In De Zevende Dag gisteren, zondag 15 november 2020, heeft de nieuwe minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD, foto hierboven © VRT NU) herhaald wat hij vorige week donderdag al zei in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over het aanpakken van alle vormen van haatspraak (“hate speech”) bij gelegenheid van de bespreking van zijn beleidsnota Justitie. Van Quickenborne kreeg meteen tegenwind van het Vlaams Belang.

Onder punt F. Strijd tegen online haatmisdrijven en racisme staat in de beleidsnota: “Voor racisme, discriminatie en haatmisdrijven is er geen plaats in onze samenleving. We nemen de strijd tegen discriminatie- en haatmisdrijven op in het volgend Nationaal Veiligheidsplan. Daarnaast gaat bijzondere aandacht uit naar het internet als een belangrijk medium voor het (anoniem) verspreiden van haat, racisme en discriminatie. We nemen een actieve rol op in de Interministeriële Conferentie (IMC) racismebestrijding en we werken mee aan een actieplan om samen met de gemeenschappen racisme en discriminatie actief aan te pakken en tegen te gaan. Ten slotte wordt onderzocht op welke wijze de ongelijke vervolging van verschillende soorten haatmisdrijven kan weggewerkt worden.” Het was vooral dat laatste zinnetje dat beroering verwekte. Ten onrechte.

Wanneer iemand in een openbare publicatie, op papier of online, een strafbare mening uit – aanzetten tot haat, discriminatie of geweld – dan is er sprake van een drukpersmisdrijf. Als dat misdrijf is ingegeven door racisme, xenofobie of negationisme kan de correctionele rechtbank optreden. Andere vormen van drukpersmisdrijven, bijvoorbeeld aanzetten tot geweld vanuit homofobie of discriminatie op basis van religieuze overtuiging, moeten volgens artikel 150 van de grondwet door een hof van assisen worden behandeld. Omdat een assisenprocedure duur en omslachtig is, wordt dat in de praktijk niet gedaan. Vincent Van Quickenborne wil dat alle vormen van haatspraak (“hate speech”) vervolgd kunnen worden.

Bij het Vlaams Belang trok men meteen van leer. “Met zijn voornemen opent Van Quickenborne een doos van Pandora”, luidt het in een persmededeling. “Onze partijstandpunten over islamfinanciering, islamitische godsdienstlessen of hoofddoekenverbod zijn stuk voor stuk rationele, weloverwogen en legitieme standpunten”, zegt Marijke Dillen. “Maar die standpunten kunnen door sommige linksprogressieve en wereldvreemde rechters zomaar als ‘islamofobie’ worden bestempeld, met alle gevolgen vandien. Islamofobie is het argument bij uitstek van moslimextremisten ter vergoelijking van terreurdaden”, besluit Marijke Dillen. Als het verdwijnen van islamofobie het verdwijnen van terreurdaden bewerkstelligt, is dat dan geen goede zaak?

Als het verdwijnen van islamofobie het verdwijnen van terreurdaden bewerkstelligt, is dat dan geen goede zaak? (foto © cc. Pixabay)

Islamofobie is echter nog wat anders dan kritiek geven op de islam. Dat laatste moet, zoals kritiek op andere godsdiensten, altijd kunnen. Volgens de rechtspraak mogen uitspraken zelfs “schokken, verontrusten of kwetsen”. Wat problematisch is, zijn uitspraken op bijvoorbeeld Facebook als: “Nog iets om op te schijten: moslimpijpster (gevolgd door de naam van een persoon die bevriend is met een moslim)”, of “Ik vermoord homo’s voor de fun”. De uitspraken zijn helaas niet verzonnen.

Had er op Facebook gestaan: “Nog iets om op te schijten: Marokkanenpijpster (gevolgd door de naam van de persoon waarop men zou mogen, excusez le mot, schijten)” of “Ik vermoord Turken voor de fun” kon het correctioneel vervolgd worden, want nationaliteit is één van de beschermde criteria ingevolge de wet tegen racisme (die ‘beschermde criteria’ zijn: zogenaamd ras, huidskleur, nationaliteit, afkomst en nationale of etnische afstamming). Geschreven boodschappen die aanzetten tot haat, discriminatie of geweld jegens bijvoorbeeld religieuze overtuiging (“moslimpijpster”) of seksuele geaardheid (“homo’s”) kunnen enkel via het hof van assisen aangepakt worden. Wat in de praktijk dus niet gebeurt.

Het wringt dat de sommige uitspraken die aanzetten tot haat, discriminatie of  geweld wél vervolgd kunnen worden, en andere in de praktijk niet. Het wordt nog complexer omdat het probleem zich specifiek stelt bij gedrukte uitspraken, op papier of online. In haar evaluatie van de wetgeving tegen racisme en discriminatie citeert Unia het voorbeeld van Sharia4Belgium. De voorloper van Unia, het toenmalige Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, kon enkel optreden omdat de haatboodschappen van Sharia4Belgium via filmmateriaal werden verspreid. Indien dezelfde boodschappen door middel van een geschreven tekst verspreid zouden zijn, had het niet gekund.

Duidelijke waarschuwing bij het betreden van een honkbalveld in de Verenigde Staten (foto © cc. Wikimedia/Keith Allison).

Vincent Van Quickenborne pleit voor de herziening van artikel 150 van de grondwet. Daarvoor moet de huidige regering het artikel voor herziening vatbaar verklaren… waarna evenwel pas de volgende regering, de regering-De Croo II?, dit kan uitvoeren. Het is toe te juichen dat Van Quickenborne pleit voor de herziening van artikel 150 van de grondwet, iets waar Unia al minstens sinds 2014 voor pleit, maar de uitvoering is nog niet voor morgen.

De kritiek van het Vlaams Belang is naast de kwestie. Het Vlaams Belang zou juist blij moeten zijn met een herziening van artikel 150 van de grondwet. Een aantal jaren geleden was er grote commotie over het boek De weg van de Islam dat in Brussel verkocht werd en waarin opgeroepen werd om “homo’s te doden door hen van het hoogste gebouw te werpen”. Deze passage in het boek zet aan tot haat en geweld. In de praktijk kan hier niet tegen opgetreden worden. Met een herziening van artikel 150 van de grondwet kan dit wél.

Of wringt het schoentje bij het Vlaams Belang dat het straffeloos zijn van nogal wat racistische en discriminerende uitspraken in de kaart speelt van het Vlaams Belang? In dezelfde uitzending van De Zevende Dag zat ook Vlaams minister Bart Somers (Open VLD) aan de tafel. Hij herinnerde eraan dat volgens een onderzoek uit 2018 één op vijf gemeentebesturen in Vlaanderen zei geconfronteerd te worden met gewelddadig extreemrechts ideeëngoed. Bart Somers: “En nu zijn we een nieuw onderzoek aan het doen en komen we al op één op drie gemeenten al.”

Bart Somers: “In 2018 zei één op vijf gemeentebesturen geconfronteerd te worden met gewelddadig extreemrechts ideeëngoed. Nu komen we al op één op drie gemeenten.” (foto © VRT NU)