Een jaar na de veel bekeken televisiereeks ‘Kinderen van de collaboratie’ (2017) verscheen het boek van Koen Aerts ‘Kinderen van de repressie’ (2018). Commercieel was dat misschien niet zo interessant: pas een jaar na de televisiereeks het boek dat beschouwd mag worden als de wetenschappelijke ondersteuning voor de televisiereeks. Met ook nog eens een ander accent in de titel (‘Kinderen van de collaboratie’ versus ‘Kinderen van de repressie’) verdween nog meer herkenbaarheid, terwijl het nochtans een razend interessant boek is. Deze keer pakte uitgever Polis de zaak anders aan: het boek ‘Kinderen van het verzet’ lag al in de boekhandel vóór de gelijknamige televisiereeks dinsdag 22 oktober 2019 op Canvas en VRT NU startte.

Een tentoonstelling in Brussel leerde ons dat zo’n 100.000 Belgen collaboreerden met de nazi’s, maar 100.000 à 150.000 Belgen in het verzet gingen tegen de Duitse bezetter. Volgens Geert Clerbout, eindredacteur van de televisiereeks ‘Kinderen van het verzet’, waren er zelfs een 160.000 mensen actief in het verzet. Van hen werden zeker 40.000 mensen opgepakt en minstens 15.000 overleefden de oorlog niet. Ondanks haar belangrijke rol, gerechtvaardigde inzet maar ook zware tol, heeft het verzet in Vlaanderen nooit kunnen rekenen op veel aandacht. Dat heeft meerdere redenen.

Vooreerst was het verzet zeer divers. Meestal niet spectaculair, maar wel nuttig. Van het inwinnen van inlichtingen en doorspelen naar de geallieerden en het verspreiden van sluikpers, over het inbreken bij gemeentehuizen op zoek naar blanco identiteitskaarten en voedselrantsoenbonnen, tot het doden van collaborateurs en opblazen van treinen. Daarenboven was het niet aangewezen daar veel over op schrift te zetten tijdens de oorlogsjaren, laat staan er foto’s van te maken.

Het verzet was ook een heterogene groep van tienduizenden mensen met een gemeenschappelijk doel, maar vaak een andere insteek. Van zeer rechtse mensen, over katholieke, koningsgezinde Belgen en mensen die niets te maken hadden met politiek, tot communisten. Eens de nazi’s verslagen waren, had ieder weer zijn eigen prioriteiten en doelen.

Twee warm aanbevolen boeken over de collaboratie, respectievelijk verschenen in 2018 en 2012.

De collaborateurs slaagden erin zich voor te stellen als idealisten die zich voor een onafhankelijk Vlaanderen hebben ingezet en/of katholieken die tegen het goddeloze communisme gingen strijden. Aline Sax onderzocht de dossiers over de eerste veroordeelde collaborateurs. De strafzaken tussen oktober 1944 en april 1946, op een moment dat de motieven voor collaboratie nog niet gekleurd zijn door de geschiedschrijving achteraf. Uit de onderzochte dossiers blijkt dat 40 % van de veroordeelden louter collaboreerde uit sympathie voor de Nieuwe Orde, en nog eens 28 % om persoonlijke én ideologische motieven. Samen dus 68 %, oftewel twee derde, die collaboreerde uit sympathie voor de Führer.  

Desondanks spande eerst de Christelijke Volkspartij (nu: CD&V), daarna de Volksunie (VU), zich in om de collaborateurs te rehabiliteren. Deels uit electoraal opportunisme, deels uit zelfbehoud want nogal wat van hun mandatarissen hadden de dunne lijn tussen accommodatie en collaboratie met de bezetter bewandeld. De regeringspartijen wilden het verzet geen bloemen toewerpen, maar vlug overgaan naar ‘de orde van de dag’. Er werd geen actief herinneringsbeleid over het verzet uitgebouwd zoals bijvoorbeeld in Frankrijk.

Fragmenten uit een folder over de activiteiten in Parijs bij gelegenheid van de ‘Nationale dag van het Verzet, 27 mei 2019’, inclusief verzetsstrijders die gewapend worden afgebeeld. Met steun van de stad Parijs en anderen. Wanneer iets dergelijks bij ons?

Terwijl de collaborateurs zich schoon konden praten, werd het verzet afgeschilderd als avonturiers en misdadigers die de oorlog gebruikten om rekeningen te vereffenen. De volkswoede bij de voorlopige bevrijding september 1944 en de definitieve bevrijding mei 1945, met mensen die uit hun huizen gesleurd werden, vrouwen het hoofd kaal geschoren werden… bepaalde natuurlijk ook wel het beeld. Terwijl niet in beeld was dat vele mensen uit het verzet bij de bevrijding nog aan het creperen waren in de concentratiekampen van de nazi’s.

Yvette Elyn (foto © VRT).

