In deze tijden waarin een Black Lives Matter-manifestatie met 10.000 deelnemers in Brussel op 7 juni 2020 dubbel zoveel volk op de been brengt dan de beruchte Mars tegen Marrakesch in Brussel op 16 december 2018, en de Staatsveiligheid waarschuwt voor extreemrechts, moet de aandacht verlegd worden. Dat vindt alvast Vlaams Belang-parlementslid Ortwin Depoortere en hij stelde minister Pieter De Crem (foto hierboven © cc. Flickr/European Defence Agency) in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van 1 juli 2020 een mondelinge vraag over “links-extremisme in België”.

Titels moeten kort zijn. Eigenlijk had hierboven moeten staan: ‘Het linkse gevaar volgens Vlaams Belang-parlementslid Ortwin Depoortere en CD&V-minister Pieter De Crem’. Maar dat is te lang, en Ortwin Depoortere viel daarom weg uit de titel. Om dat goed te maken, zullen we beginnen met het voorstellen van de vraagsteller. Ortwin Depoortere (49 j.) is geboren uit ouders met een sterke Vlaams-nationalistische overtuiging. Hij doorloopt de klassieke extreemrechtse leerschool: actief bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ), in de eerste helft van de jaren negentig (vice)praeses van de Gentse afdeling van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV), en later voorzitter van de Gentse afdeling van Voorpost. In 1995 wordt hij ook actief bij het Vlaams Blok.

In 2004 belandt Depoortere als opvolger in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Bij die gelegenheid wordt hij voorgesteld in het Vlaams Belang Magazine. “Zou hij nog leven, had ik graag van gedachten gewisseld met Joris Van Severen, leider van het Verdinaso. In mijn ogen was hij de grootste visionair die de Vlaamse Beweging ooit heeft gekend”, zegt Ortwin Depoortere in Vlaams Belang Magazine. Joris Van Severen (1894-1940) was de autoritaire leider van het in 1931 opgerichte Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen (Verdinaso) dat het Italiaans fascisme als voorbeeld zag.

Uit welk hout Ortwin Depoortere is gesneden blijkt nogmaals als Marie-Rose Morel in 2011 overlijdt. Toen bekend werd dat Bart De Wever, op vraag van Marie-Rose Morel, een afscheidswoord zou uitspreken op de begrafenis weigerde Depoortere om die reden naar de begrafenis van de voormalige Vlaams Belang-politica te gaan. In 2015 belandt Depoortere opnieuw als opvolger van een ander in het parlement; in 2019 wordt hij voor het eerst rechtstreeks verkozen als parlementslid. Hij mag meteen voorzitter worden van de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken.

Ortwin Depoortere (foto links: verkiezingsaffiche uit 2019 ) kent ook Aurélien Verhassel, de Franse identitair met een lang strafblad die zich samen met Dries Van Langenhove op de eerste rij kon plaatsen op de jongste 11 juli-viering in Kortrijk. Op een foto uit 2017 op de Instagrampagina van Aurélien Verhassel zie je in café La Citadelle in Lille helemaal rechts Aurélien Verhassel met naast hem Ortwin Depoortere, met aan de andere kant van het tafeltje twee andere Vlaams Belang-parlementsleden: Dominiek Lootens-Stael en Bob De Brabandere.

Ortwin Depoortere is dus een ervaringsdeskundige inzake radicalisme (zie ook het uitgebreider portret bij Apache), maar ter rechterzijde en niet ter linkerzijde. Een mens kan echter altijd bijleren, en dus stelde Ortwin Depoortere aan minister Pieter De Crem de vraag: “Ik heb de indruk dat linkse partijen en linkse politici een beeld proberen op te hangen door het stellen van veel vragen over een constante extreemrechtse dreiging die over ons land hangt. Zelfs door reportages in het Franstalige landsgedeelte probeert men een beeld van een onleefbaar land op te hangen. Ik denk dat niets minder waar is. Ik denk zelfs het omgekeerde. Ik denk dat er een veel grotere dreiging van extreemlinks terrorisme is, dat internationaal aan een opmars bezig is. (…) Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het links-extremisme in ons land? Werden de voorbije jaren aanslagen door links-extremistische groeperingen verijdeld? (…) Is er een causaal verband tussen het extreemlinks geweld en de recente vernielingen en plunderingen die in naam van Black Lives Matter de laatste weken zijn gepleegd? (…) Hebben onze diensten een goed zicht op de online activiteiten van links-extremistische groeperingen zoals Antifa, een groepering die in de VS recent officieel als een terroristische organisatie werd geklasseerd? (…)”

