Het is niet dat we Stephan Balliet nodig hebben om het antisemitisme onder de aandacht te brengen. De 27-jarige neonazi lukte het niet om voorbije woensdag 9 oktober 2019 een synagoge binnen te dringen in de Duitse stad Halle, en dan schoot hij maar een vrouw in de rug neer en een klant van een kebabzaak. Op 12 september waren we op de voorstelling van het jongste boek van Ludo Abicht, ‘De eeuwige kop van Jood. Een geschiedenis van het antisemitisme’, en we planden een recensie omstreeks deze tijd in de aanloop naar de lezing die de auteur over zijn boek geeft dinsdag 22 oktober om 20 uur bij Elcker-Ik in Antwerpen (Breughelstraat 31-33).

Het boek is opgebouwd rond tweeëntwintig vragen: wie is jood (met een kleine letter ‘j’)?, wie is Jood (met een hoofdletter ‘J’)?; wat is antisemitisme?; welke negatieve rol hebben de lasterverhalen over de Joden vanaf de middeleeuwen?… Omdat de vragen in een logische volgorde worden gesteld en de meeste op relatief weinig bladzijden beantwoord worden, leest het boek vlot. Soms wordt er veel boekenwijsheid geëtaleerd, maar meestal is het erg toegankelijk geschreven. De hele inhoudstafel en delen uit de eerste hoofdstukken zijn overigens hier te lezen.

Al op de eerste bladzijde kregen we opheldering over een vraag die we ons al lang stelden. Wij spreken over de “Holocaust”, waarom spreken de Joden over de “Shoah” of “Sjoa”? Waarom kunnen ze niet de term gebruiken die wereldwijd gebruikt wordt? Het antwoord is: “Holocaust” is in de joodse godsdienst een term voor een “totaal en vrijwillig offer”, terwijl “Shoah”/”Sjoa” “catastrofe” betekent. Vandaar.

Vanaf de middeleeuwen worden lasterverhalen verteld over de Joden. Zo zouden Joden de hosties, gemaakt uit ongedesemd brood en in de rooms-katholieke godsdienst het lichaam van Jezus voorstellend, met dolken doorboord hebben. Toen dat op Goede Vrijdag in 1370 gebeurde vloeide uit de hosties het bloed van de Heiland, en zo werd de diefstal van hosties uit de Sint-Michielskerk in Brussel ontdekt. Een surrealistisch verhaal voor een ketter als wij zijn, maar tot in de jaren veertig van de vorige eeuw werd dit in Brussel herdacht in een jaarlijkse processie en de ‘feiten’ werden vereeuwigd in glasramen die nog altijd in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel staan (foto hierboven).

Het is diezelfde katholieke kerk die christenen verbiedt geld uit te lenen tegen intrest, net in een periode waarin de groeiende economie een toenemende behoefte heeft aan krediet. Omdat de overheid de gelovigen niet kon verbieden geld te lenen waar ze het konden krijgen, werd aan Joden – niet-christenen – gevraagd om de rol van bankier op zich te nemen. Iets waar de Joden meteen ook voor gehaat en vervloekt werden. Deze taakverdeling werd verstoord door de kruistochten, toen de kruisvaarders op weg naar het Oosten alvast in Duitsland de eigen ‘heidenen’ (niet-christenen) aanvielen, folterden, verkrachten, uitmoorden en plunderden. De Joden werden uit de meeste Europese landen verdreven en hun eens zo nuttige functie van geldschieter werd overgenomen door christenen, onder wie de leden van de materieel niet zo onthechte Orde van de Tempeliers.

Van links naar rechts: Brigitte Herremans, Ludo Abicht en Knack-journalist Simon Demeulemeester die de eerste boekvoorstelling modereerde (foto © AFF).

Als we een grote sprong in de geschiedenis maken en belanden bij de Tweede Wereldoorlog valt het op dat Ludo Abicht nauwelijks spreekt over de Joodse kwestie zoals gezien door de nazi’s, maar wel biografieën geeft van enkele auteurs die de wegbereiders waren. Zoals Bernhard Förster (1843-1889), die waarschijnlijk de bedenker is van de term “’Untermensch” voor Joden en andere ongewensten. En Houston Stewart Chamberlain (1855-1927) die een racistische versie van de geschiedenis van de negentiende eeuw schreef die verplichte lectuur was op scholen en universiteiten in Duitsland, en waarvan er tot aan het einde van het Derde Rijk meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht zijn.

