Volgend jaar wordt in Het Steen in Antwerpen een nieuw onthaalcentrum voor toeristen geopend. De bezoekers zullen er verwelkomd worden met portretten van tien Antwerpse persoonlijkheden, gekozen door de lezers van Gazet van Antwerpen en een jury bestaande uit stadsgids Tanguy Ottomer, stadsarchivaris Inge Schoups, professor cultuurmanagement Annick Schramme, auteur en reclameman Guillaume Van der Stichelen, rector en historicus Herman Van Goethem, en GvA-hoofdredacteur Kris Vanmarsenille. Over de keuzelijst is er enige heisa geweest: er was geen genderevenwicht bij de voorgestelde namen, en de keuzelijst was niet vooraf voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Maar uiteindelijk is toch een aanvaardbare keuze uit de bus gekomen met de Antwerpse Zes, Regine Beer, Jeanne Brabants, Hendrik Conscience, Radja Nainggolan, Christoffel Plantin, Peter Paul Rubens, Dora Van der Groen, Wannes Van de Velde en Nicole Van Goethem. De lezers van Gazet van Antwerpen en/of juryleden hebben moeten trekken en duwen om Regine Beer in de ultieme lijst te krijgen, want ze stond niet in de keuzelijst die aanvankelijk gepresenteerd werd.

In 1940 zei haar schooldirectrice: “Regine kindje, ik weet dat jij gedeeltelijk van Joodse afkomst bent en ik moet in orde zijn met mijn administratie. Je moet gaan kijken of je niet in dat Jodenregister moet ingeschreven worden”. Regine had geleerd te gehoorzamen en dus deed ze wat de schooldirectrice haar vroeg. Bij de bevolkingsdienst op het Antwerps stadhuis zei men: “Maar juffrouw, wat komt u hier in ’s hemelsnaam doen? Uw naam is niet typisch Joods en uw uiterlijk nog veel minder. Maar ginds staat de SS, gewapend tot en met, en onze bevelen zijn duidelijk: iedere persoon die zich hier komt aanmelden, moeten we inschrijven.” En zo werd Regine Beer op 18 december 1940 ingeschreven in het Jodenregister.

In 1941 behaalt Regine het diploma van onderwijzeres, maar als Joodse gebrandmerkt mag ze officieel niet werken. Ze gaat dan maar clandestien aan de slag als opvoedster, gouvernante en privé-lerares. In de nacht van 3 september 1943 wordt Regine door de Gestapo opgepakt. Ze is dan 22 jaar oud. Met anderen, voor haar onbekende mensen, wordt Regine overgebracht naar het hoofdkwartier van de Gestapo aan de Della Faillelaan in Antwerpen. ’s Anderendaags wordt ze in een gesloten vrachtwagen weggevoerd naar de Dossinkazerne in Mechelen. Daar verblijft ze tot begin mei 1944 als Duitse studenten, die ‘rassenkunde’ studeren, uitsluitsel geven over twijfelgevallen. Afgaande op de schedelmeting, inplanting en kleur van het haar, de ogen en neus enzovoort beslissen de studenten over hun lot. Regine wordt met het vijfentwintigste transport – het voorlaatste – vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar het concentratie- en vernietigingskamp van Auschwitz gevoerd.

Regine Beer op het Antwerps stadhuis bij gelegenheid van haar negentigste verjaardag in 2010, met v.l.n.r. Robert Voorhamme, Patrick Janssens, Regine Beer en Stefan Blommaert. De foto helemaal bovenaan, als Regine enkele AFF’ers begroet, is bij diezelfde gelegenheid genomen (foto’s © Stad Antwerpen/Mon Huysmans).

In 1945 keert Regine Beer als een van de weinige overlevenden terug uit Auschwitz. Te midden van alle ellende in Auschwitz heeft ze zich staande gehouden met de wil haar moeder ooit terug te zien en het liedje De gedachten zijn vrij. Jarenlang kon Regine niet praten over de gruwel die ze had doorstaan. Haar zoon VRT-journalist Stefan Blommaert vertelt over dat zwijgen in het boek Eigen volk: “Dat had haar familie haar aangeraden. Dat ze het beter kon vergeten en er niet over moest praten. Waanzinnig eigenlijk, vanuit psychisch standpunt bekeken. Maar ze heeft dat advies lang gevolgd, meer dan twintig jaar lang heeft ze erover gezwegen. Tot ze in de jaren zeventig werd gevraagd om een rol te vertolken in het rechtbankdrama Beschuldigde, sta op. Ze speelde een vrouw die de vriend van haar dochter had proberen te vermoorden omdat hij de zoon was van een Duitse kampdokter. Een groot deel van haar rol had ze zelf ingevuld, veel antwoorden op vragen van de rechter waren geïmproviseerd. Bij vrouwen die ze in Auschwitz had gekend, waren ook medische experimenten uitgevoerd.”

