Het voorbije weekend vertelde Studio 100-baas Gert Verhulst in Gazet van Antwerpen dat zijn beide grootouders langs moederskant na de Tweede Wereldoorlog in de leeuwenkooien van de Antwerpse Zoo werden opgesloten omwille van hun collaboratie met de nazi’s. De grootvader langs moederskant werkte in Malpertuus, het Antwerpse partijlokaal van het collaborerende VNV, en dat was niet enkel omdat hij een job nodig had. Aan de andere kant van de familie van Gert Verhulst is er een nonkel die tegen de Spaanse generaal Franco vocht en in Madrid sneuvelde. Interviewer en voormalig reclameman Guillaume Van der Stighelen heeft op zijn beurt twee nonkels in het verzet en één aan het Oostfront. In een in 2008-2009 door Canvas uitgezonden reportagereeks van Annick Ruyts werd eerder de familiale link tussen nog andere Bekende Vlamingen en de (Eerste en) Tweede Wereldoorlog uit de doeken gedaan. Wie de televisiereeks destijds gemist heeft, kan het nog nalezen in het boek Verloren land. Elke familie heeft zijn geheimen dat in nog veel bibliotheken beschikbaar is.

In die televisiereeks kwam ook een grootvader van zanger-presentator Bart Peeters, tevens grootvader van auteur en schrijfdocente Gretel Van den Broek, aan bod. Gretel Van den Broek publiceerde er laatst een boek over: Heldendom. Verzet en verraad. Het verhaal van Staf Van Boeckel.

In feite zijn het drie verhalen in één. Het eerste en belangrijkste is het verhaal van Staf Van Boeckel die politieagent is in Lier en zich bij de aankondiging van de Tweede Wereldoorlog, zoals alle gezonde mannen tussen 16 en 35 jaar, in Roeselaere moet melden bij het Centre de Recrutement de l’Armée Belge (CRAB). Zijn vrouw Mia en twee kleine dochters worden in een camion op weg naar Frankrijk gezet. Twee weken later hoort Staf, nog steeds zonder uniform en opleiding, dat België gecapituleerd is voor de nazi’s. Staf keert terug naar Lier, waar hij zich afvraagt hoe het verder moet met nog twee Duitse politie-eenheden erbij: de Feldgendarmerie en de Geheime Feldpolizei. De katholieke burgemeester Joseph Van Cauwenbergh wordt aan de kant gezet en vervangen door VNV’er Alfred Van der Hallen.

Stafs chef bij de politie en goede vriend Theo Proost wordt lid van de Witte Brigade, in Lier een grote verzetsgroep, en lid van het kleinere Belgisch Legioen/Geheim Leger. Theo overhaalt Staf om ook in het verzet te gaan. Zijn inmiddels uit Frankrijk teruggekeerde echtgenote doet ook mee. Staf wordt gevraagd mee te werken aan de administratieve sabotage in het stadhuis van Lier, om verbindingsagent te zijn met de dorpen in de buurt en zich klaar te houden voor acties met wapens. Staf heeft echter ook interesse in het verspreiden van clandestiene pers, geïnspireerd door wat hij leest in het eerste nummer van een krantje van het Onafhankelijkheidsfront. Staf en Mia geven ook onderdak aan Jules Draeyers die moet onderduiken na onder andere de sabotage van spoorlijnen in Kapelle-op-den-Bos en Kalmthout.

Staf Van Boeckel als politieagent en (op de cover van het boek) bij een huldiging. Volgens Heldendom aan het einde van de Tweede Wereldoorlog; volgens Verloren land bij Stafs vijftigste begeleiding van een bedevaart naar Lourdes (foto’s © collectie Gretel Van den Broek).

Wanneer Staf als politieagent op 10 mei 1943 naar Boechout moet om daar een brief af te geven op het gemeentehuis, blijkt dat een valstrik te zijn om hem aan te houden buiten Lier. Daarmee wil men vermijden dat het nieuws van de aanhouding snel bekend wordt, zodat het plan om bij het arresteren van een van de verzetsmensen bewijsmateriaal te laten verdwijnen mislukt. Staf is verraden door Eugeen Dirckx die door de Duitsers is opgepakt zonder dat zijn vrienden het wisten. In ruil voor vrijheid en geld verraadt hij Jules Draeyers, Staf Van Boeckel en een derde verzetsman. Na de oorlog wordt Dirckx ter dood veroordeeld voor collaboratie, maar dat wordt omgezet naar levenslange opsluiting. In de praktijk wordt het geen levenslange opsluiting en wordt hij al in 1958 vrijgelaten.

Staf wordt na zijn aanhouding in Boechout overgebracht naar de Della Faillelaan in Antwerpen, het hoofdkwartier van de SIPO waar hij de eerste van een lange reeks folteringen ondergaat om informatie prijs te geven. Maar Staf zegt geen woord. Wanneer een gevangenisarts in de Begijnenstraat in Antwerpen drie dagen later Staf onderzoekt, telt hij onder andere 180 brandwonden op het zitvlak. Na de Begijnenstraat gaat het naar het Fort van Breendonk waar het gevangenisregime  onmenselijk is. Staf staat op het punt gefusilleerd te worden, als de executie toch niet doorgaat en het uiteindelijk een verblijf als Nacht und Nebel-gevangene wordt in meerdere concentratiekampen. Onder andere in Börgermoor waar het legendarische lied Wier sind die Moorsoldaten voor het eerst wordt gezongen.

