwerpen.

Crauwels zegt dat ze die film niet kende toen ze die woorden uitsprak in de gemeenteraadszaal, maar dat maakt de zaak niet minder erg. Dochter Tanné Bogaerts: “Is mijn moeder een nationalist? Ja, maar dat is een legitieme overtuiging. Is ze recht voor de raap? Ja, maar dat heeft soms zijn charmes. Is ze islamofoob? Ja, maar die angsten heb ik leren begrijpen. Is ze populist? Ja, maar niet iedereen moet een genuanceerde stijl hebben. Was ze slechts een van die dingen, dan kon ik er wellicht allemaal mee leven. Maar daarbij waren haar motieven ook racistisch. En dat, dat vind ik dus een enorm probleem. Want in dit land, in deze tijd, in mijn leven… is racisme een kwaal. (…) Racisme is een brug te ver. Racisme is wat van ons wezens zonder moreel besef maakt. Racisme is de laatste stap naar fascisme, en we weten allemaal waar dat naartoe leidt.”

Het is tijdens haar puberjaren dat de twijfel toeslaat bij Tanné Bogaerts. Tot dan was racistische praat de gewoonste zaak in huis en in de familie. Tanné wordt tweemaal meegenomen voor een fotosessie bij het Vlaams Belang. Eenmaal om als scholier van zogezegd 16 jaar oud (in werkelijkheid was ze maar 15 jaar oud) te klagen over de onveiligheid, en eenmaal om uit te roepen: “Dit is ons land. Blijf eraf!”. Tanné heeft dat evenwel nooit gezegd, het zijn zaken die een copywriter later toevoegde aan de foto. Tanné pakt er niet mee uit. Als een medescholier weet dat Tanné op Vlaams Belang-propagandamateriaal staat, vraagt ze om het niet verder te vertellen.

Tanné Bogaerts toen ze 16 jaar oud was en als postergirl gebruikt werd door het Vlaams Belang, en Tanné Bogaerts als 25-jarige bij een klimaatbetoging in 2018, vlak voor het bord “# Het kan anders” (foto’s © Pelckmans en Facebook).

Naar eigen zeggen krijgt Tanné op school minder punten en een fout studieadvies, ze wordt naar een lagere studierichting verwezen dan ze aankan, omdat haar leraars weten dat ze de dochter is van een Vlaams Blok-politica. Is dit een algemene regel voor kinderen van Vlaams Belangers? Statistisch is dat niet hard te maken bij gebrek aan voldoende gegevens hierover, in tegenstelling tot wat men weet over het studieadvies voor vele allochtone kinderen. Tanné haalt ook aan: “Mijn moeder vertelde me regelmatig over hoe elk voorstel in de gemeenteraad werd weggelachen. Om een jaar later wel hetzelfde voorstel goedgekeurd te zien worden door een andere partij.” Het is evenwel iets wat elke oppositiepartij in de Antwerpse gemeenteraad overkomt. Hoe zinnig sommige voorstellen vanuit de oppositie ook zijn, en ook met mensen in de meerderheid die het er eigenlijk mee eens zijn, het zal altijd weggestemd worden door de bestuursmeerderheid.

Als het tijd is voor hogere studies wil Tanné een kunstrichting volgen, maar dat mag niet van haar moeder. Kunst en cultuur waren altijd al taboe ten huize moeder Crauwels. Het moet politieke en sociale wetenschappen worden, desnoods rechten… omdat zoals veel later blijkt moeder Crauwels hoopt dat haar dochter een Vlaams Belang-politica zou worden. Na drie jaar rechten in Leuven geeft dochterlief er de brui aan en gaat ze communicatiewetenschappen studeren in Mechelen. In de Dijlestad geraakt ze begeesterd door het stadsproject van burgemeester Bart Somers die een lijst trekt van Open VLD + Groen + Onafhankelijken. Uiteindelijk zal Tanné aan de slag gaan op kabinetten van Groen-schepenen in Mechelen, terwijl ze ook actief is bij Jong Groen. Na een aantal jaren breekt ze daar mee, na de vaststelling dat Groen en de schepenkabinetten een wereld op zich zijn. Zoals ze ook bij het Vlaams Belang in een bubbel leven. Tanné wil met een open blik rondkijken, en bruggen slaan.

Het valt Tanné op dat veel mensen niet goed kunnen inschatten hoe iemand voor het Vlaams Belang kan stemmen, tot zelfs lid en militant wordt. Zelf kreeg ze van haar moeder de boodschap mee dat er niet voldoende is voor iedereen. “Ondertussen wordt de ongrijpbare samenleving groter en groter. Misschien is die angst voor dat tekort iets wat in iedere mens zit. Door omstandigheden wordt de ene er al meer door gedreven dan de andere. (…) Het is een intuïtieve reflex om meteen te denken: Ja, en wat met mij? Mijn pensioen? Mijn centen? Mijn woning? Dat komt niet altijd van een rationele plek.” Mensen voelen zich dan gesteund door het Vlaams Belang. “Want die partij spreekt hun angsten uit. Hun woede zelfs.” Maar wat doet die partij er verder mee?

