Aanstaande zaterdag 24 april zet het Vredescentrum om 15 uur op haar website een lezing online van historicus Nico Wouters over het verzet in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Impressies, bedenkingen en lessen”, zo luidt het in de aankondiging. Nico Wouters, die aan het hoofd staat van CegeSoma, bekijkt eerst de belangrijkste verzetsorganisaties in Antwerpen zoals de Nationale Koninklijke Beweging, de Witte Brigade en het Onafhankelijkheidsfront. Vervolgens schetst hij onder andere de sterke aanwezigheid van het verzet bij de openbare diensten en het belang van de haven. Op basis van de Antwerpse casus trekt Nico Wouters tot slot enkele algemene lessen met het oog op een (kritische) herwaardering van het verzet vandaag.  Als voorproefje hieronder in grote lijnen meer over het verzet in het algemeen, en in Antwerpen in het bijzonder.

De eerste verzetsmensen zijn vooral afkomstig uit de Franstalige kleine burgerij en middenklasse. Hun patriottisme is sterk gekleurd door hun koningsgezindheid en vijandigheid voor Duitsers na de Eerste Wereldoorlog. Een andere pijler is het antifascisme waar de Kommunistische Partij van België (KPB) het speerpunt van is. In de herfst van 1941 richt de KPB het Onafhankelijkheidsfront (OF) op dat meerdere initiatieven bundelt. Patriottisch rechts wordt in diezelfde periode aangetrokken door het in militaire kringen opgerichte Belgisch Legioen. Wat begin 1942 slechts bestaat uit enkele honderden groepjes die vooral in de grootsteden en in de industriële gebieden van Wallonië actief zijn, groeit tegen de zomer van 1944 uit tot een weerstand  die zich over het hele grondgebied verspreidt en 100.000 tot 150.000 verzetslui telt.

De invoering van de Jodenster en de razzia’s op Joden in de zomer van 1942 zorgen voor de eerste onrust. De invoering van de verplichte tewerkstelling in Duitsland in oktober 1942 veroorzaakt een grotere shockgolf. Werkweigeraars treden toe tot clandestiene structuren, en met de hulp hiervoor nodig verbreedt het verzet zich naar het platteland. Het verzet omvat een breed spectrum van activiteiten: van inlichtingenwerk, over clandestiene pers drukken en verspreiden, tot het verbergen van onderduikers, evacueren van neergeschoten piloten van de geallieerden, syndicaal verzet en gewapend verzet. Het verzet omvat hooguit slechts 2 à 3 % van de bevolking, met een sterke ondervertegenwoordiging van de Vlamingen (maximaal 35 % van de verzetslui, terwijl de Vlamingen dan 54 % van de Belgische bevolking uitmaken).

Vlaamse SS’ers brengen de Hitlergroet in Antwerpen (foto © Stadsarchief Antwerpen) en affiche voor een amnestiebetoging in Antwerpen dik twintig jaar later (foto © ADVN). Aan het verzet wordt in Vlaanderen veel minder aandacht besteed. Meer hierover in deze publicatie van Koen Aerts en Bruno De Wever.

Meedoen aan het verzet is niet zonder gevaar. Ongeveer 1 op 3 actief in het verzet krijgt te maken met de Duitse repressie. Ongeveer 40.000 verzetsstrijders vallen in de handen van de vijand en ongeveer 15.000 overleven het niet. Arbeiders, die in vergelijking met de middenklasse pas later en in kleinere aantallen tot het verzet toetreden, zijn meer geneigd tot het aangaan van de gewapende strijd waardoor ze verhoudingsgewijs een hardere repressie ondergaan. Vrouwen maken ongeveer 15 % van het verzet uit en doen vooral koerierdiensten (om boodschappen en wapens van de ene naar een andere plaats te brengen).

Als al herinnerd wordt aan een verzetsstrijdster, zoals op de foto helemaal bovenaan pianiste-lerares Marcelle Breugelmans, vernemen we niet wat zij deed in het verzet noch welke gruwelijkheden ze moest ondergaan (de handen van Marcelle Breugelmans werden door de nazi’s zo toegetakeld dat de vrouw geen piano meer kon spelen). Over haar echtgenoot, kunstschilder Ernest Albert, vernemen we wél wat hij precies deed: dat hij bij voorkeur portretten, naakten, stadsgezichten en landschappen schilderde, dat bij een verblijf in Zuid-Frankrijk zijn kleurenpalet een helder karakter krijgt… (foto © AFF).  

Naar het einde van de Tweede Wereldoorlog toe zijn het Geheim Leger (voorheen Belgisch Legioen) en de met het Onafhankelijkheidsfront verbonden groepen de twee grootste verzetsbewegingen. Daarnaast zijn er nog zes andere te vermelden waaronder de in 1940 in Antwerpen opgerichte Witte Brigade. Initiatiefnemer is Marcel Louette, onderwijzer in het Schipperskwartier in Antwerpen en voorzitter van de liberale Jonge Geuzenwacht. De naam van de verzetsgroep verwijst naar de Zwarte Brigade/Dietse Militie, de zwart geüniformeerde militie van het collaborerende Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). Later wordt de Witte Brigade ook nog Fidelio genoemd, naar de schuilnaam van Marcel Louette.

