Toen de Groote Oorlog uitbrak (intussen bekend als de ‘Eerste Wereldoorlog’, men wist uiteraard niet dat er nog een Tweede zou volgen) was het Kamp van Beverlo in Limburg een van de grootste en modernste militaire kampen van Europa. In de jaren zeventig werden we herinnerd aan de soldaten daar. Wannes Van de Velde bewerkte het Beverlo-lied voor het door de Internationale Nieuwe Scène opgevoerde Mistero Buffo. Nadat de Belgische soldaten uit Beverlo vertrokken naar de IJzer namen de Duitsers het kamp in, en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het opnieuw ingenomen door de Duitsers. Het kamp strekt zich uit over wat nu de gemeenten Leopoldsburg, Beringen en Hechtel-Eksel zijn. Op het grondgebied van Hechtel hebben de nazi’s in het geheim tweehonderd gefusilleerden begraven. De meesten waren actief in het verzet tegen de nazi’s, en in een goed gedocumenteerd boek worden daarvan meer dan honderd in beeld gebracht.

De begrafenissen van de eerste door de Duitse bezetter gefusilleerden maken van hen helden en martelaren, en dat werkt Alexander von Falkenhausen, de militaire bevelhebber voor België en Noord-Frankrijk, danig op de zenuwen. De doodsvonnissen en de daaropvolgende executies moeten de Belgen afschrikken en hen van alle verzet weerhouden. Vandaar de uitgebreide persmededelingen. Wanneer de begrafenissen van de gefusilleerden evenwel het omgekeerde effect hebben, de roep naar wraak en verzet aanwakkeren, beveelt von Falkenhausen op 19 januari 1942 de terdoodveroordeelden naar Truppenübungsplatz Beverloo over te brengen om er terechtgesteld te worden.

De eerste drie zijn Luikenaars, dan volgen drie Brusselaars, de derde dag zijn het opnieuw drie weerstanders die gefusilleerd worden. Onder hen de Antwerpse dagbladverkoper Chrétien Nyckees die bekend staat als bezieler van het volkscomité dat de strijd aangaat tegen de honger en de koude. Het volkscomité eist een verhoging van het rantsoen vlees, brood en aardappelen, en ijvert voor kolen tegen een juiste prijs en niet een woekerprijs. Betogingen van huismoeders zetten de eisen kracht bij. Vanaf juni 1941 leeft Nyckees ondergedoken. Sabotagedaden worden het volgende. In september 1941 wordt Nyckees gearresteerd; op 20 november 1941 veroordeelt de Duitse krijgsraad Nyckees ter dood wegens “communistische bedrijvigheid en beschadiging van de Wehrmacht”; op 27 januari 1942 staat Nyckees voor het vuurpeloton in Hechtel.

Replica van de executiepalen waartegen onder andere Chrétien Nyckees werd gedood (foto © cc. Wikimedia/Eebie).

Het stoffelijk overschot van Nyckees wordt in graf nr. 9 gelegd. Nyckees is meteen ook de laatste die in Hechtel geëxecuteerd wordt. De 194 anderen die er begraven worden, worden elders gefusilleerd en daarna overgebracht naar Hechtel. Van 22 mensen die er begraven worden, heeft men geen gegevens; van de 181 anderen is van 174 bekend dat ze actief waren in het verzet tegen de nazi’s.

Het boek van Maurice Thysen De duinen der gefusilleerden. Hoe de nazi’s in het geheim tweehonderd slachtoffers begroeven in Hechtel brengt in beeld op welke verschillende terreinen het verzet actief was (inlichtingenwerk, verstoppen van mensen, sluikpers drukken en verspreiden, sabotage en aanslagen…) en hoe de mensen in het verzet contacten legden, medestanders rekruteerden, aangehouden werden… Welke praktische problemen er waren, hoe inventief de verzetslui waren, en welke risico’s ze namen. De mensen die in Hechtel in het geheim begraven werden, zijn afkomstig uit de toenmalige negen provincies in ons land. De begraven verzetslui waren actief in acht verschillende weerstandsbewegingen.

De gefusilleerden werden overigens niet altijd veroordeeld voor hun eigen “terroristisch daden”, zoals de Duitsgezinde pers het omschreef. Niet zelden kregen ze de dood met de kogel als wraak voor aanslagen waarvoor men niet onmiddellijk de dader(s) vond. Het boek van Maurice Thysen leest deels als een vervolg op Breendonk. Kroniek van een vergeten kamp van Jos Vander Velpen. Bij de 203 mensen die in Hechtel begraven werden, zijn er immers 34 die in het Fort van Breendonk geëxecuteerd zijn. Thysen beschrijft hun activiteiten in het verzet vaak ruimer dan waar Vander Velpen plaats voor had.

De mensen uit het verzet worden in groepjes geportretteerd: de mensen die vooral inlichtingenwerk verrichten, zij die de sluikpers  maken… Of per beroepsgroep: priesters in het verzet, dokters in het verzet… Of naar regio: het verzet in Luik, in Limburg… Best lees je De duinen der gefusilleerden evenwel met maar een paar bladzijden per dag. Het boek bevat zoveel informatie over het verzet dat je het best houdt met een paar bladzijden per dag om dat even te laten bezinken en memoreren. Het maakt je misschien ook minder zwaarmoedig, want hoe boeiend het werk in het verzet ook verteld wordt… in het boek eindigt het telkens weer aan een executiepaal.