De opnames grijpen Regine emotioneel enorm aan. Door die ervaring begint ze over haar verleden te praten. Dat leidt tot media-aandacht, en Regine wordt steeds vaker gevraagd om voordrachten te geven in scholen. In 1992 wordt haar levensverhaal opgetekend in het boek KZ A 5148 Regine Beer geschreven door Paul De Keulenaer. Je kan het boek hier online lezen. In 2006 wordt het boek door Paul De Keulenaer geüpdatet tot Regine Beer. Mijn leven als KZ A 5148. Meer dan 1.000 keer, men schat zelfs meer dan 1.500 keer, heeft Regine haar verhaal bij voordrachten in scholen en elders verteld. Om gezondheidsredenen stopt ze er in 2007 mee, Regine is dan 87 jaar oud.

Regine Beer bij haar thuis, met op haar linkerarm het kampnummer dat in Auschwitz getatoeëerd werd (foto © Rony Boonen), en Regine Beer bij de ondertekening van de opiniebijdrage Stop met de zelfverklaarde onmacht tegenover Blood & Honour (foto © AFF).

Regine Beer was uiteraard een fel tegenstander van het Vlaams Blok/Belang. In het boek Eigen volk getuigt Stefan Blommaert daarover: “Die partij is voor haar de belichaming van wat ze tijdens de oorlog heeft meegemaakt. Het zijn ondertussen weliswaar chique heren in maatpak, maar politiek en ideologisch komen zij daar vandaan.” Toen het Anti-Fascistisch Front (AFF) in 2008 handtekeningen van personaliteiten verzamelde voor een opiniebijdrage om politie en parket aan te zetten een einde te maken aan de Blood & Honour-concerten in ons land, was Regine Beer bereid om de opiniebijdrage als eerste te tekenen. Succes heeft natuurlijk meerdere vaders en moeders, maar een paar dagen nadat deze opiniebijdrage in Le Soir en De Morgen verscheen, werden voor het eerst organisatoren van dergelijke concerten van en voor neonazi’s van hun bed gelicht. Twee jaar later volgde hun veroordeling door de rechtbank in Veurne.

Als we bij Regine Beer langsgingen in het dienstencentrum waar ze op haar oude dag verbleef, vertelde ze vaak dat ze vastbesloten was 100 jaar te worden. Ze had het haar kinderen Josiane en Stefan beloofd. Van haar zoon Michel moest ze al in 2003 afscheid nemen. Op 23 maart 2014 overleed Regine Beer evenwel op 93-jarige leeftijd. Diezelfde dag wilde de progressieve vrouwenbeweging Zij-kant haar nog een ‘Lifetime Achievement Award’ bezorgen. Regine keek er naar uit, maar door een val moest ze in een ziekenhuis opgenomen worden en kon ze niet op de uitreiking van de prijs aanwezig zijn. Toen medewerksters de voorziene bloemen gingen afgeven in het ziekenhuis, vernamen ze daar dat Regine een uur eerder was overleden.

Op de begrafenisplechtigheid herinnerde Jos Vander Velpen aan de belangrijke rol van Regine Beer in de antifascistische strijd. “Eenheid tegen fascisme” was haar leuze. “Ze kon mensen verbinden en onderlinge verschillen overbruggen. Ze steunde dan ook alles wat antifascistisch en democratisch was.” Een maand later besliste de Antwerpse gemeenteraad om een plein in ’t Groen Kwartier, niet ver van waar Regine Beer tijdens haar jeugdjaren en laatste levensjaren woonde, naar Regine Beer te vernoemen. In Gent en Hasselt werd een straat naar Regine Beer vernoemd. Met haar opname bij de ‘Groten van Antwerpen’ in het toekomstig onthaalcentrum voor toeristen Het Steen in Antwerpen krijgt Regine Beer andermaal een gepast eerbetoon. We rekenen op Inge Schoups en Herman Van Goethem om daar de gepaste duiding bij te geven op een wijze die Regines boodschap actueel houdt.

Het Steen dat ingericht wordt als toeristisch onthaalcentrum in Antwerpen, waar Regine Beer een plaats krijgt als een van de tien ‘Groten van Antwerpen’ (foto © cc. Flickr/Krzysztof Belczyński); straatnaambord voor het Regine Beerplein in Antwerpen (foto © Rita Herbig) en de Regine Beerstraat in Gent (foto © Herman Wolf). Ook in Hasselt is er een Regine Beerstraat.