De rangen van de Vlamingen die vanaf 1941 naar het Oostfront vertrokken om er zij-aan-zij met de Duitse Wehrmacht en de nazi’s te gaan strijden, dunnen uit. Morgen, vrijdag 22 november 2019, wordt in Heide, deelgemeente van Kalmthout, afscheid genomen van Herman Appels die lid was van de SS-divisie Langemarck en een bekende figuur was bij de jaarlijkse herdenking van de Oostfronters in Stekene, bij de IJzerwake, het Bormshuis, de Vlaamse Volksbeweging (VVB)…

De Oostfronters werden jarenlang voorgesteld als “witte ridders die streden voor Vlaanderen en het katholicisme, tegen de communistische horden die ons zouden overspoelen. En ze deden dat op een schone manier.” “Dat is klaterende onzin”, zegt historicus en auteur Frank Seberechts. In zijn boek Drang naar het Oosten toont hij met meerdere voorbeelden aan dat Oostfronters evengoed bij gruweldaden en misdrijven betrokken waren als de Wehrmacht en de nazi’s.

Eerder onderzocht Aline Sax de dossiers van de eerste veroordeelde collaborateurs. De strafzaken tussen oktober 1944 en april 1946, op een moment dat de motieven voor collaboratie nog niet gekleurd zijn door de mythes die achteraf geconstrueerd werden. Daaruit blijkt dat 40 % louter collaboreerde uit sympathie voor de Nieuwe Orde, en nog eens 28 % om persoonlijke én ideologische motieven. Samen dus 68 %, twee derde, die collaboreerde uit sympathie voor de Führer. 

In de laatste aflevering van Kinderen van het verzet, aanstaande dinsdag 26 november (Canvas, 21u20), zullen historici de getuigenissen uit de televisiereeks aanvullen en kaderen. Ongetwijfeld komt daarbij ook aan bod hoe in schril contrast met het verzet de collaboratie door bepaalde middens werd vergoelijkt.

Interessante lectuur, zeker het eerste boek (Uitg. Polis, 2019).

In 1953 werd het Sint-Maartensfonds opgericht als bindmiddel tussen de Alte Kameraden. De organisatie had als ledenblad Berkenruis en opende in 1976, spijts heftige weerstand bij de bevolking, een ‘erepark’ voor Oostfronters in Stekene. Omdat de rangen uitgedund geraakten door overlijdens en ziekten werd het Sint-Maartensfonds in 2006 ontbonden. Het onderhoud van het erepark in Stekene was al eerder overgedragen aan het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ).

Intussen geven de vrienden van het Sint-Maartensfonds het blad Berkenkruisje uit, en met steun van Voorpost wordt elke laatste zondag van de maand mei nog in Stekene verzameld om de Oostfronters te herdenken. Het is daar dat de intussen ook al overleden journalist en politicus Luc Beyer de Ryke de man ontmoet die morgen in Heide begraven wordt, Herman Appels.

In zijn boek Ils avaient leurs raisons. 14-18 & 40-45 La collaboration en Flandre beschrijft Luc Beyer de Ryke het als volgt: “Het is een oudgediende die de deelnemers verwelkomt. Herman Appels maakte deel uit van de SS Langemarck-divisie.” Hij is onder andere betrokken bij de Slag om Berlijn als het Rode Leger de ultieme aanval op de hoofdstad van nazi-Duitsland inzet. Herman Appels geraakt gewond en moet een jaar in een ziekenhuis doorbrengen.

En dan volgt een eigenaardig zinnetje in het boek: “De auditeur (van de militaire rechtbank, AS) vroeg om zes jaar opsluiting, maar de rechtbank stuurde hem (Herman Appels, AS) terug naar huis als kostwinner.” Het Belgisch Staatsblad van 21 november 1947 leert iets anders. Daarin lezen we dat Herman Appels, “Belg zijnde, tussen Mei 1944 en Mei 1945, de wapens te hebben opgenomen tegen België en tegen de bondgenoten”, in beroep veroordeeld werd tot vijf jaar gevangenisstraf en levenslange ontzetting uit zijn burgerrechten. Het hoeft evenwel niet met elkaar in strijd te zijn. Er is al te vaak een verschil tussen de officiële veroordeling voor collaborateurs en hun straf in de praktijk.

Het Belgisch Staatsblad, 21 november 1947.

Nog volgens het boek van Luc Beyer de Ryke las Herman Appels in Stekene bij de misviering een tekst voor van (collaborateur, AS) Filip De Pillecyn, en werden later op de dag liederen gezongen als De mannen van de Vlaamse Waffen SS en Wij zijn bereid. Dat laatste lied is ook het lied waarmee neonazi’s uitpakten toen ze laatst de Mars op Brussel aankondigden die het Vlaams Belang in de Vlaamse regering moest krijgen.

‘Wij zijn bereid’: zowel strijdlied van collaborateurs als strijdkreet van neonazi’s.

Het in memoriam dat ’t Pallieterke vandaag publiceert, leert weinig meer dan dat “Herman een graag geziene gast (was) bij de herdenkingen op het Erepark in Stekene, maar niet alleen dáár. Ook in het Bormshuis en op de IJzerwake wist men de aanwezigheid en, als het erop aankwam, de hand- en spandiensten van deze trouwe man van eer, naar waarde te schatten. (…) Voor Herman moest het een eerlijke en oprechte Vlaamse beweging zijn en anders hoefde het voor hem niet, want het was niét voor schone schijn en valse iedealen (sic) dat hij als jonge gast in dat verre en barre oosten voor Outer en Heerd was gaan vechten, met heel de bittere nasleep die hem, naar het dichterlijke woord van Anton van Wilderode, stond te wachten ‘ná het gevang’.”

Overlijdensbericht van Herman Appels.

Herman Appels overleed onverwachts op 93-jarige leeftijd in Kapellen. De begrafenismis en de bijzetting op het kerkhof gebeurt in Heide (Kalmthout) waar zijn echtgenote Maria Hectors in 2002 is begraven. Zij was lid van de Dietsche Meisjesscharen (DMS), de meisjesafdeling van de in juli 1941 opgerichte Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV).

De Dietsche Meisjesscharen groepeerde meisjes en jonge vrouwen tot 25 jaar onder leiding van Jetje Claessens. In 1945 werd Jetje Claessens voor collaboratie ter dood veroordeeld, maar ze kon door politieke steun hieraan ontsnappen. Ze emigreerde naar Argentinië, maar keerde nog wel eens terug naar ons land. Onder andere voor de viering van het 30-jarig bestaan van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ).

Op het graf van Maria Hectors, en nu dus ook Herman Appels, staat onder andere een berkenkruis (foto helemaal bovenaan). Symbool van het Sint-Maartensfonds, verwijzend naar de kruisen van berkenhout die op de graven van de Vlaamse gesneuvelden in Rusland werden gezet.