Naar aanleiding van de bevrijding van de nazi’s trok de voorbije weken een kolonne van vijftig historische voertuigen die erbij waren in 1944 en twintig huidige legervoertuigen van Mons over Brussel en Antwerpen naar Leopoldsburg. Het is een initiatief van het War Heritage Institute. Dat instituut doet echter ook minder spectaculaire maar zinvoller zaken, zoals de op 9 mei dit jaar geopende tentoonstelling ‘Oorlog – Bezetting – Bevrijding’ in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis aan het Jubelpark in Brussel.

Als je door de ‘Historische zaal’ van het museum wandelt en verdergaat naar de eerste verdieping kom je terecht in een nieuw ingericht gedeelte dat eerst de Tweede Wereldoorlog in België belicht, de collaboratie en het verzet incluis, en in een tweede gedeelte de Tweede Wereldoorlog in Europa tot en met een uitloper over Japan.

In de eerste zaal wordt meteen duidelijk gemaakt dat België niet ontsnapt aan het nazi-Duits expansionisme. Een 100.000 Belgen collaboreren met de nazi’s, en langzaamaan sluiten 100.000 tot 150.000 Belgen zich aan bij verzetsgroepen. Er wordt onder andere een Duitse granaathuls getoond die versierd is door een Vlaamse vrijwilliger aan het oostfront, en een handgemaakt pistool van een Belgische weerstander.

Het gros van de Belgische bestuurlijke en economische elite past zich aan bij de bezetting en staat open voor samenwerking met de nieuwe heersers. De politiek van ”het minste kwaad?” vraagt men zich af op de tentoonstelling. Het vraagteken staat er terecht. De tentoonstelling laat zien hoe het leven is in oorlogstijd, maar ook dat je voor een keuze stond als burger: proberen te overleven, wat de meesten deden; of collaboreren dan wel in verzet gaan.

Suske & Wiske-tekenaar Willy Vandersteen tekende als ‘Kaproen’ voor de collaboratiepers (Foto © AFF).

In de donkere zalen zie je elementen uit de collaboratie zoals de vlag van de Dietsche Militie/Zwarte Brigade (foto bovenaan dit artikel, foto © AFF) en tekeningen die Suske & Wiske-tekenaar Willy Vandersteen in 1942 voor de collaboratiepers maakte. Of nog: een executiepaal die de Duitsers aan de d’Herbouvillekaai in Antwerpen gebruikten om Belgische terdoodveroordeelden te executeren. Al even gruwelijk zijn de kleren die men in de concentratiekampen droeg.

Sla je echter linksaf kom je in een overwegend wit geschilderde zaal terecht die gewijd is aan het verzet in België, met onder andere de sluikpers en duiding bij de verschillende verzetsgroepen die in ons land actief waren. Het is helaas maar één zaal die aan het verzet is gewijd, maar er is nog maar weinig studie verricht over het verzet. Allicht is ook de clandestiniteit waarin het verzet moest opereren een reden waarom er niet meer over getoond kan worden.

De zaal over het verzet tegen de nazi’s en de collaborateurs (Foto © AFF).

Verlaat je de nieuwe tentoonstellingszalen dan kan je een verdieping hoger de oude tentoonstelling over 1940-1945 zien. Een tentoonstelling die veel meer de nadruk legt op het militaire. Maar toch zagen we daar waar we nog het hardst van moesten slikken: kerstballen en andere kerstversiering waarop Adolf Hitler, het SS-teken en andere nazisymboliek. Gezellig!?

Wie het allemaal eens wil nalezen, kan zich het boek met dezelfde titel als de tentoonstelling aanschaffen. In de boekenshop van het museum vind je daarnaast nog alle mogelijke boeken over hetzelfde onderwerp, met zolang de voorraad strekt soms nog titels die je voorts enkel nog in bibliotheken vindt.

‘Oorlog – Bezetting – Bevrijding’ is een knap opgebouwde tentoonstelling. Een aanrader. Ze blijft permanent te zien aan het Jubelpark nr. 3 in Brussel. Het inkomgeld – 10 euro, waarmee je alle zalen en tentoonstellingen onder hetzelfde dak kan bezichtigen – kan je enkel met een bankkaart betalen.

Hier moet je zijn: Jubelpark 3, Brussel (Foto © AFF).