Ludo Abicht moet een indrukwekkende boekenkast hebben, en heeft een parate kennis waar wij niet aan kunnen tippen, maar driemaal moeten we hem wijzen op kleine manco’s in zijn boek. Op blz. 188-189 vermeldt hij Maurice Bardèche als een van de eerste Holocaustontkenners. Hier miste Abicht de kans om te vermelden dat Vlaams Blok-oprichter Karel Dillen in 1951 het berucht boek van Bardèche ‘Nuremberg ou la terre promise’ vertaalde, en in 1956 Bardèche liet spreken op een meeting in Antwerpen. Abicht verwijst ook naar Jodenhaat bij extreemrechts, maar geeft er weinig voorbeelden van. Het tijdschrift van de Vlaamse Blood & Honour-groep die bekend werd als ‘Bloed Bodem Eer Trouw’ (BBET) staat er nochtans boordevol van, met als eerste afbeelding in het eerste nummer een karikaturaal getekende Jood die geslachtsgemeenschap heeft met een varken.

Als hedendaagse negationist vermeldt Abicht enkel de intussen overleden Fransman Robert Faurisson, terwijl een Brit als David Irving minstens zo interessant is. Ten eerste omdat Irving in 2016 nog in ons land was maar na protest twee lezingen moest afgelasten. Ten tweede omdat Deborah E. Lipstadt in haar boek ‘De Geschiedenis ontkend’ (uitgeverij HarperCollins, 2016) haarfijn uit de doeken doet hoe negationisten als David Irving te werk gaan: ze laten bewust fragmenten weg uit documenten om zo Hitler te vergoelijken.

Links: “Er is slechts 1 solutie… Blanke revolutie!”, maar dan moeten volgens de groep rond Tomas Boutens de Joden van de aardbodem verdwijnen en nog een paar andere groepen mensen. Rechts: de Britse negationist David Irving geconfronteerd met protest vanuit de Joodse gemeenschap in Antwerpen en het Anti-Fascistisch Front (AFF) (foto’s © AFF).

In het laatste hoofdstuk van zijn boek (blz. 203-214) stelt Ludo Abicht de vraag of antizionisme hetzelfde is als antisemitisme. Die discussie is actueel nadat de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) in 2016 antisemitisme definieerde. Met een definitie waarmee niets mis mee is, maar die wordt verduidelijkt met elf voorbeelden waaronder enkele die in feite kritiek op Israël (antizionisme) gelijkschakelen met kritiek op Joden (antisemitisme). En dat is fout, maar mensen als de Franse president Emmanuel Macron, eurocommissaris Frans Timmermans en nog anderen praten dit na.

“De studie van het hedendaagse antisemitisme is een mijnenveld”, schrijft Brigitte Herremans in een nawoord (blz. 223). Herremans en Abicht weten het al te goed omdat ze opkomen voor het respect voor de mensenrechten in Israël én Palestina, en niet iedereen in Vlaamse-Joodse kringen is daar gelukkig mee.

Bij de boekvoorstelling beargumenteerde Brigitte Herremans de uniciteit van het antisemitisme. Daar valt iets voor te zeggen, maar zelf zien we antisemitisme toch nog altijd als een vorm van racisme. De neonazi Stephan Balliet mocht dan wel in zijn live stream zeggen dat aan de basis van alle problemen Joden liggen, hij heeft een al even grote hekel aan feministen en migranten. Toen hij geen Joden kon treffen, schoot hij dan ook een vrouw en een klant van een kebabzaak dood.

Met Ludo Abicht (blz. 10) zeggen wij: wie zich met woord en daad tegen het antisemitisme verzet, moet ook de strijd tegen elke andere vorm van discriminatie en racisme voeren om geloofwaardig te blijven. En wie antiracist is, kan onmogelijk antisemitisme dulden.

Ludo Abicht, ‘De eeuwige kop van Jood. Een geschiedenis van het antisemitisme’, uitgeverij Vrijdag, 248 blzn. 19,95 euro.