Tom Naegels (foto hierboven © Lannoo) was actief als journalist (eerst bij De Nieuwe Gazet, het Antwerps broertje van Het Laatste Nieuws, daarna bij De Standaard waar hij ook columnist en ombudsman was). Hij is ook een romanschrijver (met als bekendste roman Los, over een racistische grootvader, die ooit een warme socialist was, en zijn kleinzoon die een relatie heeft met een Pakistaanse vrouw en als journalist verslag uitbrengt over rellen in Borgerhout). Tom Naegels woont in Berchem waar zijn leermeester Jan Blommaert regelmatig door de voornaamste winkelstraat wandelde en noteerde hoe de multiculturele samenleving daar steeds weer evolueerde. Dat alles maakt Tom Naegels tot een man die vlot pen en toetsenbord hanteert, en oog heeft voor de multiculturele samenleving en de nuances daarin. Voor zijn pas verschenen boek Nieuw België. Een migratiegeschiedenis. 1944-1978 dook hij zes jaar lang in de archieven. Van het archief van het Algemeen Bestuur van de Strafinrichtingen en het archief van het Anti-Fascistisch Front (AFF) tot en met het archief van de VSSE, de Staatsveiligheid, en het archief van Were Di, blad waarvan Karel Dillen hoofdredacteur was. Samen met informatie uit eerder verschenen boeken en onderzoeksrapporten, en gesprekken om een en ander af te toetsen, levert dat een goed gedocumenteerd boek op.

De eerste buitenlanders die na de Tweede Wereldoorlog helpen om de Belgische economie er weer bovenop te brengen zijn Duitse krijgsgevangenen die men tot drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zal tewerkstellen in de koolmijnen in Limburg en Wallonië. Met het einde van de oorlog had men die mensen moeten vrijlaten, maar het land had kolen nodig om de economie terug op gang te krijgen. Omdat men wel besefte dat men die Duitse krijgsgevangenen niet eeuwig aan het lijntje zou kunnen houden, wordt in 1946 een eerste akkoord ondertekend om Italiaanse arbeiders naar België te laten komen. Italië geraakt zo verlost van een aantal werklozen. België belooft hen de hemel op aarde… maar dat blijkt zwaar tegen te vallen. Het werk is zwaar, onveilig en niet tegen het beloofde hoge loon, terwijl de huisvesting ook al niet als beloofd is.

Ook vluchtelingen worden tewerkgesteld in de koolmijnen. Maar niet elke vluchteling is welkom. Tom Naegels citeert hoe lyrisch België het asielrecht bepleit in de Algemene Vergadering van de VN, en hoe restrictief het beleid van de Belgische regering in werkelijkheid is. Enkel de vluchtelingen die het zware werk in de koolmijnen aankunnen zijn welkom. In die koolmijnen loopt het mank met de veiligheid voor de arbeiders, wat tot boze reacties in Italië leidt en huichelachtig commentaar van de koolmijnbazen. In de plaats van de mensenlevens in de koolmijnen beter te beschermen, gaat België op zoek naar arbeidskrachten in andere landen. Na Spaanse en Griekse migranten zoekt men begin jaren zestig ook werkvolk in Marokko. Niet in Algerije omdat men de Algerijnen te mondig vindt.

De brochure Vivre et travailler en Belgique: “Wij, Belgen, zijn blij dat u ons komt helpen met uw kracht en uw verstand. Wij wensen dat dit nieuwe leven kan bijdragen tot uw geluk. (…) Initiële moeilijkheden zullen veel gemakkelijker te overwinnen zijn als u een normaal leven leidt, dit wil zeggen een familiaal leven.”, en de cover van een Italiaans tijdschrift na de mijnramp in Marcinelle in 1956 die 262 levens kost waarvan 136 van Italianen (foto’s © Charleroi, pays noir).

