Tussen 4 augustus 1942 en 31 juli 1944 werden vanuit de Dossinkazerne in Mechelen 25.491 Joden en 353 Roma gedeporteerd. Er waren 585 ontsnappingen en/of pogingen tot ontsnappen, zodat uiteindelijk 25.250 weggevoerden na een driedaagse reis hun bestemming bereikten. Met 28 transporten werden ze, op 218 mensen na die naar andere kampen werden weggevoerd, overgebracht naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Slechts 1.218 Joden en 33 Roma overleefden het. Samen slechts 5 % van de mensen die vanuit Mechelen in Auschwitz-Birkenau aankomen. Een nieuwe, tijdelijke tentoonstelling in Kazerne Dossin in Mechelen toont dat Auschwitz aanvankelijk niet bedoeld was als plaats waar uiteindelijk meer dan een miljoen mensen hun leven verliezen.

Door het Vredesverdag van Versailles na de Eerste Wereldoorlog verliest Duitsland 59.000 km² grondgebied aan Polen. Dit leidt tot Duits revanchisme. Door hetzelfde vredesverdrag verliest Duitsland ook zijn koloniën en wordt Duitsland herstelbetalingen opgelegd. Het gevolg is een gekrenkte eer, een aanzienlijke economische terugval en een groeiend gevoel van een ‘volk zonder levensruimte’ te zijn. Adolf Hitler speelt hierop in. Hij wil vanuit een raciaal-biologisch oogpunt nieuwe gebieden koloniseren en sociaal hertekenen.

In september 1939 valt Duitsland Polen binnen en annexeert het niet alleen de in 1919 verloren gebieden, maar ook nog eens 33.500 km² extra – met daarin onder andere het Poolse stadje Oświęcim (in het Duits: Auschwitz). De regio rond Oświęcim wordt aangewezen als Interessengebiet Auschwitz. In enkele jaren tijd moet daar een nieuwe metropolis van het Oosten verrijzen.

Een spel wil kinderen bijbrengen dat Duitsland koloniën nodig heeft. (foto © AFF).

In april 1940 besluit Heinrich Himmler om van het kamp in Auschwitz een gevangenis voor Poolse verzetsstrijders te maken. Ook in 1940 wordt de toevoer van Afrikaans natuurrubber naar Duitsland geblokkeerd. Die grondstof is onontbeerlijk  voor de Duitse oorlogsindustrie. Denk aan de autobanden en aandrijfriemen voor de militaire voertuigen.

Als in 1941 IG Farben besluit om in Auschwitz een fabriek te bouwen voor synthetische rubber, sluiten het chemisch concern en de SS een overeenkomst. IG Farben mag de gevangenen ‘gebruiken’ en de SS krijgt in ruil de middelen om het kamp Auschwitz I uit te breiden met een nieuw te bouwen kamp voor 125.000 mensen, Auschwitz II-Birkenau. Russische krijgsgevangenen zouden als slaven naar Auschwitz II-Birkenau worden gebracht.

Bouw IG Farben-fabriek door gevangenen van Auschwitz I (foto © Collectie Auschwitz Staatsmuseum).

In 1942 beslist men dat Joden het kamp zullen vullen. Als er transporten aankomen met Joden die niet kunnen werken – kinderen, zieken, ouderen – beslist de SS deze ‘nutteloze’ mensen in gaskamers te vermoorden. Zo sterven er zeker 900.000 mensen in de gaskamers, en nog eens een 150.000 aan de gevolgen van mishandelingen, honger en ziektes.

Van de 25.250 die vanuit de Dossinkazerne in Mechelen aankomen, worden slechts 8.185 goed genoeg bevonden voor arbeid. Zij krijgen een getatoeëerd nummer. De anderen worden onmiddellijk vergast. Dat is sowieso het lot van kinderen jonger dan dertien jaar, zwangere vrouwen, gehandicapten en oudere mensen.

Vooraan: plattegrond van een deel van Auschwitz; achteraan: lachende gezichten van SS’ers in contrast met het gezicht van de gevangenen (foto © AFF).