De vader van Yvette Elyn (82 j.) bijvoorbeeld was actief bij het verzet in de haven van Gent. Yvette maakte het mee hoe haar vader werd opgepakt door de nazi’s en kan niet aanvaarden dat een Vlaamse collaborateur daarbij betrokken was. Haar vader stierf na een lange lijdensweg in Polen. De vader van Laurent Marting (81 j., foto helemaal bovenaan) haalde niet eens Polen of Duitsland. Hij werd in Breendonk geëxecuteerd. Moeder Marting werd ook gevangen gezet en stelde vast: “Die Duitsers, dat waren de ergsten niet. Het waren de mensen van hier, de collaborateurs, die de ergsten waren.” (blz. 62 in het boek ‘Kinderen van het verzet’).

Bertha Serreyn was actief bij het verzet in Brugge en werd verschrikkelijk gemarteld. Ze bleef getraumatiseerd voor de rest van haar leven. Haar dochter Ellen De Soete (53 j.) vertelt: “Ze had goede en slechte dagen. Toch deed ze alles voor haar kinderen. Alleen echte liefde tonen, dat kon ze niet. Als ik haar wilde omhelzen, voelde ik haar keer op keer verstijven. Ze vertrouwde ook weinig mensen. Ze was constant op haar hoede.” (blz. 47). Pas op haar sterfbed vertelde ze aan Ellen wat ze tijdens de oorlog had moeten doorstaan.

De ouders van Jan Vanriet (71 j.) waren beiden bij het verzet. Vader was lid van het Onafhankelijkheidsfont dat georganiseerd was in cellen van slechts drie personen om te vermijden dat onder druk van folteringen alle namen van de leden bekend zouden geraken. Vader Vanriet verzamelde geld in voor steun aan families van verzetsmensen die men had aangehouden; moeder Vanriet was koerierster en stapte bijvoorbeeld over de Keyserlei in Antwerpen met in haar handtas een revolver die ze ergens moest gaan afleveren.

Jan Vanriet (foto © VRT).

Jan Vanriet: “Mijn ouders zijn erkend als verzetsstrijders, maar grote voordelen bracht dat niet met zich mee: een diploma, een medaille en een minieme vergoeding. In ieder geval niet iets dat compenseerde wat ze hebben moeten doorstaan. (…) Na de oorlog was er geen politiek platform om de merites van het verzet in ere te houden. Het gevolg is dat er weinig inzicht is in wat het betekende. Het ontbreken van grote herinneringsmonumenten in dit land is daar een teken van. Ook een degelijk museum van het verzet is er niet.” (blz. 34-35).

Op de infodag over verzet en collaboratie begin oktober in Antwerpen, en het voorbije weekend in De Standaard, zei historicus Koen Aerts dan ook dat Antwerpen een kans gemist heeft door het Delwaidedok (genoemd naar oorlogsburgemeester Leo Delwaide die de razzia’s op Joden faciliteerde) nu Bevrijdingsdok te noemen, en niet bijvoorbeeld te benoemen naar de Antwerpse verzetsstrijder Marcel Louette.

Koen Aerts: “Antwerpen heeft een kans gemist toen ze het Delwaidedok omdoopten tot Bevrijdingsdok. Alweer zo’n veilige keuze. Waarom niet het dok vernoemen naar Marcel Louette, Antwerps onderwijzer en oprichter van de verzetsgroep Witte Brigade?”

In totaal komen in het boek en de televisiereeks dertien zonen en dochters van verzetsstrijders aan het woord. In het boek is dat levensloop na levensloop en, alhoewel de verhalen niet helemaal gelijk lopen, wordt het een corvee om die verhalen allemaal achter elkaar te lezen. In de televisiereeks worden de verhalen van de getuigen per thema opgesplitst: het verzet, in de kampen, een oorlog die nooit stopt… Dat maakt het handiger om te onthouden. De televisiereeks ‘Kinderen van het verzet’ is beter dan het gelijknamig boek.

Diepgravende achtergrondverhalen zoals in Koen Aerts’ ‘Kinderen van de repressie’ staan niet in het boek ‘Kinderen van het verzet’. Daarvoor is het onder andere wachten op de doctoraalscripties die in de maak zijn van Babette Weyns (UGent) over “wie in naoorlogs België aanspraak maakte op de verzetsidentiteit en welke invloed dat had op onze beeldvorming van het verzet” en op het werk van Michèle Corthals (UAntwerpen) die onderzoek doet naar de vrouwen in het verzet.

Naschrift. Dat er intussen toch al een en ander bekend is over het verzet bewijst Koen Aerts in een interview dat op 6 november 2019 bij Doorbraak verscheen.

Eén van de andere ‘kinderen van het verzet’, Yvette Merciers (foto © VRT).

Piet Boncquet, ‘Kinderen van het verzet’, uitgeverij Polis, 230 blzn., 20 euro.

Vrijdag 1 november 2019 zijn er op de Boekenbeurs in Antwerpen vijf activiteiten rond de Tweede Wereldoorlog, collaboratie en verzet.