In De opgang brengt Stefan Hertmans het verhaal over Willem Verhulst die tijdens de Tweede Wereldoorlog ten behoeve van de nazi’s lijsten opstelt van ‘vijandige elementen’ onder de Vlamingen, en over zijn echtgenote die het absoluut niet eens is met de handel en wandel van haar man en hoe het hun kinderen vergaat. Van echtgenote Mientje, de kinderen Adri, Letta en Suzy, en Willem Verhults maîtresse Griet – die wanneer ze negentig jaar oud is gefêteerd wordt door Bart De Wever – zijn dagboeken teruggevonden en zij komen dan ook ruim aan bod in het boek. Voor het reconstrueren van het leven van Willem Verhulst is de voornaamste bron zijn gerechtelijk dossier. Wanneer de bevrijding nadert, verbrandt Willem Verhulst immers veel eigen documenten. “Wat gruwelkamp Breendonk betreft is het niet te achterhalen, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een belangrijk SS-man als hij (Willem Verhulst, AS) niet zou geweten hebben wat daar gebeurde: de SIPO had er haar eigen gevangenis. De verdrongen angst om zelf te moeten ondergaan wat door zijn toedoen anderen werd gedaan, schreeuwt uit dit gênante sprookje (dat Willem Verhulst schreef tijdens de gevangenschap na zijn veroordeling voor collaboratie, AS)”, aldus Stefan Hertmans in De opgang (blz. 312). Over dat “gruwelkamp Breendonk” publiceerde Jos Vander Velpen zopas een beklijvend boek (foto hierboven rechts © cc. Wikimedia/Sally V).

In feite is Breendonk. Kroniek van een vergeten kamp een update van Vander Velpens in 2003 verschenen maar intussen uitverkochte En wat deed mijn eigen volk? Breendonk, een kroniek. Nieuw zijn: het voorwoord van Jeroen Olyslaegers, auteur van het boek Wil dat verhaalt over de politie en de razzia’s op de joden in 1942 in Antwerpen; de cover van Jan Vanriet die door zijn ouders vertrouwd is met het leed door de nazi’s; en vooral getuigenissen die de auteur inmiddels vond in archieven. De generatie van mensen die Breendonk aan de lijve ondervonden, zoals Jan Van Calsteren die bij Jos Vander Velpen om de hoek woonde, is intussen grotendeels overleden. Nieuw is ook een verslag van de rechtszaken die vanaf 5 maart 1946 gevoerd werden tegen de beulen van Breendonk. Voor de eerste en belangrijkste van die rechtszaken werden maar liefst 1.472 verklaringen van slachtoffers bijeengebracht en deden 459 getuigen hun relaas tijdens de rechtbankzitting. Het was dan ook een belangrijke bron voor het boek. Het namenregister op de laatste bladzijden is eveneens nieuw en maakt het boek compleet. In totaal zijn het tachtig bladzijden extra.

De folterkamer in Breendonk met onder andere een haak waarmee mensen omhoog getrokken werden. Als de mensen vervolgens vielen, vielen ze op scherpe houten blokken. De goot omheen de houten blokken is om het bloed dat men verliest bij het folteren te laten weglopen. Inzet: Philipp Schmitt die als eerste het bevel voert over het Fort van Breendonk, en daarna de Dossinkazerne in Mechelen klaarmaakt voor het transport van joden en anderen naar de concentratie- en vernietigingskampen (screenshots YouTube).

Tot de bouw van het Fort van Breendonk werd in 1909 besloten. Het zou een onderdeel worden van een verdedigingsgordel rond Antwerpen. Om het te camoufleren werd de aarde gebruikt uit de gracht die rond het fort werd uitgegraven. In 1913 trekken de eerste soldaten erin, maar de weerstand van het Belgisch leger tegen de Duitse bezetter in de Eerste Wereldoorlog is maar van korte duur. Begin augustus 1940 inspecteert de 38-jarige Sturmbannführer Philipp Schmitt het Fort dat moet ingericht worden als een tijdelijke gevangenis. Schmitt overlegt erover met de burgemeester van Breendonk, bierbrouwer Albert Moortgat. Moortgat brouwt het Duvel-bier en is aanhanger van het collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV) van Staf De Clercq.  In het VNV-blad Volk en Staat adverteert hij uit met de slogan ‘Eén volk, één staat, één bier’.

De Duitse bezetter draagt de gemeente Breendonk op om het Fort op kosten van de gemeente in te richten met 200 bedden met strozakken, 200 dekens, 200 krukken, 50 schragen enzovoort tot en met het nodige materiaal voor de keuken en het kuisen. De keerzijde is dat een aantal Vlaamse ondernemingen daar goed aan verdienen. In totaal zullen er tussen september 1940 en september 1944 circa 4.000 gevangenen verblijven in het Fort van Breendonk, met een maximum van 600 tegelijk. Aanvankelijk zitten in Breendonk vooral joden en ‘asociale elementen’, op het einde zijn het vooral politiek gevangenen en verzetsstrijders.

