Bob Cools, in 1971 de eerste schepen van ruimtelijke ordening in ons land, van 1983 tot 1994 burgemeester en van 1994 tot 2001 OCMW-voorzitter in Antwerpen, heeft van de coronaperiode gebruik gemaakt om de dagboeken die hij tientallen jaren bijhield nog eens in te kijken en er een dik driehonderd bladzijden tellende memoires uit te distilleren: Cool(s’) parcours. Het begint met de herinneringen aan de oorlogsjaren, waarbij Cools de belangrijke rol van het verzet bij de bevrijding van de nazi’s in de verf zet, gaat uitgebreid verder met de rol van planning en het pionierswerk rond ruimtelijke ordening, om vervolgens te verhalen over de jaren als Antwerps burgemeester en het gekonkel binnen Cools’ eigen sociaaldemocratische partij, en te eindigen met ideeën voor een betere samenleving. Tussendoor vernemen we bijvoorbeeld hoe Cools erin slaagt het Centraal Station en de Bourla-schouwburg van de sloophamer te behoeden en te laten restaureren tot de parels waar Antwerpen trots op mag zijn. Of nog: hoe de huidige Russische president Vladimir Poetin ooit als ‘valiezendrager’ bij een receptie op het Antwerps stadhuis was. Maar het boek bevat ook hiaten, zaken die Cools verzwijgt terwijl ze waarschijnlijk wel in zijn dagboeken zijn opgetekend.

Eén van die hiaten is Cools’ houding tegenover de afkeer van stadsgenoten voor vreemdelingen zoals die voor het eerst op een buurtvergadering op 27 januari 1978 tot uiting komt in Antwerpen-Zuid. Eerst gaat het over klassieke vragen als: wat moet er gebeuren met de Gedempte Zuiderdokken, en wat met het zware vrachtverkeer in de wijk? Als op de getoonde dia’s ook Marokkaanse vrouwen in traditionele kleren, aan een schooluitgang wachtend op hun kinderen, te zien zijn, is er in de zaal gemor en gejoel. “Wa godde golle doar on doeng seg?”, klinkt het. Een vraag die de stadsbestuurders niet verwacht hadden. Cools’ memoires gaan dan verder over de fusie van de oude stad Antwerpen met de toenmalige randgemeenten op 1 januari 1983, Antwerpen als culturele hoofdstad in 1993 en andere onderwerpen.

Tussendoor wordt wel even de opgang van het Vlaams Blok vermeld: bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1982 5,1 % van de stemmen, bij de parlementsverkiezingen in 1985 en 1987 uitschieters van 12,6 en 20,2 % in de Stuivenberg-wijk (Antwerpen-Noord), bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1988 17,6 %… Er is ook een sneer naar toenmalig Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid Paula D’Hondt (1989-1993) die voorstander is van een sociale mix in het onderwijs… maar over wat Cools zelf deed buiten enkele wandelingen in ‘probleemwijken’ vanaf 6 april 1990, twaalf jaar na het eerste verontrustend signaal, vernemen we niet veel.

Het Vlaams Blok begon aan een steile opmars in Antwerpen, maar werd ook gecontesteerd. Vandaar de politieagenten vooraan (foto © AFF).

Cools was verontrust over de opstoot van xenofobie en het politiek misbruik door het Vlaams Blok (volgens Cools was er ook politiek misbruik door wereldvreemde buurtwerkers die men later bij Agalev zal terugvinden), maar Cools kwam niet verder dan er niet de aandacht op trekken. Dat Cools het Vlaams Blok nooit vermeldde, maar sprak over “het verschijnsel”… Tot daar aan toe. Toen de socialistische overheidsvakbond ACOD in Antwerpen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 1988 een fraai gelay-oute folder, grappig maar vooral ook goed gedocumenteerd over racistische vooroordelen (“Pakken ze ons werk af?”, “Of staan ze allemaal aan de dop?” “Vreemdelingen en criminaliteit”, “De oprukkende islam”…) verspreidde, ging er een kwade telefoon vanuit het Antwerps stadhuis naar toenmalig vakbondssecretaris Charles Vander Vinck. Cools vond die folder koren op de molen van het Vlaams Blok, terwijl het een antwoord bood op verkeerde veronderstellingen, al dan niet aangewakkerd door het Vlaams Blok.