Monument van de Weerstand aan de geheime begraafplaats in Hechtel (foto © cc. Wikimedia/Eebie).

Volgens Thysen zijn ongeveer 50.000 mensen uit het verzet aangehouden door de bezetter. Een 2.000-tal zijn door de nazi’s geëxecuteerd. Een 900-tal in ons land, de anderen zijn neergeschoten in Duitsland voor zover ze niet onthoofd werden of op een andere gruwelijke manier omkwamen. Een 12.500-tal verzetslui zijn gestorven in gevangenissen of concentratie- en vernietigingskampen. Een 1.000-tal verzetslieden lieten het leven in het strijdgewoel bij de bevrijding.

Vanaf eind 1942 – begin 1943 worden ook nog kleinere geheime begraafplaatsen ingericht door de nazi’s. In Luik, Schaarbeek, Brasschaat, Oostakker (Gent), Jumet en Flawinne (vlakbij Namen). Het is de reactie van von Falkenhausen op het toegenomen verzet in ons land. Enerzijds nam het verzet toe door de internationaal kerende oorlogskansen, anderzijds zorgde de Duitse verordening over verplichte tewerkstelling in Duitsland voor een toename van het aantal mensen die onderdoken – wat een werfreserve werd voor de diverse weerstandsorganisaties.

De nieuwe geheime begraafplaatsen worden kort voorgesteld als bijlagen bij De duinen der gefusilleerden. Op de website van het Kamp van Brasschaat vind je wat uitleg over wat er gebeurd is, inclusief de lijst van mensen die er in het geheim begraven werden. Het boek van Maurice Thysen over Hechtel bewijst dat het veel beter kan dan wat je nu op die website vindt.

Omwille van het toenemend verzet werden door de Duitse bezetter nieuwe plaatsen voor executie en begravingen geopend, zoals in Oostakker (foto © cc. Wikimedia/Paul Hermans).

In Hechtel worden de door de nazi’s geëxecuteerden jaarlijks herdacht. Maar niet iedereen wil aan deze zwarte bladzijden in de geschiedenis evenveel aandacht besteden. Toen in de gemeenteraad van Gent in november 2019 een motie ter stemming werd voorgelegd om meer aandacht te hebben voor de executies die in Oostakker plaatsvonden, noemde N-VA-gemeenteraadslid en -parlementslid Anneleen Van Bossuyt de motie “te polariserend”.

Bravo dus voor het werk dat Maurice Thysen wél deed om de vermoorde verzetslui in beeld te brengen. Het boek lijkt ons overigens ook geschikt om in het onderwijs te gebruiken. Groepjes leerlingen die elk een deel van het boek lezen en daarna hierover aan de andere klasgenoten vertellen, zodat uiteindelijk alle facetten van het verzet aan bod komen. Moet kunnen.

De duinen der gefusilleerden. Hoe de nazi’s in het geheim tweehonderd slachtoffers begroeven in Hechtel van Maurice Thysen is verschenen bij Mammoet, een imprint van uitgeverij EPO, telt 309 bladzijden en wordt verkocht aan 29,90 euro. De uitvoerige bibliografie zet je op weg om je verder te verdiepen in de geschiedenis.

Enkele van de gefusilleerde verzetsmensen begraven in Hechtel. Eerste rij v.l.n.r.: Chrétien Nyckees (dagbladverkoper, uit Antwerpen), Robert Wisemberg (architect, Vorst), August Van Laere (monteur centrale verwarming, Ledeberg), Paul Eykens (tandarts, Wondelgem), Gustave Questiaux (handelsreiziger, Gent) en Paul Beguin (stadsbediende, Laken). Tweede rij v.l.n.r.: Jacques Pissens (student, Wondelgem), Constant De Greef (schrijnwerker, Sint-Amandsberg), Joseph Impens (pasteibakker, Gent), René Renson (aannemer van bouwwerken, Luik), Jean Dehareng (metaalarbeider, Wandre) en Joseph Hofkens (liftman, Brussel). Derde rij v.l.n.r.: Jean Guilissen (burgerlijk ingenieur, Elsene), Martin Gyselaer (drukker, Grivegnée), Florimond Smeets (politieagent, Sint-Amandsberg), Léon Van Cauwenberghe (handelaar, Wondelgem), Petrus Pilaet (inpakker, Antwerpen) en Henri Selleslaghs (elektricien, Antwerpen). De foto’s komen uit een brochure die ook online te vinden is. De voorbode van het stevig boek dat er nu is.
Heide vertelt, een digitaal krantje ontstaan om spijts corona het contact te onderhouden tussen de inwoners van de Kalmthoutse deelgemeente Heide, publiceerde op 21 februari het verhaal over Max Temmerman, voormalig inwoner van Heide, grootvader van de gelijknamige auteur en graf nr. 117 in Hechtel. Een voorbeeld dat navolging verdient. Zoek in De duinen der gefusilleerden of er soms het verhaal van een verzetsstrijder uit jouw buurt in staat, vul aan met eigen opzoekingswerk en verspreidt het verhaal ook in een lokaal krantje (met bronvermelding).