Ook in Turkije gaat men werkvolk ronselen. Zoals ook Duitsland dat doet, en daarbij een concurrent voor België is. Voor veel Turken is Duitsland een aantrekkelijker land om naartoe te trekken dan België. Duitsland rekruteert hen omdat na de bouw van de muur in Berlijn de jaarlijkse stroom van mensen die vanuit Oost-Duitsland naar West-Duitsland emigreren opdroogt, terwijl de industrie schreeuwt om nieuwe werkkrachten. Mensen bieden zich ook ‘spontaan’ aan in België. Tegenwoordig zou men ze ‘illegalen’ noemen. Toen noemde men ze ‘toeristen’, die tegen alle regels in arbeidsvergunningen krijgen om ingeschakeld te worden in de Belgische economie. En de politiek bij dit alles? Die doet gewillig wat de koolmijn- en andere fabrieksbazen vragen. Socialisten zijn meermaals terughoudend als het gaat om vreemde arbeidskrachten te laten overkomen; liberalen bepleiten het aantrekken van vreemde arbeidskrachten naar ons land.

In de brochure Vivre et travailler en Belgique werd gewezen op de mogelijkheid om met het hele gezin in België te leven. Terwijl de gezinshereniging nu vaak gezien wordt als een rem op de integratie, werd het gezin toen als cruciaal voor het slagen van de integratie gezien. Het gezin is een ‘decompressiekamer’ waar de man na de dagelijkse arbeid tot rust komt. Voor de werkgever heeft het ook als voordeel dat de arbeider nu minder snel van werk of woonplaats zal veranderen. Vele Belgen geven de vreemde mensen een warm onthaal, maar er zijn ook vele getuigenissen van racisme. Met de bordjes aan café’s Verboden voor honden en Noord-Afrikanen als bekendste. Eerst was het nog Verboden voor honden en Italianen. Toch zijn er aanvankelijk geen politici en politieke partijen die van ‘het vreemdelingenprobleem’ een thema maken. Dat verandert met een stroming binnen het Vlaams-nationalisme die leidt tot de oprichting van het Vlaams Blok.

Tom Naegels schetst goed de figuur van Vlaams Blok-oprichter Karel Dillen – hij moet wel, in een column in De Standaard op 26 mei 2007 schreef Tom Naegels: “Nu moet ik eerlijk zijn, of ik krijg het Anti-Fascistisch Front op mijn nek.” – en hij benadrukt dat Dillen aanvankelijk vooral uithaalde naar al wat links is. Zelfs als Dillen en de zijnen erin zouden slagen van Vlaanderen een onafhankelijke staat te maken, en elke niet-Europese vreemdeling over de grens te zetten, zouden ze nog niet gelukkig zijn omdat ze dan nog altijd moeten samenleven met progressieve Vlamingen “van wie ze de waarden simpelweg niet met de hunne konden verzoenen”. Pas in de loop van de jaren wordt meer de nadruk gelegd op “Wat met de gastarbeiders?”. Er was inderdaad sprake van vreemde arbeiders die hier slechts voor een beperkt aantal jaren als gast aan de slag zouden gaan, maar meer nog dan de individuele keuzes zorgen ‘de noden van de economie’ dat ze hier langer blijven voor jobs die autochtone Belgen niet langer willen doen. Ook dát aspect wordt goed gedocumenteerd in het boek.

Teksten en betogingen van de Vlaamse Militanten Orde (VMO) gaan de verharding van het Vlaams Blok-standpunt over ‘gastarbeiders’ vooraf (foto © archief AFF).

Tom Naegels beschrijft de migratiegeschiedenis met veel inlevingsvermogen. Hoe de mijnramp in Marcinelle in 1956 is kunnen gebeuren, leest als een thriller. De citaten uit brieven, krantenverslagen, toespraken enzomeer zijn goed gekozen. Vaak worden ze in een ander lettertype gepubliceerd, wat de leesbaarheid versterkt. Het boek eindigt in 1978. Hierna begint een nieuwe fase in de migratiegeschiedenis, maar 1978 is ook het eerste jaar waarin het Vlaams Blok aan verkiezingen deelneemt. De grote verkiezingssuccessen van het Vlaams Blok en de verrechtsing van de traditionele partijen moeten dan nog beginnen. Stof dus voor een volgend boeiend en goed gedocumenteerd boek. Het zal nog een paar jaren duren, maar we kijken er al naar uit.

Tom Naegels, Nieuw België. Een migratiegeschiedenis. 1944-1978, uitgeverij Lannoo, 413 blzn., 34,99 euro. Voor beelden en getuigenissen kan je kijken naar Kinderen van de migratie. Morgen met de opkomst van het Vlaams Blok en andere negatieve gebeurtenissen. Tom Naegels was één van de experten die het maken van deze alweer goede televisiereeks begeleidde.

Advertentie