De bevrijding van de nazi’s wordt dezer dagen met extra luister gevierd in vele steden en gemeenten omdat het dit jaar precies 75 jaar geleden is. In de boekhandel is het aanleiding tot nieuwe stapeltjes boeken. Antwerpen 40-45 van Jan Huijbrechts, Vechten voor de vrede. Antwerpen 1944-1945 van Frank Sebrechts, Kleine mensen, grote oorlogen van Jan Reyniers… Op 5 oktober volgt De papegaai is niet dood van Marc Verschooris.

‘Antwerpen 40-45’ van Jan Huijbrechts was het eerste stapeltje boeken dat we in een boekhandel zagen opduiken, met vlak ernaast ‘Antwerpen 14-18’ van dezelfde auteur. De Eerste Wereldoorlog is trouwens het thema waarover Jan Huijbrechts zijn meeste boeken schreef. Daarnaast is hij ook auteur van het beste boek dat ooit verscheen bij de met het Vlaams Belang verbonden uitgeverij Egmont: ‘Vlaams Bewegen in Antwerpen. Een stadsgids met 5 cultuurhistorische wandelingen’, in 2011 gepubliceerd met een voorwoord van Filip Dewinter.

Jan Huijbrechts en Filip Dewinter kennen elkaar al langer: Jan Huijbrechts volgde in 1990 Filip Dewinter op als voorzitter van de Vlaams Belang Jongeren (VBJ). In Hoogstraten was Jan Huijbrechts lange tijd het enige gemeenteraadslid voor het Vlaams Blok/Belang. Maar volgens een krant ook vaak afwezig op de gemeenteraadszitting. In de Antwerpse provincieraad was Jan Huijbrechts fractieleider tot maart 2018 omdat hij “verhuist uit Antwerpen”. De vraag is maar of hij al niet eerder verhuisd is uit de provincie Antwerpen. Volgens CittA, het stadsmagazine van Gazet van Antwerpen, van 31 augustus 2019 huwde Jan Huijbrechts “tien jaar geleden met een Thaise en woont hij sindsdien in Thailand, vlak bij de grens met Cambodja”.

Een nieuwe oogst boeken.

Pikt Jan Huijbrechts een graantje mee bij de herinnering aan de bevrijding met een boek met vele illustraties en aparte verhalen, Frank Seberechts schetst in ‘Vechten voor de vrede. Antwerpen 1944-1945’ eerder de grote lijnen: Antwerpen tijdens de bezetting, op weg naar de bevrijding van Antwerpen, de bevrijding van de stad en de haven, de machtswisseling op het Antwerps stadhuis, de V-bommen, schuld en boete bij de collaborateurs, de terugkeer van de slachtoffers van de naziterreur, en het dagelijks leven tussen oorlog en vrede.

Frank Sebrechts publiceerde eerder ook over de Vlaamse Beweging, maar evolueerde van een zoon uit een “hevig Vlaams-nationalistisch” gezin die met zijn eerste publicatie over de collaborateurs (‘Ieder zijn zwarte’ uit 1994, AS) een boek schreef vanuit een zeer Vlaamsgezind standpunt, naar een historicus die door het beschikbaar worden van meer documenten en zijn oprechtheid de geschiedenis van de collaboratie beter begon te schetsen. In het eerder dit jaar verschenen Drang naar het Oosten onthulde hij dat de oostfronters niet zomaar meelopers waren met de nazi’s, maar ook zelf zware oorlogsmisdaden begingen.

Een buitenbeentje in de nieuwe oorlogsliteratuur is ‘Kleine mensen, grote oorlogen’ van Jan Reyniers die eerder voor uitgeverij Epo onder andere boeken van Michael Parenti en Noam Chomsky vertaalde. Het is een pareltje dat, zoals de titel aangeeft, vertelt over het leven van gewone mensen in buitengewone oorlogen. Het bevat vijf korte verhalen over mensen die in een deelgemeente van Diksmuide, in Heist-aan-Zee en in Hemiksem wonen in de Eerste Wereldoorlog, en negen korte verhalen vanuit Frankrijk, Engeland en Vlaanderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verhalen die op een subtiele wijze een familiegeschiedenis schetsen.

De politie van Hemiksem in 1942, met als tweede van links Frans die zich aansloot bij de verzetsgroep Witte Brigade (foto © archief Jan Reyniers).

De ene keer eerder poëtisch ondanks de ellende die de oorlogsjaren met zich brengen; de andere keer spannend zoals in het verhaal van Frans die politieagent is in Hemiksem. Hij sluit zich aan bij de verzetsgroep Witte Brigade en krijgt de opdracht een granaat te werpen naar de woning van de oorlogsburgemeester. Zijn betrokkenheid bij het verzet dreigt verraden te worden door een zatte collega politieagent.

‘Kleine mensen, grote oorlogen’ gaat niet zozeer over de politieke ontwikkelingen of tactische militaire overwegingen, maar over de situaties waarin gewone mensen verstrikt geraken tijdens de oorlog. Hoe mensen onder andere willen wegvluchten naar Frankrijk maar uiteindelijk in Engeland terechtkomen. Waar de mannen gescheiden worden van de vrouwen en kinderen, en iedereen ingeschakeld wordt in de oorlogsmachine. Voor de vrouwen met het seksisme dat ermee gepaard gaat.

‘Kleine mensen, grote oorlogen’ is een boek dat ons deed denken aan ‘Vijf jaar in de Ardennen’ van de onlangs overleden Bert Verhoye. Verhalen over het dagelijkse leven en de dagelijkse strijd, maar dan niet in de Ardennen dezer jaren maar tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Met een laatste hoofdstuk gesitueerd in 1967 toen een van de mensen uit het boek overleed en een schrift achterliet met authentieke verhalen die door de auteur van het boek aangevuld werden. Mooi.

Voor de hoofdpersonages in het boek zijn alleen de voornamen gebruikt. Voor de andere personages zijn om een aantal redenen de namen veranderd (de oorlogsburgemeester van Hemiksem bijvoorbeeld was niet ene Detremmerie maar Adolf Cauwenberghs). De beschreven feiten zijn wél authentiek.

De bibliografische gegevens over ‘Kleine mensen, grote oorlogen’ (en de andere gesignaleerde boeken) vind je via de link in de inleiding hierboven.