De Limburgse zanger Geert Verdickt heeft met zijn groep Buurman in Vlaanderen aardig wat bekendheid vergaard met nummers als London Stansted, Zoals koffie hoort bij opstaan en andere, en intussen vier Buurman-albums en een soloplaat uitgebracht. Voor het volgend album laat Geert Verdickt zich inspireren door tien gesprekken die hij deze zomer telkens op maandagavond ergens in België heeft. Met mensen die een boeiend verhaal hebben, op voorzet van de fans van Buurman die tips geven over wie een goede gesprekspartner zou zijn. Er wordt doorgaans een bank, een vuurkorf en lichtjes aangesleept om er de sfeer in te brengen. Van de gesprekken wordt meteen een mini-podcast gemaakt. Voorjaar 2022 volgt de volledige podcast, en later in 2022 de volgende plaat van Buurman met liedjes geïnspireerd door de gesprekken deze zomer.

Twee weken geleden, maandag 12 juli 2021, ging Geert Verdickt in Brussel op bezoek bij Simon Gronowski die in 1931 in Ukkel is geboren als zoon van Joodse vluchtelingen uit Polen en Litouwen (foto hierboven © Joke Timmermans). De ouders van Simon Gronowski hebben een lederwinkel in Etterbeek. Aan het rustige leven voor vader Léon, moeder Chana, de zeven jaar oudere zus Ita en Simon komt een einde met de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. De haat tegen Joden wordt steeds meer voelbaar. De Gronowskis wordt in een Jodenregister ingeschreven, op het uitstalraam van hun winkel komt het opschrift ‘Judisches Geschaeft – Entreprise Juive’ en alle gezinsleden moeten een gele Jodenster dragen. Ook in Brussel werden de anti-Joodse verordeningen uitgevoerd, al ging de medewerking van de Brusselse gemeentebesturen daarbij minder ver dan in Antwerpen.

Het gezin Gronowski duikt onder op de eerste verdieping van een klein appartement in Sint-Lambrechts-Woluwe, en leeft daar van 1 september 1942 tot 17 maart 1943. Het gezin wordt evenwel verklikt. De Gestapo pakt moeder Chana, zus Ita en Simon op. Na enkele dagen opsluiting in de kelder van de Gestapo op de Brusselse Louizalaan wordt iedereen op transport gezet naar de Dossinkazerne in Mechelen. Vader Gronowski ligt op het ogenblik van de inval van de Gestapo met een inzinking in een ziekenhuis, en ontsnapt zo aan wat voor zijn gezin volgde.

Simon Gronowski in 1940 met zijn ouders op wandel aan de Louizalaan in Brussel (foto © collectie Simon Gronowski).

Simon, dan 11 jaar oud, en zijn moeder worden op 19 april 1943 op het twintigste treinkonvooi vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau gezet. Zus Ita, die op haar zestiende Belgische werd, blijft in Mechelen. De Belgische joden worden (nog) niet gedeporteerd. Het twintigste treinkonvooi is het treinkonvooi dat door drie jonge mannen ter hoogte van Boortmeerbeek wordt overvallen, waarbij ze erin slagen een wagondeur van buitenaf te openen en zeventien gevangenen kunnen wegvluchten. Een verhaal dat vermoedelijk verfilmd wordt, men is alleszins het nodige aan het doen om het budget voor het maken van de film rond te krijgen.

Wat later ontsnappen nog meer mensen uit de treinwagons. Ter hoogte van Borgloon kan Simons moeder Simon door een geforceerde doorgang brengen en op een goed moment loslaten. Zelf waagt ze de sprong niet. Simon wordt opgevangen door een veldwachter en vervolgens een rijkswachter, en een dag later herenigd met zijn vader. Tot het einde van de oorlog, die nog zeventien maanden zal uitblijven, leven ze beiden ondergedoken op verschillende adressen.

De moeder van Simon wordt bij aankomst in Auschwitz-Birkenau onmiddellijk vergast. Zus Ita wordt op 20 september 1943 op het tweeëntwintigste transport naar Auschwitz-Birkenau gezet – de bescherming die de Belgische nationaliteit biedt is voorbij voor de Joden. Ook Ita wordt onmiddellijk bij aankomst omgebracht. Simons vader sterft op 9 juli 1945 uit wanhoop in hun huis in Etterbeek. De 14-jarige Simon moet nu alleen verder. Door het huis van zijn ouders te verhuren, slaagt hij erin zijn studies te betalen. Hij wordt advocaat in Brussel en jazzpianist.

Geert Verdickt en Simon Gronowski, 12 juli 2021 (foto © Joke Timmermans).

Simon Gronowski wordt tevens voorzitter van de ‘Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België, dochters en zonen van de deportatie’. Hij neemt ontslag als voorzitter van deze vereniging uit onvrede omdat de vereniging andere genocides wil minimaliseren ten opzichte van de Shoah. Op een studiedag over extreemrechts vroeger en nu getuigt Simon Gronowski over zijn liefde voor Israël, maar dan “een Israël dat leeft in vrede en harmonie met zijn buren, klein op gebied van zijn territorium maar groot door zijn morele, humanistische en culturele uitstraling”. Simon Gronowski komt ook op voor de mensen zonder geldige verblijfspapieren. Zijn vader is ook ‘illegaal’ naar België gekomen.

Over Simon Gronowski zijn zowel boeken als jeugdromans en strips verschenen. Simon Gronowski schreef ook het verhaal over zijn ontmoeting met de zoon van een Vlaamse nazi. Die zoon, beeldhouwer en tekenaar Koenraad Tinel, maakte de tekeningen bij het verslag, en auteur David Van Reybrouck schreef er een nabeschouwing bij. Kazerne Dossin maakte over het verhaal van Simon een educatief lespakket voor leerlingen laatste graad basisonderwijs. En volgend jaar is er dus een podcast én op de volgende plaat van Buurman een lied over wat Simon Gronowski overkomen is. De mini-podcast kan je hier beluisteren.

Na zijn bezoek aan Simon Gronowski ging Geert Verdickt op zoek naar de plek in Borgloon waar Gronowski ontsnapte uit de trein naar Auschwitz-Birkenau (foto © Joke Timmermans).

Wie het tot stand komen van de volgende plaat van Buurman van nabij wil volgen, kan zich abonneren op een nieuwsbrief. Suggesties voor andere verhalen kunnen nog gestuurd worden tot en met aanstaande vrijdag 30 juli 2021.