Zedelgem is een kleine gemeente in West-Vlaanderen, gelegen tussen Brugge en Torhout. De gemeente wordt al tientallen jaren bestuurd door een volstrekte meerderheid van CD&V al dan niet in kartel met de groep ‘Nieuw’. Sinds 2000 heeft de gemeente afwisselend één dan wel twee Vlaams Belang-gemeenteraadsleden. Eén van de twee, Dominiek Sneppe, heeft het inmiddels geschopt tot federaal parlementslid en haalde bij haar verkiezing in 2019 meteen de nationale media door haar uitspraak “Holebi’s die trouwen en kinderen krijgen, vind ik een brug te ver”. Haar partijgenoot in de gemeenteraad Pol Denys is in eigen land weinig bekend, maar hij slaagde erin de internationale media warm te laten lopen voor Zedelgem. De aanleiding is wel weinig fraai: een monument dat er na zijn initiatief is gekomen ter ere van de inwoners van Letland die zij-aan-zij met de nazi’s streden tijdens de Tweede Wereldoorlog (foto hierboven © Facebook). Letland wordt begrensd door de Oostzee en Wit-Rusland, Litouwen, Estland en Rusland, en ligt op een 1.800 km van Zedelgem. Tot 1991 werd het land afwisselend door de Sovjet-Unie en door Duitsland bezet.

Het was de in Oekraïne geboren Amerikaanse auteur Lev Golinkin die de kat de bel aan bond. In het Joodse blad Forward wees hij begin dit jaar op de monumenten die in Australië, Europa, Noord-Amerika en Turkije hulde brengen aan de nazi’s. In België kwam daarbij het ‘Bijenkorf’-monument in Zedelgem in beeld. Lev Golinkin: “De beschrijving van deze ‘Letse Bijenkorf voor Vrijheid’, opgericht in 2018, zegt dat het ‘vrijheid in al zijn aspecten symboliseert’, en voegt eraan toe dat het ter nagedachtenis is aan Letse krijgsgevangenen die gevangen zaten in een nabijgelegen kamp.” Op het monument staan geen symbolen van de Waffen-SS, maar de geschiedenis van de Letse krijgsgevangen is wel verbonden met de Waffen-SS.

Lev Golinkin: “De Letse krijgsgevangenen waren niemand minder dan het Letse Legioen, een eenheid van de Waffen-SS (…). Veel van de mannen in het Legioen kwamen uit lokale hulppolitiebataljons die de Duitsers hielpen bij het afslachten van joden. Driekwart van de Letse joden werd vermoord tijdens de Holocaust. (…) Het is onduidelijk hoe dit monument, dat deels en met trots werd betaald door de gemeente, op een uur rijden van het EU-hoofdkwartier er kwam. Het is waarschijnlijk dat het witwassen van nazicollaborateurs als ‘vrijheidsstrijders’ – een algemene tactiek die wordt gebruikt door Holocaustrevisionisten in heel Oost-Europa – heeft gewerkt, en daarom heeft een gemeente in België, die 12.000 soldaten en 74.000 burgers aan de nazi’s verloor, nu een monument ter ere van leden van de Waffen-SS.”

Het Letse Legioen (foto © cc. Wikipedia).

Twee maanden later ging de Belgische editie van het Franse blad Paris Match in op de zaak en bracht aan het licht dat Vlaams Belang-gemeenteraadslid Pol Denys een belangrijke rol speelde bij het tot stand komen van het memoriaal in Zedelgem. Hij werd daarvoor gedecoreerd in de Letlandse hoofdstad Riga, waar men jaarlijks nog een herdenkingsmars voor het Letse Legioen inricht.

Als amateur historicus pluisde Denys de geschiedenis uit van Vloethemveld in Zedelgem. Nu een beschermd natuurdomein; in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog een munitieopslagplaats van de Duitsers, en vanaf eind 1944 door de Britten gebruikt als krijgsgevangenkamp. De Britten sloten er een 100.000 soldaten op, waarvan 11.727 Letten. Eind 2012 richtte Pol Denys in het gemeentehuis van Zedelgem een tentoonstelling in over het krijgsgevangenkamp in 1944-1946. Daar kwamen contacten uit voort met het Museum van de Bezetting van Letland. Op aansturen van Pol Denys bestelde het gemeentebestuur van Zedelgem in Letland een monument om de Letse krijgsgevangenen te herdenken. Bij de inhuldiging van het monument in Zedelgem op 23 september 1998 aarzelde Valters Nollendorfs, voorzitter van de raad van bestuur van het Museum van de Bezetting van Letland, niet om de nagedachtenis te eren van SS-Standartenführer Vilis Janums die vanaf 1941 actief betrokken was bij de samenwerking met de Duitse autoriteiten en als SS’er de meest prestigieuze onderscheidingen in het Derde Rijk kreeg.