Volgens Bob Cools heeft een peiling die De Morgen publiceerde de Zwarte Zondag van 24 november 1991 in de hand gewerkt. Het klopt dat twijfelende kiezers zich graag aansluiten bij wat ze denken de winnaars van de verkiezingen te zijn, maar als uit een peiling blijkt dat iets meer dan een derde van de bevraagden de aanwezigheid van migranten als hét probleem ziet, moet je daar iets mee doen. Het is niet met doodzwijgen dat er problemen opgelost worden.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig werd het stedelijk ‘Informatie- en Tolkencentrum’ in Antwerpen-Zuid omgevormd en uitgebreid met enkele filialen tot ‘Centra voor Informatie en Samenlevingsopbouw’. Men probeerde daarmee de indruk weg te nemen dat er extra inspanningen werden gedaan voor migranten en wilde benadrukken voor iedereen klaar te staan. Meer hierover in het boek van Nicolas Van Puymbroeck Migratie en de Metropool 1964-2013, het hoofdstuk Verschillende visies en één vijand, 1984-1993. Interessant is echter ook het volgend hoofdstuk: Coöperatief multiculturalisme, 1994-2003. Het beleid ten aanzien van migranten werd met schepen Marc Wellens (CD&V) compleet omgegooid, met veel meer ruimte voor initiatieven van niet-stadsdiensten… wat evenwel niet belette dat het Vlaams Belang bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 steeg tot 33,5 % van de stemmen. Bijgevolg faalde niet alleen Cools.

Opener van een ACOD-folder als antwoord op groeiende vooroordelen en racisme. Bob Cools kon dit niet appreciëren (foto’s, zoals ook de foto helemaal bovenaan © De Basis).

Toen Bob Cools geen politiek mandaat meer opnam, ging hij zich verdiepen in de zaak middels een doctoraat over de sociale huisvesting in Antwerpen, Lille (Rijsel), Manchester en Rotterdam. Cools kwam tot de bevinding dat er meer sociale huisvesting moet zijn in Antwerpen én je mensen moet huisvesten volgens de leefstijl die ze willen: de mensen die een rustig leven willen, de voorstanders van een multicultureel model, de mensen die pas ’s avonds en een stuk in de nacht goed beginnen te leven, en de mensen die enig toezicht nodig hebben bij gebrek aan wooncultuur. Daar kan over gediscussieerd worden, maar stel dat het terecht is… hoe breng je dat dan in de praktijk?

Naarmate we verder gaan in Cools’ memoires duiken er storende foutjes op in het boek. “Een moskee in de straat zorgde voor dijning” (wat natuurlijk “deining” moet zijn), namen die fout geschreven worden, de belofte op een onderwerp verderop in het boek terug te komen maar het niet doen… Toch zou het zonde zijn als Cools’ memoires over een half jaar of zo al bij de De Slegte-boekhandels zou liggen zoals zoveel andere boeken van politici.

Bob Cools haalt het niet aan in zijn memoires, maar hij was veel meer dan de man die de “bobkes” plaatste op de Meir (de kleine kubussen die gebieden op de autovrije Meir moesten afbakenen, maar waar mensen vooral over struikelden). Hij was ook de man die begon en verderging met het autovrij maken van de Antwerpse binnenstad, iets waar het huidig stadsbestuur maar met mondjesmaat aan verder werkt. Huidig stadsbestuur dat voor het eerst schuldenvrij kan besturen, terwijl de generatie-Cools, Detiège en Janssens een historische schuld moest aflossen waar de Vlaamse regering niet voor tegemoet wilde komen zoals voor andere Vlaamse steden en gemeenten.

Bob Cools is in hart en nieren een sociaaldemocraat gebleven, maar met zijn pensionering is hij linkser geworden. Of is het dat zijn sociaaldemocratische opvolgers rechtser zijn? Dat kan ook.

Verkiezingsaffiches. Bob Cools had niet alleen het Vlaams Blok tegen hem, Ward Beysen (PVV, nu: Open VLD) bedreef politiek à la Vlaams Blok (foto’s © AFF).

Bob Cools, Cool(s’) parcours, uitgeverij C. de Vries-Brouwers, 340 blzn. 29,50 euro.