Christel Crauwels in het midden van de drie met een nikab opgeklede vrouwen, nikab die ze even later ostentatief in een vuilnisbak zullen gooien. Tanné Bogaerts: “De partij leefde van mediarelletjes. Mama wist dat, en ze kon er wat van.” (foto © Pelckmans).

“Racisten zijn er in overvloed binnen het Vlaams Belang. Maar lopen er ook fascisten rond? Zonder twijfel. Leden en mandatarissen die graag eens Duitse liederen zingen. Die lid zijn van besloten groepen en websites over het vroegere Duitsland en de verheerlijking van de Wehrmacht. (…) In de tijd van mijn moeder vonden sommige van haar partijgenoten het gewoontjes en anderen lachten hen dan weer uit. Zolang ze maar niet zo onnozel waren om daarmee in de openbaarheid te komen. (…) Maar er zijn meer en meer fanatieke believers die niets liever zouden willen dan een zuivere, witte, Vlaamse natie. Het klinkt voor veel mensen als een achterhaald concept, maar de jongens van Schild & Vrienden gaan er bijvoorbeeld helemaal in op.” Al hebben ze – voegen wij er aan toe – ook wel een uitzondering die de regel bevestigt: een Limburger van Afrikaanse afkomst die militant is bij Schild & Vrienden en Vlaams Belang Jongeren (VBJ).

Zowel bij Schild & Vrienden als bij Vlaams Belang letten ze doorgaans wel op met wat ze publiek zeggen. Feind hört mit! “Ze kunnen de meest onschuldige woorden gebruiken. Maar tussen de lijnen door weet iedereen wat ze bedoelen. Wie ze bedoelen. Spreek hen erop aan en je hoort meteen het excuus: ‘Ik heb dat niet gezegd (…)’. Het is een beetje alsof ze een geweer laden met kogels, wachten tot iemand het oppakt en dan luid verkondigen dat ‘jij wel de gek bent die met een geweer rondzwaait’.” Als Tanné op 1 mei dit jaar toevallig in haar favoriet park in Mechelen is, en er op een bank gaat zitten om te kijken hoe de 1 mei-manifestatie van het Vlaams Belang er verloopt, ziet ze nog eens welke verwoestende gevolgen de woorden van een Vlaams Belang-spreker hebben op mensen met een zwarte huidskleur die er toevallig voorbij wandelen.

Zowel eerder als recent nog hebben wij gesproken met mensen die het hele parcours ter extreme rechterzijde hebben afgelegd, van VNJ’er tot neonazi, en een nieuwe weg willen inslaan. Het blijkt telkens moeilijk te zijn om jarenlange vriendschappen achter te laten en nieuwe vrienden te maken, en al zeker als je nogal wat tatoeages hebt overgehouden aan je onbezonnen jaren. Gelukkig zat Tanné niet zo diep in de shit, maar toch blijft het opmerkelijk hoe ze zich eruit losrukte door de sterke persoonlijkheid die ze geleidelijk aan ontwikkelde. Haar boek, zoals ook de website over haar boek, eindigt met een uitnodiging om met haar in gesprek te gaan. “Laat ons praten, zo veel mogelijk. Het is nodig. Laat ons niet bang zijn voor confronterende, eerlijke gesprekken.”

Tot slot. Niet alleen over de inhoud van Kind van extreemrechts, maar ook over de vorm van het boek is nagedacht. Opgedeeld in zes delen, elk met een tiental hoofdstukken, zijn het telkens verhalen die niet te lang zijn om vlot te lezen en je doen uitkijken naar het volgende. Uitgelichte citaten trekken de aandacht. Mooi en goed gedaan.

Tanné Bogaerts, Kind van extreemrechts. Wie ik aan het worden ben, Uitgeverij Pelckmans, 229 blzn. en nog 8 blzn. illustraties, 22,50 euro.

Hetzelfde interview in Het Nieuwsblad en Gazet van Antwerpen voorbije zaterdag 30 oktober 2021, maar met andere uitgelichte citaten. Naast het citaat als titel bij Het Nieuwsblad (links op de illustratie hierboven): “Doorheen de jaren begon ik stap voor stap te begrijpen hoe fout die dingen allemaal waren”, bij Gazet van Antwerpen (rechts op de illustratie):“Bij de partij Groen kwamen de meesten uit een milieu waar geld geen issue was. Ik was dat niet gewoon.” Over het citaat als titel, dat in de twee kranten een andere indruk nalaat, hier het letterlijke citaat uit het boek: Het doet pijn om mijn mama racistisch te noemen, maar tegelijkertijd lucht het op om de waarheid uit te spreken. Stiekem hoop ik dat ik mensen zal inspireren om ooit hetzelfde te doen.” (foto’s © RV).