Zyklon B is bedoeld als bestrijdingsgas voor ongedierte. Het werd bijvoorbeeld gebruikt in het afgesloten ruim van een graanschip. Na enige tijd zijn de ratten en rattenvlooien dood, maar na het ruim gelucht te hebben is het graan nog eetbaar. In tegenstelling tot bij andere bestrijdingsmiddelen. Zyklon B wordt gefabriceerd en geleverd door de firma Degesch, een dochteronderneming van IG Farben.

In Auschwitz wordt Zyklon B aanvankelijk ingezet om kleding te ontluizen. Nadat iemand op het idee komt om Zyklon B ook te gebruiken op groepen mensen en een ‘geslaagde’ proef op 600 Russische krijgsgevangenen worden gaskamers gebouwd in Auschwitz I en Birkenau. Op de nieuwe tentoonstelling in Kazerne Dossin is voor het eerst een reclamefilmpje over Zyklon B te zien.

De werking van het Zyklon B-gas, onder andere verduidelijkt in een reclamefilmpje (foto © AFF).

Op de tentoonstelling heeft men ook aandacht voor de bio-industrie die rond Auschwitz opgestart wordt om de inwoners van voedsel te voorzien. In meerdere of in mindere mate, naargelang voor wie. Op enkele plaatsen worden zelfs angorakonijnen gefokt voor vlees, bont en wol.

Ook het dagelijks leven in de kampen komt aan bod. Het was strikt verboden om foto’s te nemen in de kampen, maar twee unieke teruggevonden fotoalbums tonen ons een schril contrast. Het album van SS-officier Karl Höcker illustreert het zorgeloos leven van de kampbewakers, terwijl het Lilly Jacob-album de aankomst en selectie toont van Hongaarse konvooien die aankomen op het perron in Birkenau.

De gaskamers en crematoria waren nooit doelwit van geallieerde bombardementen, alhoewel de gruwel bekend was dankzij de Poolse verzetsstrijder Witold Pilecki en twee anderen die uit Birkenau ontsnapten. Precisiebombardementen waren toen nog niet mogelijk, en als er al bommen op de concentratiekampen vielen waren ze eigenlijk bestemd voor het IG Farben-complex aan de rand van Auschwitz.

Zoals een van de getuigen in de tweede aflevering van ‘Kinderen van het verzet’ vertelt, was Auschwitz ook een plaats voor medische experimenten. Zo werd er onder meer onderzoek gedaan naar sterilisatie. Na het experiment werden de ‘proefkonijnen’ meestal vermoord (foto © AFF).  

Op 10 januari 1945 begint het Rode Leger aan zijn laatste opmars naar Berlijn. Op 17 januari beveelt de SS de evacuatie van Auschwitz-Birkenau. Zowat 60.000 gevangenen beginnen aan een ware dodenmars. De SS vernietigde het merendeel van de archieven en blies de Birkenau-crematoria op. Op 27 januari arriveerden soldaten van het Rode Leger in Auschwitz-Birkenau. Daar treffen ze 7.000 mensen aan, aan de rand van hun dood. Ondanks goede medische hulp sterven velen nog na de bevrijding.

Hans Citroen, samen met Christophe Busch curator van de tentoonstelling, bracht foto’s mee over hoe Auschwitz er tegenwoordig uitziet. Er is niet alleen de stroom van meer dan twee miljoen mensen die jaarlijks Auschwitz bezoeken, voor de Polen is het gewone leven hernomen. Het huis van een vroegere kampcommandant is nu… een Bed & Breakfast. Van de reusachtige fabrieksplant van IG Farben is amper nog een spoor te vinden. De bossen hebben de site volledig overgenomen.

Massatoerisme in Auschwitz (foto © Hans Citroen).