In de herfst van 2020 ontdekte Wilfried Burie het bestaan ​​van het monument. Wilfried Burie: “Nadat ik documentatie had verzameld over de geschiedenis van deze Letten die tot de SS behoorden, schreef ik naar alle leden van de regering om mijn verontwaardiging te uiten. Ik kreeg slechts één ontwijkend antwoord van een minister die uitlegde dat deze vraag buiten zijn bevoegdheid valt.” Vanuit de parlementsleden is er enkel André Flahaut (PS) die de wenkbrauwen optrok. In december 2020 ondervroeg hij minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) hierover, maar die wees er enkel op dat het niet aan hem is om daar een onderzoek over te openen.

De Letlandse premier Egil Levits (l.) bij de huldiging van Vlaams Belang’er Pol Denys (r.) (foto’s © Facebook).

De zaak beroerde vooral Franstalig België, maar met artikels bij Apache en in De Standaard zwol ook de kritiek aan in Vlaanderen. Het gemeentebestuur van Zedelgem is niet van plan het monument weg te halen. Wel zal er een betere duiding bijgeplaatst worden. Lev Golinkin merkte in een opiniebijdrage vorige week in De Standaard cynisch op: “De politici van Zedelgem mompelen nu dat ze een gedenkplaat bij het monument zullen aanbrengen om de dingen in de juiste context te plaatsen. Wat moet daar dan opstaan? ‘Deze mannen waren misschien wel Holocaust-misdadigers maar ze maakten prima honing’?”

Vorige week is een petitie opgestart om het monument weg te halen. Dat was vóór de beslissing het infobord te vervangen, maar het is nog meer gebeurd dat men er eerst aan dacht om duiding te plaatsen bij bijvoorbeeld een Cyriel Verschaeve-straatnaambord en uiteindelijk de Cyriel Verschaevestraat als straatnaam verdween. Historicus Pieter Lagrou (ULB) pleit voor het niet afbreken maar de juiste duiding geven. “Het is een uitdaging om kritisch om te gaan met het nazi- en het Sovjetverleden zonder in de val te trappen beide op dezelfde hoogte te plaatsen. Het is een verhaal van migratie, van bestraffing en straffeloosheid, van schuld bekennen en schuld omdraaien. Het monument moet een Mahnmal zijn, een waarschuwingsteken zoals er vele in Duitsland zijn, en waarbij herdenken en huldigen elkaars tegenpolen zijn”, besluit Lagrou. Enkel als de duiding een expliciete veroordeling van misleiding is, lijkt ons dat een beter alternatief dan afbreken.

Bij een debat in het Vlaams Parlement over het oorlogsmonument in Zedelgem, donderdag 8 juli 2021, bleek dat het gemeentebestuur van Zedelgem inmiddels er aan denkt om niet alleen de duiding bij het monument aan te passen, maar ook om de naam van het plein waar het betwiste monument staat te veranderen. Het heet nu Brivibiaplein, naar het Letse woord voor ‘vrijheid’. Het bord met de oorspronkelijke duiding zou voorbije donderdag weggenomen zijn. Voor een betere duiding wil men nu samenwerken met historicus Pieter Lagrou, de plaatselijke adviesraad voor erfgoed en het wetenschappelijk comité voor het krijgsgevangenenkamp Vloethemveld. PVDA-parlementslid Tom De Meester, die het debat in het Vlaams Parlement over het oorlogsmonument in Zedelgem op gang bracht, gaf nog als suggestie mee om in Zedelgem een standbeeld op te richten voor Ferdinand De Lil, die als lid van het Geheim Leger de leider was van het verzet in Zedelgem en overleed in het concentratiekamp van Neuengamme. “Dat zijn de echte strijders voor onze vrijheid en niet de Waffen-SS.”

Oproepen om aan het Oostfront te gaan strijden en “voor Vlaanderen een gelijkberechtigde positie veroveren in het nieuwe Europa”. Dat “nieuwe Europa” is dan wel een fascistisch Europa (foto’s © Cegesoma).