Minister Pieter De Crem antwoordt: “(…) De politie volgt momenteel negen groeperingen van links-extremistische signatuur op en 1.315 personen die gelinkt zijn aan een of meerdere van die negen groeperingen. (…) Daarnaast staan er momenteel in de gemeenschappelijke gegevensbank 10 personen geregistreerd met het label ‘haatpropagandist geïnspireerd op links-extremistisch gedachtegoed’. De afgelopen jaren waren in ons land geen aanslagen of plannen om aanslagen te plegen geïnspireerd door het links-extremisme. Een reeks gewelddaden en daden van vandalisme die tussen 2008 en 2013 door personen van de Brusselse anarchistische opstandelingenbeweging zijn gepleegd, maakten het voorwerp uit van gerechtelijke procedures. In mei 2019 oordeelde de correctionele rechtbank van Brussel echter dat de rechtsvervolging onontvankelijk was en sprak zij de verdachten vrij. Het federale parket is tegen dat vonnis in beroep gegaan. Op politioneel vlak kan op dit moment geen causaal verband worden aangetoond tussen bekende links-extremistische groeperingen of personen, enerzijds, en de beweging Black Lives Matter, anderzijds. Van de BLM-beweging op zich is geen structurele dreiging vast te stellen. Omdat echter in naam van de beweging of het gedachtegoed acties kunnen worden ondernomen, valt punctuele recuperatie natuurlijk nooit uit te sluiten. Antifa is een verzamelnaam voor personen en bewegingen die zich antifascistisch noemen en wordt in België op centraal niveau, in tegenstelling tot in de Verenigde Staten, op dit moment niet als groepering opgevolgd. De activiteiten van de gekende extremistische groeperingen en collectieven op internetfora, sociale media en websites worden wel actief gemonitord. (…).”

Pieter De Crem: “Op politioneel vlak kan op dit moment geen causaal verband worden aangetoond tussen bekende links-extremistische groeperingen of personen, enerzijds, en de beweging Black Lives Matter, anderzijds. Van de BLM-beweging op zich is geen structurele dreiging vast te stellen.” (screenshot reportage VRTNWS).

Ortwin Depoortere is tevreden met het antwoord van de minister, maar is verwonderd dat de minister geen verband ziet tussen extreemlinkse groeperingen en Black Lives Matter. Ortwin Depoortere: “Ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat daar (= van Black Lives Matter, AS) misbruik van wordt gemaakt door bepaalde extreemlinkse groeperingen en individuen om onder ander vernielingen aan te brengen en zelfs andersgezinde politieke meningen op een hardhandige manier te bestrijden. Ik ben blij dat het fenomeen door onze veiligheidsdiensten wordt opgevolgd. Ik raad aan om dat te blijven doen in de toekomst. Zoals Churchill zei, de antifascisten van vandaag gedragen zich fascistisch. Ik denk dat dat een zeer ware en rake uitspraak is.”

Er bestaat heel wat discussie of de uitspraak van Churchill waar Depoortere naar verwijst inderdaad van Churchill is, en men kan zich ook vragen stellen over de geldigheid van die uitspraak. Het doet allemaal wat denken aan dat de nazi’s en het nationaalsocialistisch regime in feite socialisten en socialistisch zouden zijn – terwijl de eersten die door de nazi’s afgetuigd, opgesloten en vermoord werden échte socialisten en communisten waren.

Depoortere en De Crem vergissen zich over ‘Antifa’ in de Verenigde Staten. De Amerikaanse president Donald Trump heeft op 31 mei 2020 wel getwitterd dat de Verenigde Staten ‘Antifa’ als een terroristische organisatie zal beschouwen, maar daar is niets van terecht gekomen. Ten eerste omdat uit politierapporten uit heel het land blijkt dat ‘Antifa’ niet betrokken was bij de rellen en plunderingen in de rand van de Black Lives Matter-betogingen. Ten tweede omdat er heel wat fake berichten de ronde deden over de betrokkenheid van ‘Antifa’. Ten derde omdat er naast ‘gewone’ criminelen extreemrechtse militanten betrokken waren bij die rellen en plunderingen.

Facebookadvertentie van Ortwin Depoortere: “Extreem-links is het gevaar!”, terwijl Depoortere verzuimt te informeren naar en te vergelijken met het gevaar van extreemrechts dat volgens de veiligheidsdiensten tweemaal groter is (foto © Facebook).

Na zijn parlementaire vraag meldde Ortwin Depoortere in een Facebook-advertentie: “Extreem-links is het gevaar!”, waarbij hij verwees naar een HLN-artikel over de 1.315 mensen uit extreemlinkse organisaties die gevolgd worden door de veiligheidsdiensten. Wat Ortwin Depoortere niet deed is dit vergelijken met hoeveel mensen uit extreemrechtse hoek gevolgd worden door de veiligheidsdiensten. Uit een vroegere parlementaire vraag blijken dat er 2.848 mensen te zijn. Ook het aantal mensen dat als ‘haatpropagandist’ en/of als ‘potentieel gewelddadige extremist’ opgenomen is in de Gemeenschappelijke Gegevensbank (GGB) van de veiligheidsdiensten, is ter extreem rechterzijde hoger dan ter extreem linkerzijde: 25 versus 10.

Als Ortwin Depoortere adverteert dat extreemlinks het gevaar is, is dat omdat hij enkel die kant opkijkt en zijn ogen sluit voor het gevaar van extreemrechts dat door de veiligheidsdiensten als dubbel zo groot wordt ingeschat. Het wordt nogmaals geïllustreerd door wat vandaag bekend geraakte. Als veiligheidsdiensten vinden dat viroloog Marc Van Ranst politiebescherming nodig heeft, is het omwille van “tastbare plannen” van dreiging vanuit extreemrechtse hoek.