Marcel Louette (kleine foto © CegeSoma) en feestzitting van de Witte Brigade/Fidelio in Borgerhout bij gelegenheid van een vlaginhuldiging (foto © Amsab). Meer over Marcel Louette en de Witte Brigade/Fidelio bij BelgiumWWII en Antwerpen Herdenkt. Het archief van de Witte Brigade/Fidelio is te raadplegen bij CegeSoma.

De Witte Brigade rekruteert aanvankelijk vooral medewerkers in het Antwerpse stedelijk onderwijs, de Antwerpse stadsdiensten, haven en politie. In de eerste jaarhelft van 1941 ontstaan er kleine maar efficiënte vertakkingen in Aalst, Brussel, Gent, de kuststreek, Leuven, het Mechelse en het Waasland. Eind 1943 volgen nieuwe groepen in Wallonië. De eerste verzetsdaden zijn telefoonkabels doorsnijden, wegwijzers verwijderen en slogans kalken. Hierna volgt het hele hierboven opgesomde spectrum van verschillende activiteiten in het verzet. De gewapende acties van de Witte Brigade zijn eerder beperkt, maar er zijn wel enkele spectaculaire bij zoals het laten ontsporen van een munitietrein in Mechelen, het in brand steken van een depot met camouflagemateriaal in Zeebrugge en het opblazen van een spoorwegbrug in Aarschot. De Witte Brigade beschikt over meerdere wapenopslagplaatsen in en rond Antwerpen. Onder andere in het park Rivierenhof en in het stedelijk museum Vleeshuis.

In juni 1942 moet Marcel Louette onderduiken. Hij laat tegelijkertijd alle documenten en materiaal van de Witte Brigade overbrengen naar een tevoren gereedgemaakte schuilplaats in het Vleeshuis, met medeweten van de cel van het Onafhankelijkheidsfront bij personeelsleden van het Vleeshuis. Bij een grote politieactie tegen het Onafhankelijkheidsfront in Antwerpen deelt ook de Witte Brigade in de klappen. Einde 1943 en voorjaar 1944 volgen nieuwe tegenslagen voor de Witte Brigade die begint met de arrestatie van verzetslui in Lier. Op 9 mei 1944 wordt ook Marcel Louette opgepakt. Hij wordt overgebracht naar het Fort van Breendonk, en vervolgens naar het interneringskamp in Vught (Nederland) en het concentratiekamp in Oraniënburg (Duitsland). Wanneer Louette naar Vught moet, wordt hij gedragen want hij kan door de mishandelingen in Breendonk niet meer stappen. Een 700-tal van de 3.750 leden van de Witte Brigade worden in de strijd tegen de nazi’s aangehouden. Een 400-tal overleeft het niet. Marcel Louette, die in Oraniënburg beschermd wordt door zijn medegevangenen, overleeft de oorlog. Hij overlijdt in 1978, daags voordat hij 71 jaar oud zou worden.

Verzetslui bewaken een kruispunt in de haven (foto © ADIV CDH). Meer over de bevrijding van Antwerpen en de overname van de haven van Antwerpen door de geallieerden in dit artikel van Frank Seberechts.

Naast de Witte Brigade zijn in Antwerpen ook nog actief: de Nationale Koninklijke Beweging, het Geheim Leger, het Onafhankelijkheidsfront, Groep G en de Belgische Nationale Beweging. De Belgische autoriteiten in Londen en de Belgische en Britse geheime diensten hebben vooral interesse in samenwerking met het Geheim Leger. Toch worden de meeste Antwerpse verzetsgroepen betrokken bij het voornaamste doel vanaf eind 1943: beletten dat het Duitse leger de haven vernielt.

Een schip met springstoffen zal door havenpersoneelsleden tot zinken gebracht worden zodra het Duitse leger aanstalten maakt om de vracht te gebruiken voor vernielingen in de haven. Vanaf 14 augustus 1944 laten de Duitsers gaten boren achter de kademuren om ze met explosieven te vullen. In de nacht van 25 op 26 augustus vernielen saboteurs de werkplaatsen waar men de cilinders maakt die de springstoffen moeten bevatten om de kaaien op te blazen. De volgende nacht wordt het pompstation van het treinstation Dam vernield waardoor zestig locomotieven niet kunnen rijden en een aantal transporten met gearresteerde landgenoten verhinderd worden. Op 31 augustus vernielen verzetslui de verkeerscentrale van het Centraal Station wat voor chaos zorgt bij het transport van de Duitse troepen… Inlichtingenwerk helpt bij de bevrijding van Antwerpen die op 4 september 1944 begint.

Meer hierover: Nico Wouters over ‘Verzet in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog’, vanaf zaterdag 24 april 2021, 15 uur, te bekijken op de website van het Vredescentrum.

Nico Wouters (foto © Vredescentrum).
Bronnen voor bovenstaande schets: Wannes Devos en Kevin Gony (red.), Oorlog Bezetting Bevrijding (uitgeverij Lannoo); Jan Huijbrechts, Antwerpen 40-45 (uitgeverij Vrijdag); en Frank Seberechts, Vechten voor de vrede (uitgeverij Polis).