Eind maart 1945 is Staf in het concentratiekamp in Esterwegen als alle gevangenen beginnen aan een twintig dagen durende voettocht. Het is meer strompelen dan stappen, maar op 15 april wacht hen de bevrijding. Staf keert terug naar Lier, maar zwijgt over zijn verzetsdaden en de ellende die er op volgde. Hij wordt terug politieman en – zo vernemen we uit een interview met Bart en broer Stijn Peeters – werkt daarbij nog een tijd samen met de politieman die hem verraden heeft. Staf wil geen spanningen veroorzaken in het naoorlogse Lier. De van meet af katholieke Staf stort zich daarnaast op het begeleiden van bedevaarten naar Lourdes. Hij overlijdt in 1987 zonder ooit één woord verteld te hebben over wat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog meemaakte.

Het eerste nummer van België Vrij, blad van het Onafhankelijkheidsfront waaruit Staf enthousiast voorleest, en tekst en melodie van Wir sind die Moorsoldaten (teksten opgenomen in het boek van Gretel Van den Broek) (foto’s © Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en cc. Wikimedia/Frank Vincentz).

Het tweede verhaal in het boek, verweven door het levensverhaal van Staf, zijn de twijfels van auteur Gretel Van den Broek om het verhaal te reconstrueren. Kleinkind zijnde krijgt ze inzage in een doos die haar moeder bewaard heeft met brieven die Staf schreef naar Mia en andere zaken die verwijzen naar de oorlogsperiode. Gretel schrijft over zichzelf: “Wat na meer dan vijfenzeventig jaar nog aan ervaringen over was, wil ze alvast conserveren. Toch drijven daardoor nieuwe vragen boven. Hoe haar grootvader in de donkerte van de nacht, terwijl twee jonge kinderen boven lagen te slapen, zijn beslissingen nam, zal ze nooit echt weten. Hij moet toch risico’s ingeschat hebben, prioriteiten hebben afgewogen, grenzen hebben gesteld. Dat doe je toch als je een gevaarlijke actie onderneemt en met wapens bezig bent. Of niet?” Spijts alle twijfel bij het schrijfproces waar de auteur ons bij betrekt, leest het boek vlot.

Er is nog een derde verhaallijn doorheen het boek, duidelijk wel fictie. Of niet? Het is het verhaal over een groep mensen die weliswaar goed verdienen maar zich vragen stellen over wie met de winst van hun arbeid gaat lopen. Ze plannen een ondergrondse verzetsbeweging uit te bouwen en halen er de auteur bij die een boek aan het schrijven is over een verzetsman. Ze bestoken haar met vragen als: of de dood van één iemand verantwoord is als daarmee veel meer mensenlevens kunnen gered worden? Hoe het afloopt gaan we niet verklappen. Merkwaardig is dat in een recensie in De Standaard die derde verhaallijn wordt doodgezwegen, terwijl ze toch ettelijke bladzijden in beslag neemt en spannend is opgebouwd. Wat niet wegneemt dat wij vooral geïnteresseerd waren in hoe het met Staf Van Boeckel en de andere mensen in het verzet tussen 1939 en 1945 verliep.

“Nu pas besef ik dat het burgerverzet een heldenrol heeft gespeeld. Zij hebben de rode loper uitgerold voor de geallieerden”, zegt Bart Peeters in hogervermeld interview. Gretel Van den Broek vult in haar boek aan: “Na de bevrijding vond men dat het verzet vooral ontwapend moest worden. Dat zal wel een van de redenen geweest zijn voor het stilzwijgen van de moedige verzetsstrijders. Waren ze al niet lamgeslagen in de kampen, dan kregen ze er nog een maatschappelijke vingerwijzing bij. Ze moesten maar zwijgen over hun acties, hun verzet was mislukt. De geallieerden waren de ware redders, de met vlag en wimpel onthaalde helden.” In de herdenking van de bevrijding staat het militaire aspect altijd op de eerste plaats, het is hoog tijd dat de rol van het verzet minstens op gelijke hoogte erkend wordt. Het boek van Gretel Van den Broek is daartoe een bijdrage, maar er kan en moet meer.

Gretel Van den Broek, Heldendom. Verzet en verraad. Het verhaal van Staf Van Boeckel, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 207 blzn., 21,99 euro. De illustratie helemaal bovenaan (foto © VRT) is een fragment uit het programma Vandaag met Danira Boukhriss waarin Bart Peeters het lied Voor de zon weer opkomt zingt. Een lied over zijn opa Staf Van Boeckel.

Affiche voor de huldiging van Marcel Louette als leider van de Witte Brigade in Antwerpen. De uitzondering op de regel dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog aan het verzet tegen de nazi’s en de collaborateurs amper of geen aandacht wordt besteed, en er vooral aandacht is voor de militaire overwinning op Nazi-Duitsland (foto © Het gebroken verzetsaureool. De Witte Brigade en het verzet als actieve speler in de strijd om de herinnering).