In ‘De supersamenwerker‘ schreef Dirk Van Duppen daar eerder over: “Op het hoogtepunt werkten daar 82.000 kampbewoners als slaven. Ze moesten uit steenkool synthetisch rubber en kunstmatige brandstof produceren voor de militaire industrie. De ploegbazen waren Gestapo’s. Kinderarbeid was er alledaags. De SS vroeg IG Farben drie Reichsmark per dag voor ongeschoolde arbeid, vier Reichsmark per dag voor geschoolde werkers en anderhalve Reichsmark per dag voor kinderarbeid. Wie ziek werd of ongeschikt voor de arbeid, wachtte meteen de gaskamer. De levensverwachting van de arbeiders op de Buna Werke was drie maand; voor wie in de mijnen moesten werken, was dat één maand. Er waren vijfenveertig werkkampen ingeplant rondom Auschwitz. Ook Siemens en Krupp hadden daar fabrieken.

Na de oorlog werden twaalf directeurs van IG Farben veroordeeld. Ze kregen straffen die volgens de openbare aanklager ‘minder waren dan wat een kippendief zou krijgen’. Drie jaar later waren ze op vrije voeten en konden ze hun topposities in de industrie weer innemen. IG-Farben splitste zich op in BASF, Bayer, Hoechst en Agfa. Die operatie werd juridisch zo ineengestoken dat niemand van de Auschwitz-slachtoffers nog een schadeclaim kon indienen. De aandeelhouders die in de oorlog enorme dividenden hadden opgestreken, bleven ongemoeid.” (‘De supersamenwerker’, blz. 302-303).

Wat op de nieuwe tentoonstelling in Kazerne Dossin getoond wordt, is dus niet helemaal nieuw maar wordt nu voor het eerst aan een breed publiek bekendgemaakt. Het is daarom spijtig dat er bij de tentoonstelling geen brochure is gemaakt die met tekst en beelden de mogelijkheid biedt om elders het verhaal na te vertellen, of later terug op te zoeken. Van de vaste tentoonstelling in Kazerne Dossin is intussen wél een boek gemaakt, met veel illustraties die je op de panelen in Kazerne Dossin kan zien. Een lijvig boek van 479 blzn., 1,4 kg. zwaar.

Affiche van de tijdelijke tentoonstelling  en lijvig boek over de vaste tentoonstelling in Kazerne Dossin (uitgave van Tijdsbeeld & Pièce Montée in samenwerking met Kazerne Dossin, 479 blzn., 34,90 euro).

Je wordt niet vrolijk van de tentoonstelling Auschwitz.camp, maar je krijgt wel een goed inzicht over de wisselwerking tussen de nazi’s en de industrie. De tentoonstelling is verdeeld over het gelijkvloers van Kazerne Dossin (over de Duitse kolonisatie, industrie en ontwikkeling van Auschwitz) en de kelderruimte (over de vernietigingspolitiek van de nazi’s).

De kelder heeft naast het Zyklon B-reclamefilmpje ook nog een andere primeur. Terecht legendarisch is hoe gewapend met één pistool, een stormlamp en rood papier Georges Livchitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon het twintigste transport van Joden vanuit de Dossinkazerne dwongen te stoppen in Boortmeerbeek, waardoor 231 Joden konden ontsnappen. Van hen werden 90 weer opgepakt en op een volgend transport gezet; 26 werden bij hun vlucht gedood; 115 gedeporteerden slaagden te ontsnappen. De fiets waarmee Jean Franklemon voor deze actie van Brussel naar Boortmeerbeek fietste, is onlangs opgedoken en staat nu op de tijdelijke tentoonstelling in Kazerne Dossin.

‘Auschwitz.camp’ in Kazerne Dossin, Goswin de Stassartstraat 153 in Mechelen. Nog tot zaterdag 25 juni 2020. Alle dagen open behalve op woensdag. Op de weekdagen van 9 tot 17 uur, in het weekend van 9u30 tot 17 uur.

Foto helemaal bovenaan: cover bedrijfsmagazine IG Farben met vooraan enkele bekende SS’ers (foto © Collectie Auschwitz Staatsmuseum) en SS-krant Das Schwarze Korps met foto’s over “nuttig tewerkgestelde” Joodse slavenarbeiders (foto © NIOD).