Van maandag tot en met zaterdag moeten de gevangenen de aarde die het Fort overdekte naar elders brengen of andere zinloze arbeid verrichten. Terwijl ze geen deftig eten krijgen, voedselpakketten van het Rode Kruis of familieleden worden vaak geconfisqueerd door de kampbewakers, en ze wrede vernederingen moeten ondergaan vanwege de kampbewakers – Duitsers maar ook Vlamingen die in een poging om zich op te werken vaak brutaler zijn dan de nazi’s. Vanaf september 1941 worden zo’n 2.000 gevangenen afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen. Zij die het overleefden getuigen dat het daar leefbaarder was dan in Breendonk.

In Breendonk zijn er in verhouding minder gevangenen en meer bewakers, waardoor niemand zich in de anonieme massa kan verstoppen en elke gevangene een terreurbehandeling krijgt naargelang het soms zatte maar altijd wrede gedrag van de kampbewakers. Sterft men niet door ontbering en mishandeling, dan is het door ophanging (een twintigtal mensen) of door executie (meer dan driehonderd mensen). De executies zijn meestal een vergelding voor de doden die het verzet maakt bij collaborateurs en nazi’s, in het boek door Jos Vander Velpen evengoed in beeld gebracht.

Beeld uit de eerste rechtszaak tegen de beulen van Breendonk. Nr. 1 met witte broek is Fernand Wyss. Een man die naam maakte in de bokssport, als twintigjarige toetreedt tot de Waffen-SS, en in Breendonk al gauw wil bewijzen dat hij niet moet onderdoen voor zijn Duitse bazen. “Voortaan spreekt hij alleen nog Duits tegen zijn landgenoten en hij hanteert de zweep en de stok voor de kleinste onnozelheid. Als bokser kan hij naar believen klappen uitdelen, wetende dat er toch niemand kan en mag terugslaan.” (screenshot YouTube).

Zoals de auteur zelf in Knack zegt, is zijn boek “geen lekker boek (…) om in een luie stoel aan de rand van het zwembad te lezen”. Maar bij dit herfstweer en in deze coronatijd komen we toch niet toe aan het lezen in een “luie stoel aan de rand van het zwembad”. Meer nog dan de verhalen uit de concentratie- en vernietigingskampen van Auschwitz, Dachau, Buchenwald… zou men het verhaal van Breendonk moeten kennen. Omdat het bij ons gebeurde, op maar enkele tientallen kilometers van Mechelen, Brussel en Antwerpen. Omdat wat daar gebeurde wreedaardiger was dan in Auschwitz enzomeer, and last but not least omdat vooral Vlamingen de hand hadden aan het wreedaardig regime.

Vlamingen die door machogedrag en geweld in het nazitijdperk een prestige probeerden te verwerven dat ze anders niet zouden krijgen. Een zaak die voor herhaling vatbaar is, kijk maar naar de meute betogers het voorbije weekend in Puurs. Hoe ze door de straten van Puurs trokken, “Linkse ratten, rol uw matten” en “Islamieten = parasieten” scanderend. Een probleem van pestgedrag en geweld verengden naar de afkomst van de daders. Het huis van een vermeende dader belaagden. Een meisje dat van de trein stapte en politiebescherming nodig had omwille van haar huidskleur…

Als burgers, politici en overheid lak hebben aan mensenrechten, en discriminatie, racisme en extreemrechts nationalisme laten voortwoekeren voor zover ze er al niet zelf schuldig aan zijn, wordt de weg geplaveid naar nieuwe vreselijke misdaden.

Jos Vander Velpen is erin geslaagd om vanuit getuigenissen, aanvankelijk mondeling, later zoals terug te vinden in gerechtelijke dossiers waarin niet alleen de wandaden maar ook alledaagse gebeurtenissen beschreven worden, een reconstructie te maken alsof hij een vlieg was die dag na dag zowel de gebeurtenissen in Breendonk als daarbuiten kon observeren. Met natuurlijk veel aandacht voor de gevangenen maar evengoed aandacht voor de carrière en het dagelijks leven van de Duitse en Vlaamse kampbewakers. De opgang van Stefan Hertmans is literair natuurlijk nog iets hoger van niveau dan Breendonk. Kroniek van een vergeten kamp, maar qua need to know staat Breendonk. Kroniek van een vergeten kamp boven de jongste bestseller van Stefan Hertmans.

Jos Vander Velpen, Breendonk. Kroniek van een vergeten kamp, uitg. EPO, 318 blzn., 24,90 euro.

Jos Vander Velpen (72 j., op bovenstaande foto als spreker op een betoging tegen fascisme en verrechtsing in Antwerpen op 8 mei 1999 © AFF) is advocaat bij de balie in Antwerpen. Hij zorgde mee voor de veroordeling van het Vlaams Blok voor racisme in 2004 en kon laatst nog corrupte en gewelddadige politieagenten die bekend waren als de Bende van Mega Toby en Sproetje laten veroordelen. Van 2004 tot en met 2017 was Jos Vander Velpen voorzitter van de Liga voor Mensenrechten. Hij publiceerde eerder al meerdere boeken.